Verbouwing Rabobank in volle gang

Op deze plek heb ik al eerder geschreven – meerdere malen zelfs – over het achterstallige onderhoud bij de Rabobank waar nodig wat aan moet worden gedaan. De Rabobank is op zichzelf een prachtig instituut, dat geen aandeelhouders heeft en zich dus niet geroepen hoeft te voelen om aan druk uit die hoek toe te geven.

Op dit moment is dat zo ongeveer het enige voordeel van een al meer dan honderd jaar geleden gekozen structuur. Want het slagveld van de financiële markten – en dan vooral dat van de banken–- heeft zijn eigen dynamiek. Afgezien van de algemene problematiek van banken heeft de Rabobank twee heel specifieke problemen:

– de structuur met een groot aantal lokale banken, die tot op grote hoogte zelf handelingsbevoegd zijn;
– de financieringsstructuur met ledencertificaten.

Binnen de raad van bestuur rommelde het het afgelopen jaar flink; leden vertrokken, al dan niet met slaande deuren. De termijn van de president-commissaris zat erop.

Inmiddels is er een nieuwe voorzitter van de raad van commissarissen, Wout Dekker, en sinds zijn komst zijn er twee nieuwe bestuursleden benoemd die ontegenzeggelijk voor ander, nieuw bloed zorgen. Vorige week haalde de Rabobank internationaal het nieuws met het afschaffen van bonussen voor de top. Dat is een goed signaal; ik kan me nog eerder bonussen voor mensen op de werkvloer voorstellen dan voor de top.

Een van de nieuw benoemde leden van de raad van bestuur zal zich gaan bezighouden met het kantorenbeleid: de soms zeer autonome lokale Rabobanken. Die zullen steeds meer zelfstandigheid moeten opgeven en ook organisatorisch moeten gaan samenwerken. Eigen ICT-systemen en -projecten moeten verdwijnen, en daar zit alleen al vanuit het oogpunt van overzicht en kosten logica in.

Het vinden van alternatieve vormen van financiering, waarbij de ledencertificaten steeds meer in belang afnemen, zal de grootste opgave vormen. Jarenlang waren de certificaten voor de leden een leuke en veilige belegging. Maar nu duidelijk is dat ze ook tot het garantievermogen van de bank kunnen worden gerekend en dus bij problemen kunnen worden onteigend, zoals bij SNS gebeurde, hebben steeds minder leden er nog zin in.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, ASML, DSM, Heineken, KPN, Philips, Shell en Unilever en is Long in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr. Doom op Twitter.
———

Download de gratis app van Tablisto om ons maandblad op uw tablet te lezen
Volg HP/ De Tijd op Twitter