Laten we gewoon ophouden met de SER

Dit weekend werd bekend dat Wiebe Draijer, de opvolger van Alexander Rinnooy Kan bij de SER, het al na anderhalf jaar voor gezien houdt. Hij is de beoogde nieuwe topman van de Rabobank. De vraag wat hier oorzaak en gevolg is sla ik maar even over.

Gaat hij weg omdat de bank aan hem trok? Of was het zo duidelijk dat hij beschikbaar was dat de Rabobank hem – als optie 39 nadat alle topbankier vriendelijk hadden bedankt – dan maar benaderde.

Wiebe Draijer heeft een onberispelijk cv, net als zijn voorganger bij de SER. Daar ligt het niet aan, en voorlopig moet de Rabobank het daar mee doen: ‘onberispelijk’ is wat de bank nodig weer moet zien te worden. Dat Draijer geen enkele bankierservaring heeft, ik zou zeggen: houden zo, dat is een groot voordeel.

Maar eigenlijk wilde ik het hier vooral hebben over de SER. Met de SER is het zoals met heel veel gevestigde instituten. Zou je het nu nog bedenken als het er niet was? De beste jaren van de SER liggen achter ons, en dat is al heel lang zo. Ter objectivering pluk ik eerst maar eens wat informatie van de website:

De Sociaal-Economische Raad adviseert regering en parlement over de hoofdlijnen van sociaal-economisch beleid. De raad bestaat uit 33 leden, verdeeld over 11 vertegenwoordigers van werknemersorganisaties, 11 van werkgeversorganisaties en 11 kroonleden. Het secretariaat van de SER ondersteunt de raad in zijn dagelijks werk en telt 110 mensen: beleidsmedewerkers, secretaresses, stafmedewerkers en facilitaire medewerkers.

Klinkt allemaal enorm gewichtig en vooral polderend. Maar in de praktijk lijkt het er toch meer op dat politiek Den Haag zaken bij de SER over de schutting gooit om even van het gezanik af te zijn en tijd te kopen. Want bij de SER heerst een heel andere dynamiek dan je in tijden van crisis zou mogen verwachten. Juist de afgelopen jaren – waarin we onszelf opnieuw moesten uitvinden – zou je vanuit het chique gebouw aan de Bezuidenhoutseweg een niet ophoudende stroom aan doorwrochte adviezen verwachten. Ook daarover schreef ik hier al eens.

Onder Rinnooy Kan kabbelde het allemaal al lekker voort, en Draijer heeft het ook niet echt aan de gang gekregen. Uit zijn directe omgeving tekent Het Financieele Dagblad op dat Draijer na zijn aanvankelijke enthousiasme over de SER ‘ongelukkig’ was met het feit dat er zo weinig tot stand kwam. En dat het kabinet weinig tot niets met de SER en de adviezen doet. Ook zou er de afgelopen zeven (!) maanden niet één plenaire vergadering zijn geweest, omdat de aanleiding van zo’n vergadering een voorstel uit een van de SER-commissies zou moeten zijn. Dus bij gebrek aan voorstellen…

Intussen komen er allerlei agenda’s tot stand buiten de SER om.

Draijer vertrekt al na anderhalf jaar, en dat is een niet te missen signaal. Of er in Nederland genoeg wordt hervormd, daarover kun je flink van mening verschillen. Dat de SER daar in de voorkomende gevallen steeds meer de grote afwezige is, dat staat wel vast.