Het vaste dingetje van Arnold Heertje

Arnold Heertje werd deze week terug gefloten door de rechter. In zijn tirades tegen de Jeugdzorg mag hij geen vergelijkingen meer maken met de Tweede Wereldoorlog en de destijds toegepaste methodes. De gewraakte column is inmiddels van de website van RTL Nieuws verwijderd.

Die klap zal bij Heertje harder zijn aangekomen dan de meesten van ons kunnen vermoeden, want het blokkeert het misschien wel belangrijkste deel van Heertje’s instrumentarium.

Inmiddels heel lang geleden kreeg ik Heertje ook op mijn dak. In 1987 opperde de student Johan Doesburg het idee om een omstreden toneelstuk van Fassbinder, Het Vuil, de stad en de dood, op te voeren. Daarop kwam een stroom van overwegend negatieve reacties los van vooral geëngageerde Amsterdamse grachtengordel pseudo-intellectuelen. Het stuk zou antisemitisch zijn.

Zoals dat zo vaak gaat bij dit soort tumult wist bijna niemand waar het echt om ging, je kon het stuk niet in het Nederlands lezen of kopen. Dat was ook een deel van de charme, in genuanceerde discussies zijn maar weinig mensen geïnteresseerd.

Destijds was ik al betrokken bij de voorganger van HP/De Tijd, het toen nog wekelijks verschijnende Haagse Post. En zo kon het gebeuren dat ik aan de eindredacteur vroeg hoeveel woorden dat stuk eigenlijk bevatte. Als uitgever wilde ik weten of we de kennis van de deelnemers aan de discussie niet gewoon een zwaai konden geven door het stuk te publiceren. Het was immers niet verboden. Niet in Nederland, nergens.

Woedende abonnee
Dat aantal woorden viel best mee en dus publiceerde HP het stuk integraal omdat het er naar uitzag dat het toneelstuk onder alle bedreigingen nooit opgevoerd zou kunnen worden. Onder de bedreigers de destijds in Nederland wereldberoemde acteur Jules Croiset, die kort daarna door een fascistische groepering werd ontvoerd, althans dat was de officiële lezing.

Uiteraard brak toen ook de tering uit. Kort daarop bleek dat Croiset zijn eigen ontvoering in scène had gezet en ging hij in therapie.

Op enig moment kreeg ik via de abonnementen-administratie een woedende abonnee aan de lijn die zijn abonnement wilde opzeggen maar dat hoogstpersoonlijk ‘bij de directie’ wilde doen. Ik kon de man door de telefoon horen schuimbekken, ik was een antisemiet, ik wist niks van de Tweede Wereldoorlog en ook overigens zou het slecht met me aflopen.

U raadt het al: ik had Arnold Heertje aan de lijn.