Cabaretier Soundos El Ahmadi sneert naar AVRO en theaterwereld

Discrimineren, daar doen wij niet aan. Ja, Geert Wilders en zijn aanhang misschien, die ‘minder, minder’ scanderen in een Haags zaaltje. Of de man die een sollicitatiebrief kreeg en deze (per ongeluk?) terugstuurde naar de sollicitant zelf, voorzien van zijn commentaar: ‘Heb nog even gekeken, is niks. Ten eerste een donker gekleurde (neger).’ Maar wij, nette mensen? Natuurlijk niet.

En al helemáál niet als het gaat om mensen die Nederland sportiever, muzikaler, leuker en mooier maken. Zij die mooie doelpunten scoren voor Oranje, zij die zingen als nachtegaaltjes, zij die geweldig acteren, goeie grappen maken of prachtige verhalen schrijven.

Vergist u zich niet. Het interview van Robert Vuijsje met comedian Soundos El Ahmadi, dinsdag in de Volkskrant, maakt pijnlijk duidelijk dat er nog heel wat te leren valt.

Vuijsje interviewt elke week een bekende Nederlander, om erachter te komen welke rol afkomst speelt in een leven in Nederland. En in het geval van El Ahmadi blijkt die rol behoorlijk groot. Zo vertelt ze hoe de AVRO meer diversiteit wilde en speciaal voor haar een kindershow zou ontwikkelen, maar dat er op het laatste moment toch voor Kim-Lian van der Meij werd gekozen.

“Dat is hoe het gaat. In Hilversum zeggen ze gewoon: ‘Deze keer zoeken we geen Marokkaan, misschien nemen we volgende keer weer een exotische presentator. Dan vraag ik: ‘Jullie zochten toch een presentator?’ Daarna zeggen ze: ‘Ja, maar we hebben vorig jaar al een Surinaams meisje gehad.’ De redacties zijn helemaal blank en hanteren een soort quotum. Wanneer Ali B. in een programma is geweest, weet ik al dat ík daar voorlopig niet in zit.”

Maar dat is niet het enige. Volgens El Ahmadi bestaat er een Nederlands theater met een programmeur speciaal voor de allochtone artiesten. “Dat je om die reden in hun theater wordt geboekt. Eerst dacht ik, wow ik mag op dat podium staan. Toen ik hoorde over die programmeur voelde ik me zo vies, ik wilde meteen gaan douchen.”

Een ander pijnlijk voorbeeld is hoe de comedian op het vwo – “net als alle Marokkanen” – te horen kreeg dat ze beter met haar handen kon gaan werken, “wat kwam ik hier doen?”

Het grootste probleem is volgens El Ahmadi dat je het niet mag zeggen. “Autochtonen denken dat het niet bestaat, alle allochtonen weten dat het wel bestaat.”

Het interview met Soundos El Ahmadi kunt u hier (via Blendle) lezen.