Vintage- en retromoe (over zitkuilen, cassettebandjes en recyclepolitiek)

Ik ben er zo langzamerhand wel klaar mee. Al jaren is het aan de gang en er lijkt geen einde aan te komen. Vooral onder (oudere) jongeren is het razend populair. Ik heb het over oude troep. Niet gewoon oude troep, nee, jarenzeventigtroep. ‘Vintage’ heet dat met een mooi woord. Retro.

Ware klopjachten worden er gehouden langs kringloopwinkels, rommelmarkten en bij oude oma’s op zolder – naar gebloemde schortjurken, oranje Brabantia-koffiebussen, Polaroid-camera’s waar wazige of overbelichte foto’s kant en klaar uit rollen, analoge camera’s, platenspelers, eigenlijk zo’n beetje alles wat wij, veertigers, ooit dankbaar bij het oud vuil zetten omdat het spuuglelijk of gewoon zwaar onhandig was.
Cassettebandjes bijvoorbeeld. Geweldig design hoor, erg leuk voor op T-shirts, agenda’s of tassen, maar rete-onhandig in het gebruik natuurlijk. Je bleef heen en weer lopen om zo’n ding om te draaien als het aan zijn eind was, om maar niet te spreken van de talloze malen dat het dunne knispertape vastliep, zodat je met een pen in die gaatjes moest poeren om de meters tape weer op te winden. De jeugd zal mij nu waarschijnlijk niet-begrijpend aankijken, maar iemand van mijn leeftijd weet meteen waar ik het over heb.

Gekeramiekte plantenplotten
In het begin vond ik het best grappig. Zelf had ik niks met die jarenzeventigmode, blij als ik was dat we er eindelijk van af waren, van de bielzen in de tuin, de kurken vloeren, de helverlichte aquaria met tropische vissoorten die je vanuit de jarenzeventigzitkuil glazig aanstaarden terwijl onze ouders luisterden naar ABBA.
Maar zoals dat gaat in een moderne wereld, alles wordt gerecycled, zelfs de mode. En dat begrijp ik – ik accepteer deze wetmatige loop der dingen, maar naar mijn bescheiden mening slaan we nu een beetje door. Je kunt bijna geen eetcafé of kroeg waar ook in Europa meer binnenstappen of de vintage-en-retroziekte heeft er toegeslagen.
Kringloopwinkels, ook zoiets. Als paddenstoelen schieten ze uit de grond, druk bezocht door hipsters die na uren struinen dolgelukkig met hun bruin-oranje gekeramiekte plantenpot voor hun sansevieria weer op straat staan.

Liever een raket in de tuin dan een Rus in de keuken
Allemaal vrij onschuldig natuurlijk, en ik kan er best mee leven. Anders wordt het als ook de politiek besmet raakt met het virus. Het sudderde al een tijdje, maar nu is het dan toch een feit. Retropolitiek. Zaten we tot voor kort nog gewoon lekker in onze zitkuil naar Led Zeppelin te luisteren, nu hebben we er ineens een ouderwets huiveringwekkende koude oorlog bij. Net als vroeger. Gelukkig heb ik mijn buttons nog op zolder liggen, met ‘Liever een raket in de tuin dan een Rus in de keuken’ erop. Wie wat bewaart, die heeft tenslotte wat.

Muur
Ja, die buttons waren rond 1983, dat weet ik, maar dat is het mooie van revivals: ze groeien met onze grillen mee. Terwijl ik deze column schrijf, lees ik in de krant bijvoorbeeld dat Oekraïne een muur wil bouwen langs de grens met Rusland. Retropolitiek ten voeten uit. Goedkoop ook, want de bouwtekeningen van de Berlijnse muur liggen vast nog wel ergens in het stof te wachten tot een regerende macht volgens goed politiek gebruik de geschiedenis (weer) gaat overdoen.
Wie weet heeft het voormalige Stasibolwerk aan de Normannenstrasse in Berlijn (in de volksmond ‘het huis van de duizend ogen’ genoemd) nog wel iets liggen.

Regeren is vooruitzien
Super-vintage ook, zo’n betonnen muur. Hartstikke retro. Nu nog een zone met de bekende Todesstreifen erachter, wat landmijnen en rollen prikkeldraad, een stel geüniformeerde agenten in hippe VOPO-stijl en het plaatje is helemaal af. Zet er vervolgens een paar kunstenaars op en zo’n muur is meteen een investering voor later, voor de volgende revival, waarin-ie weer afgebroken en in delen verkocht wordt in kerstballen, kettingen en boekensteunen. Want regeren mag dan meestal niets meer zijn dan het oeverloos herhalen van fouten, soms, heel soms is het een kwestie van vooruitzien.

Ten slotte verneem ik tijdens dit schrijven dat dichter Gerrit Kouwenaar is overleden. 91 werd-ie. Een dichterswaardige leeftijd, als je het mij vraagt. Het heeft geen bal met mijn column te maken maar ik heb nu even geen zin in bijdehante bruggetjes. Dus bij dezen een plotseling gedicht. Van een groot dichter.

de zomer is grijs deze zomer

De zomer is grijs deze zomer
helder maar grijzer, doorzichtig maar zwaarder
alsof er een haarfijne as daalt over het eten

alsof men een eender lichaam geleden
kijkt naar zijn vader die beige en levend
het gazon van het paradijs maait

de zomer is grijs als melk in een beker
als brood in een oorlog, men hoort
het donker onder de stenen

Uit: Gerrit Kouwenaar: Helder maar grijzer – gedichten 1978-1996.
Querido, 1998.