Egyptische journalisten komen in opstand tegen zelfopgelegde censuur

Kniel als journalist voor de staat en je hebt je ziel verkocht aan de duivel – althans, zo is het volgens de westerse principes over onafhankelijkheid en vrijheid. In Egypte maakten zeventien kranten vorige week bekend dat ze kritische uitlatingen over de Egyptische staat voortaan achterwege zullen laten, voor een doel dat zij hoger achten dan gedegen journalistiek: de bestrijding van terrorisme.

Op 26 oktober kondigden de zeventien media aan zich voortaan te zullen onthouden van  kritische berichtgeving over de regering, om de strijd tegen het gewapende extremisme in Egypte te steunen. Daarmee bedoelen ze dat ze zich niet wantrouwend over de staat zullen uitlaten en geen beledigingen zullen uiten aan het adres van her leger, de politie of de rechterlijke macht.

Meer dan 350 journalisten tekenden gisteren echter een petitie tegen deze zelfcensuur. De zeventien kranten werden voorgegaan door een aantal Egyptische televisiezenders, die al eerder beloofden hun kritiek op de boven hen gestelden voortaan voor zich te houden. Vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief voor het beledigen van het Egyptische leger, zo verklaarde een van de zenders het besluit.

De persvrijheid staat in Egypte almaar meer onder druk. In oktober werd nog een editie van de grote krant Al Masry Al Youm in beslag genomen, vermoedelijk vanwege ontboezemingen van een inmiddels overleden topspion over de Egyptische geheime dienst. Ironisch genoeg had president Al-Sisi een paar dagen eerder in een interview met het Amerikaanse persbureau AP nog beweerd dat Egypte kon bogen ‘op echte persvrijheid’.

De strijd van de Egyptische staat tegen het binnenlandse en internationale terrorisme treft ook de journalistiek. In juni werden zo’n twintig journalisten veroordeeld omdat ze zouden heulen met de vijand. Zestien Egyptenaren, een Australiër, twee Britten en een Nederlandse, Rena Netjes, correspondent voor onder meer Het Parool en de NOS. Tien jaar had Netjes in een Egyptische cel moeten doorbrengen als ze het land niet was ontvlucht zodra ze erachter kwam dat ze op een lijst met terreurverdachten was gezet wegens vermeende steun aan terroristen van de Moslimbroederschap. In april veroordeelde Egypte 683 aanhangers van die beweging ter dood.

De journalisten die de bovengenoemde petitie tekenden (hier te lezen voor wie het Arabisch machtig is), houden vast aan hun principes inzake hun beroepsethiek: “De terroristen hebben gewonnen als zij de baas zijn over de media, maar datzelfde geldt ook voor de staat. Het bestrijden van terrorisme is een plicht en een eer, maar dat is iets heel anders dan het nationaliseren van de pers of het loochenen van de vrijheid van meningsuiting.”

Het vertrouwen dat de zeventien kranten en de tv-zenders zeggen te hebben in de Egyptische staat is wonderbaarlijk, als je bedenkt dat het leger de afgelopen drie jaar twee presidenten afzette, en dat de huidige president publiekelijk leugens vertelt over de persvrijheid in zijn land. Een gezonde pers is misschien niet het hoogste doel voor een samenleving die democratie nastreeft, maar wel een onmisbare eigenschap.