Recensie: James Wood – Hoe fictie werkt

Elke criticus moet een paar voorbeelden hebben. Inspiratiebronnen, graadmeters, spiekbriefjes. Je leest een roman, je kunt niet meteen onder woorden brengen wat je er zo goed of slecht aan vindt, en je denkt: hoe zou Karel van het Reve dit aanpakken? Anthony Lane? Of: wat zou James Wood doen?

Het is een houding die ook werkt in het dagelijks leven. Donderdagavond hield James Wood de vierde editie van de Gidslezing, in Amsterdam. Wood schrijft prachtige stukken over boeken in The New Yorker, The Guardian, The London Review of Books. Hij zou in De Rode Hoed spreken over de noodzaak van scherp observeren, in de literatuur én in het leven, hij zou zijn inspirerende verhaal voorzien van perfect gekozen citaten. Tsjechov, Tolstoj, Henry James.

Maar het was óók een winterse donderdagavond. Het goot, het stormde, het was koud. De lezing zou lang duren, de stoelen zouden oncomfortabel zijn – als je al een stoel kon bemachtigen. Waarschijnlijk zouden er na afloop vragen komen uit het publiek.

Na zo’n anderhalf uur lang de voor- en nadelen te hebben afgewogen, kwam de verlossing in de vorm van een simpele vraag. Wat zou James Wood doen? Zou hij op zijn rammelende fiets stappen, en zich dwars door de decemberregen naar een lezing van een Britse criticus slepen? Of zou hij de kachel nog iets hoger zetten en zich in zijn luie stoel laten zakken, met een geliefd boek bij de hand?

Lezen versus luisteren
Het werd de luie stoel. Het geliefde boek? Hoe fictie werkt. Auteur: James Wood. Het boek bleek bij de derde lezing nóg beter: de prachtige citaten, het inzoomen op details, de paginalange ontledingen van één zin, en dan het uitzoomen naar meer abstracte, algemene thema’s. Empathie, het bewustzijn, ons geheugen, hoe onze geest werkt, de manier waarop we een veelheid aan indrukken verwerken.

Het was inmiddels tegen half tien. In De Rode Hoed, vijf kilometer verderop, hoorden de toeschouwers dezelfde scherpe inzichten, dezelfde treffende voorbeelden uit de mond van de auteur. James Wood was ongetwijfeld een vermakelijke, interessante spreker. Maar een volle zaal haalt het niet bij een lege woonkamer. Een houten stoel niet bij een luie. En luisteren haalt het niet bij lezen. Dat zou James Wood ook vinden.

Lees het literair jaaroverzicht van Dries Muus in ons dubbeldikke winternummer dat nu in de winkels ligt, en hier online te lezen is.