Laura Marling, van wijze vrouw naar schattig zusje

Het is zot te beweren dat Laura Marling de beste singer-songwriter van deze tijd is. Muziek is geen wedstrijd. En al was het een wedstrijd, dan nog moest je zoiets niet beweren. Kijk naar het wielrennen. De een is goed in de bergen, de ander moet het hebben van zijn sprint en een derde presteert pas echt goed op de kasseien bij een graadje of vier Celsius, als de wind links van voren komt maar niet te hard, zeg een Beaufortje of drie, vier.

Laten we het er dus op houden dat Laura Marling een heel erg goede singer-songwriter is. Misschien wel de beste van deze tijd.

Je kunt daar met gemak honderd argumenten voor vinden. Ik noem er twee: haar timing en haar lak aan conventionele songstructuren. Ze begint en eindigt haar zinnen vaak net te vroeg of te laat en het is nooit intro-couplet-refrein-couplet-refrein-bridge-refrein-refrein-outro, zodat je niet al na een half liedje maar pas na een luisterbeurt of tien ongeveer begint te begrijpen hoe het in elkaar steekt.

(Je zou ook kunnen stellen dat juist het omgekeerde erg knap is. Dat je een standaardliedje kunt schrijven, een liedje dat al een miljoen keer eerder is gemaakt, en dat het toch een hit wordt. Dat heeft echter niet zo gek veel met het talent van de maker van doen, als wel met de ongeoefendheid, luiheid en desinteresse van de luisteraar.)

Vondelpark
Vijf jaar geleden, rond het verschijnen van Marlings tweede album I Speak Because I Can, interviewde ik haar in een hotelkamer nabij het Vondelpark. Zij was twintig, ik negen jaar ouder. Na elke vraag zweeg ze enkele seconden. Dan keek ze me aan zoals je naar het winkelend publiek in de Koopgoot kijkt, met een blik die het midden houdt tussen meelij en walging. Ze antwoordde in afgemeten quotes vol verbluffende wijsheid, die ik een-op-een op papier kon zetten. Haar blik en intellect maakten me nederig en onzeker. Op haar antwoorden wist ik niet anders te reageren dan met een volgende vraag. Het werd geen gesprek. Na een kwartier stond ik buiten.

Ik kan het interview niet terugvinden, maar ik herinner me goed wat ze zei over haar eerste album. Ze voelde zich de trotse grote zus van haar jongere ik. Daar ben ik nog altijd jaloers op. Als ik iets van mezelf teruglees dat ouder is dan een jaar, dan schaam ik me dood.

De truc is natuurlijk om er zelfvertrouwen uit te putten. Blijkbaar ben je vooruitgegaan. Mij lukt dat niet. De loser die mijn jongere ik was, werkt negatief door in mijn zelfbeeld.

Intens blij
Niet dat het u veel aangaat, maar ik heb geen jongere broer of zus. Sinds dat interview met Laura Marling ben ik daar intens blij om. Stel je voor dat zij je zusje is. Je zou kruipend door het leven gaan.

Deze week verscheen de clip van Gurdjieff’s Daughter, afkomstig van Marlings vijfde album Short Movie. De kille, wijze vrouw van weleer blijkt een schattig meisje geworden. Er ging een banale quarterlife crisis aan vooraf, met alle existentiële vragen van dien. Ze is er vriendelijker uitgekomen. Aardser ook. In de one shot-video huppelt ze op zoek naar aandacht door een vakantiehuisje. Allemaal in scène gezet natuurlijk, maar de choreografie en slecht geacteerde blikken zijn slechts een glazen façade waarachter haar onzekerheid helder blinkt. Het mooiste: ik erger me dood aan haar. Eindelijk. Ik wou dat ik zo’n zusje had.