Verbied het betreuren van ophef

Mensen doen domme dingen. Ook politici is niets menselijks vreemd en op zichzelf geeft dat niet. Moreel gezien ligt de standaard misschien wat hoger voor volksvertegenwoordigers (‘voorbeeldfunctie’), maar je mag ook als politicus wel eens een glijer maken.

Het proces dat zich dan voltrekt gaat meestal als volgt in zijn werk: politicus doet domme uitspraak (al dan niet op twitter), mensen (twitteraars) gaan daar heel veel #ophef over maken, politicus krijgt vanuit de partij te horen dat hij de #ophef moet betreuren. Storm, glas water, klaar.

Van dat betreuren van ophef krijg ik echter overal jeuk. Het wekt namelijk de indruk dat er excuses worden gemaakt, terwijl dit geenszins het geval is. Neem de fractievoorzitter van de Gelderse VVD-fractie die roeptoeterde dat hij er recht op had om eerste klas in de trein te mogen reizen, omdat hij zijn werk voor de burger deed en niet voor hemzelf. Een beetje (nogal) dom natuurlijk, waarna hij onder druk van de partij zijn ‘excuses’ maakte:

“Als ik me had gerealiseerd dat het zo’n ophef zou veroorzaken, had ik die opmerking niet gemaakt”.

Dat is dus niet zeggen dat je een beetje (nogal) dom bent geweest, maar zeggen ‘ik had me niet gerealiseerd dat er mensen met zulke tere zieltjes rondliepen die hier aanstoot aan zouden nemen’. Ophef kun je altijd betreuren, het is niks waard. Je kunt Sepp Blatter heten en de ophef rondom de FIFA betreuren of bestuursvoorzitter van ABN Amro zijn en de ophef over topsalarissen betreuren.

Het is eigenlijk de meest laffe optie: je neemt je woorden niet terug, maar durft er ook niet nog eens achter te gaan staan. Zoals inmiddels het ‘over je eigen schaduw heenspringen’ not done is geworden als politiek cliché, hoop ik dat er snel een verbod komt op de laffe lege huls van het ophefbetreuren.