Het nauwelijks-vier-ton-winst-gehannes van PSV tegen Manchester United

Dinsdagochtend las ik op het Campo San Barnaba – een Venetiaans doorgangspleintje met als voornaamste bekoring dat de tosti’s er bestaan uit een snee wit en een snee bruin brood – een artikel van Mark Misérus, van de Volkskrant.
Het stuk betrof de verschillen tussen PSV en Manchester United, later die dag – zo ongeveer rond de tijd dat ik voor de tweede keer de verkeerde koffer van de bagageband zou plukken – zouden die twee het tegen elkaar opnemen.
Misérus’ artikel bestond uit vier vergelijkingen: trainers, budgetten, Europese historie en nieuwkomers.
Ik bleef haken aan het kopje ‘budgetten’, en dan vooral aan de volgende zinnen: ‘PSV zette vorig seizoen 63 miljoen euro om en maakte een winst van 400 duizend euro. Manchester had een omzet van 593 miljoen euro, de winst bedroeg 33 miljoen.’
Alle geloof in iedere andere afloop dan een veegpartij werd daar, op datzelfde moment, op dat Venetiaanse plein met een (door mezelf) half aangevreten tosti op tafel, de gracht ingebezemd. Het ging een inmaakpartij worden in Eindhoven, het geloof in het Nederlandse voetbal zou het genadeschot krijgen van z’n belangrijkste profeet, de trainer die zijn teams over water zou kunnen laten lopen als hij dat zou willen, maar die daar slechts om balcirculatiegerelateerde redenen vanaf ziet.

En dan nog iets met Calimero
PSV – Manchester United zou het symbool worden voor alles wat rot is aan het internationale voetbal (lees: de internationale sport, lees: de wereld). Geld is alles, succes is te koop, de duivel schijt op de grote hoop en in Nederland moesten we het voortaan maar doen met sterspelers als Luuk de Jong. Aardige jongen, Luuk, voor tegen Cambuur en NEC, maar bij lange na geen vijftig miljoen kostend toptalent van AS Monaco. Daar ging het om, in het voetbal, om flapgewapper, tot alle spelers uit alle windstreken voor je kwamen spelen, net zolang tot Traditionsvereine als PSV en Club Brugge en FK BATE Borisov nog slechts echo’s van vroeger zouden zijn, schillen van clubkleuren en seniele oud-spelers waarin alleen nog een enkele manke jeugdspeler en een zielige omzet van een miljoentje of zeventig te vinden was.
Als PSV – Manchester United ons iets zou leren, dan wel dat het voetbal zoals wij dat kenden om zeep is geholpen. Door de spelers, door de media, door Twitter, door Blatter, door SBS, door koptelefoons, door kunstgras, door digitale reclameborden voor digitale advertenties, door spelersvrouwen, door Mourinho, door matchfixing, door Murdoch, door buscombi’s, door statistici, door het verdwijnen van de Derbystar-bal, door de Arenacard, door sjeiks, door staatssteun, door journalisten, columnisten, analisten, spiritisten, optimisten. Eigenlijk door iedereen, behalve door onszelf. PSV – Manchester United ging ons een spiegel voorhouden, een Mickey Mouse-pet opzetten, een laatste lesje realiteitszin geven, ons met de neus op de feiten drukken, ons op onze plek zetten, de verhoudingen duidelijk maken, het einde van een tijdperk inluiden, het geld laten zegevieren en dan nog iets met Calimero.

Je hoefde eigenlijk helemaal niet meer te kijken naar PSV – Manchester United – je gaat ook niet kijken naar een film waarin de held na vijf minuten in een bak met sneldrogend cement springt. Nog een geluk dus dat ik rond de tijd van dit definitieve demasqué in de trein zat. Hoefde ik de werkelijkheid – dat de kloof tussen rijk en Schofterig Crimineel Rijk definitief onoverbrugbaar is geworden – niet live mee te maken. En bleef me dat armzalige Eindhovense nauwelijks-vier-ton-winst-gehannes godzijdank bespaard.