Chips is prachtige metafoor voor muzikaal falen

Ik herinner me dat Croky bolognesechips op de markt bracht. Dat was groot nieuws. Naast paprika en naturel had je eindelijk een alternatief. Ik was zo blij als een kind. Ik wás trouwens een kind. Het gebeurde in 1984, ik was drie jaar oud en had geen idee hoe je ‘bolognese’ zei.

(Ik weet nog steeds niet precies hoe je ‘bolognese’ zegt; zoals ik het uitspreek komt het mij eerder Frans dan Italiaans voor).

De kans is aanwezig dat het een valse herinnering betreft, dat ik dat hele bolognese-verhaal in werkelijkheid pas later (onbewust?) verzonnen heb en in dat verzinsel ben gaan geloven. Zeker is dat er geen dag voorbij gaat, bij wijze van spreken dan, of er ligt een nieuwe chipssmaak in de schappen. Deze week kwam ik tegen: stokbroodje-kruidenbotersmaak en fajitawrapsmaak. Die waren van Lays, niet van Croky, maar dat doet er niet toe. Chips is geen muziek en ook geen cola. Er bestaan geen twee kampen zoals met Oasis en Blur of Pepsi en Coca. Iedereen eet alle chips, onafhankelijk van het logo dat erop staat. De wereld zou een mooiere plek zijn als we alles zouden benaderen alsof het chips is. Onbevooroordeeld en met onvoorwaardelijke liefde.

Ter illustratie
Deze column moet over muziek gaan, daar zijn afspraken over gemaakt. Die chips is bedoeld ter illustratie van wat muzikanten vaak verkeerd doen. De eerste albums van een band zijn vaak de beste. Bands zijn nog fris en brengen een geluid dat niemand ooit gehoord heeft.

(Het lijkt onvoorstelbaar dat er elke dag artiesten opstaan die weliswaar ergens op lijken, maar toch een eigen geluid hebben. Dat is minder knap dat het lijkt. Ga eens na hoeveel mensen je kent, persoonlijk en van televisie. Allemaal herken je ze aan hun stem. Een uitermate fascinerend gegeven, maar het maakt die muzikanten er niet uitzonderlijker op.)

Herhalingsoefening
Na een album of drie, vier, bekruipt je het gevoel van nu-weet-ik-het-wel. Het begint een herhalingsoefening te worden, alleen zonder het verrassingseffect en de spontaniteit van voorheen. Wanneer artiesten dit zelf in de gaten krijgen, willen ze het nog wel eens geforceerd over een andere boeg gooien. Dat werkt bijna nooit. Je moet niet aan de basis willen rommelen. Je bent een gefrituurd aardappelschijfje, daar doe je niks aan. De variatie moet je daarbuiten vinden, in vergezochte smaken, zodat het onmiskenbaar chips blijft en tegelijkertijd iets nieuws wordt.

Een goed voorbeeld hiervan is de Nederlandse rapper Sticks. Deze week bracht hij zijn zoveelste album uit, Dazzled Sticks. Hij maakte het samen met Tjeerd Bomhof, bekend van poprockband Voicst. De woordkeuze, de raspende stem, de timing; het is nog steeds onmiskenbaar Sticks, maar nu in electropop met corny refreintjes-smaak. Net als op bijna al zijn andere albums klinkt hij vertrouwd en nieuw tegelijk. Waar ik bij de meeste van Sticks’ collega’s niet verder kom dan twee, heb ik Dazzled Sticks in twee dagen tijd al vijf keer gedraaid.

Het album Dazzled Sticks kun je hier downloaden. Gratis of, indien je het kunt missen, voor de prijs van een paar zakken chips.

Foto: IAMKAT