Er valt weer wat te lachen aan de pomp, al is dat geen goed teken

De sfeer op de aandelenbeurzen in de eerste twee weken van 2016 laat zich het beste omschrijven door de Queen & David Bowie-klassieker Under Pressure, die deze week weer veelvuldig werd gedraaid op de radio vanwege het overlijden van de Britse popicoon. In het refrein zingt David Bowie, die in de jaren negentig ook op Wall Street pionieerde met de introductie van Bowie Bonds: ‘It’s the terror of knowing, What this world is about, Watching some good friends, Screaming, let me out!

Na het dramatische begin van het nieuwe jaar bleef het herstel deze week uit. Door de ‘My First Sony‘-houding van de Chinese beursautoriteiten is het vertrouwen van beleggers in China gezakt tot het nulpunt en de experts van de grote banken overtroffen elkaar deze week met doemrapporten en adviezen om vooral weg te blijven.

Ook dook de olieprijs deze week voor het eerst sinds december 2003 onder de 30 dollar per vat. Dat is toch goed nieuws, denkt u. Eindelijk valt er weer wat te lachen aan de pomp en de goedkope brandstofprijzen zijn positief voor de economie als geheel. De consument heeft meer te besteden en de producent heeft lagere productiekosten. Een win-winsituatie. Maar als dat waar is, waarom groeit de economie dan niet als kool?

Om die vraag te beantwoorden dient eerst te worden gekeken naar de oorzaak van de duikelende olieprijs. Indien de oorzaak puur aan de aanbodkant ligt is dat positief voor de economie. Voor een deel is dat het geval. Saoedi-Arabië, de grootste olieproducent ter wereld, pompt op volle toeren het eens zo zwarte goud uit de grond om zijn marktaandeel te verdedigen en concurrenten met hogere productiekosten uit de markt te drukken. Ook andere olieproducerende landen als Rusland blijven de markt overspoelen.

Het wordt echter steeds duidelijker dat de lage olieprijs in plaats van een stimulans voor de economie een symptoom is van een zwakke wereldwijde vraag. Kortom, producenten gebruiken minder olie omdat het economisch helemaal niet zo lekker draait. Er is dus niet alleen sprake van een overaanbod, maar ook van een afzwakkende vraag.

Je hoeft geen econoom te zijn om te snappen dat de oliemaatschappijen hard worden getroffen door de val van de olieprijs. Zo kondigde de Britse oliereus BP deze week aan ten minste 4000 man te ontslaan vanwege de lage olieprijs. En helaas, wij lijden direct door eigen beleggingen dan wel indirect via onze pensioenfondsen met ze mee, of we dat nou willen of niet.

Vooral onder de Amerikaanse producenten van schalie-olie begint de kaalslag zichtbaar te worden. Die hebben een olieprijs van rond de 50 dollar per vat nodig om te kunnen overleven en men verwacht dat de helft failliet zal gaan. De Saoedische oliesjeiks lijken daarmee hun zin te krijgen. Echter of ze daar lang de vruchten van kunnen plukken is nog maar de vraag. De olieproductie van een schalieveld is eenvoudiger stil te leggen en bij een stijgende olieprijs sneller en goedkoper weer in productie te nemen dan de traditionele oliebronnen.

De lage olieprijs raakt ook de spaarder in de portemonnee. Door de goedkope olie blijft de inflatie laag of afwezig en zal de Europese Centrale Bank (ECB) de rente in de eurozone extreem laag houden. Voor iemand die een lening wil afsluiten is dat gunstig. Echter, voor een schuldenaar is de lage inflatie minder positief, wat hoe minder geldontwaarding des te hoger zijn schuldenniveau.

Ook kwamen bijna alle gerenomeerde banken deze week met nieuwe voorspellingen voor de olieprijs. Zoals u weet zijn die notoir onbetrouwbaar. Waar de kenners elkaar een paar jaar geleden nog probeerden te overtreffen met voorspellingen oplopend tot 200 dollar per vat zorgt het kuddegedrag nu voor een neerwaartse spiraal en regelrechte Armageddon-scenario’s. De een zegt 30 dollar, de ander 20 en zelfs een duikeling tot 10 dollar per vat wordt voorzien.

De experts van Royal Bank of Scotland (RBS) voorspellen een prijsdaling tot 16 dollar per vat en waarschuwen hun klanten dat het ‘heilige’ dividend van de oliemaatschappijen niet zo veilig is als gedacht. Zij adviseren in een deze week verschenen doemrapport alle aandelen te verkopen en alleen vast te houden aan hoogwaardige staatsobligaties, niet om rendement te behalen maar om kapitaal te behouden. Hoe eerder u daarmee begint hoe beter, want het wordt volgens RBS dit jaar dringen bij de nooduitgang.

Ook de Amerikaanse bank JPMorgan adviseert zijn klanten voor het eerst in jaren om aandelen te verkopen bij een kortstondige opleving van de beurzen en bij een koersval niet meer bij te kopen. Kohlberg Kravis Roberts (KKR) raadt minder ervaren beleggers aan weg te blijven van de huidige markt. Volgens de Amerikaanse investeringsmaatschappij zijn de huidige marktomstandigheden te vergelijken met het zwemmen in een zee met een sterke stroming die de minder ervaren zwemmer fataal kan worden. U bent gewaarschuwd.