Op de Bosuil blijft de tijd stilstaan, maar Antwerp kijkt vooruit

Voor de eerste keer in jaren maakt Royal Antwerp FC, het Sparta van België, kans op promotie naar de Eerste Klasse. Na jaren van wanbeleid en financiële problemen gloort er weer hoop voor de fans van de oudste club van België. Een reportage vanuit de ‘Hel van Deurne’. 

“Let niet op ons”, zeggen twee mannen tegen me die voor me in de rij lijken te staan in de kleine fanshop van het Bosuilstadion van Royal Antwerp FC. “We horen hier inmiddels bij het meubilair. Ze hadden hier ook voor planten kunnen kiezen, maar kwamen toch bij ons terecht”, grappen de twee. Met hun zwarte mutsen met Antwerp-logo en bomberjacks zou je ze op het eerste oog liever niet tegen het lijf lopen in een van de donkere steegjes rond het uit 1923 stammende stadion. Maar juist die gemoedelijkheid typeert Antwerpenaren uit het stadsdeel Deurne, vinden de twee. Onder het ruwe bolster schuilt vaak een man van ’t stad die graag een pintje drinkt en in het weekend naar de Bosuil trekt.

Terugkeer
Toch is het pas sinds dit seizoen weer vol in het stadion. De twaalf  jaren in de Tweede Klasse vreten aan de fans van RAFC. Hun club, de oudste club van België en bezitter van stamnummer 1, hoort maar op één plek thuis: tussen de topclubs in Eerste Klasse. Die terugkeer naar het ‘Eerste’ is na jaren van rampspoed en dramatische resultaten eindelijk weer in zicht voor The Great Old. Met coach David Gevaert en een frisse lichting spelers staat RAFC met nog tien speelronden voor het eind koploper van de Tweede Klasse.

Supporterscollectief
Het huidige succes brengt de fans weer terug het stadion in, maar de goede resultaten zijn niet de enige reden waarom de supporters weer met optimisme naar de toekomst kijken. Antwerp heeft sinds afgelopen zomer in navolging van Engelse voorbeelden als Portsmouth een organisatorische structuur waarbij de fans, in de supporterscoöperatie ACT as 1, altijd het laatste zegje hebben in de besluitvorming. Daarmee is Royal Antwerp FC als enige voetbalclub in de lage landen in handen van haar eigen supporters. RAFC is dus een fijn tegengeluid in een voetbalwereld waar geld – of het nu uit China of Qatar komt – allesbepalend is geworden.

Er zal nu niet een eigenaar, zoals Maged Samy bij Lierse SK, zijn die de club omtovert tot zijn eigen speeltje, of erger, de club laat verhuizen naar een onpersoonlijk betonkolos langs de snelweg. En onpersoonlijk is het bij RAFC allerminst. Terwijl ik een uur voor de aftrap voor de fanshop sta te wachten, word ik zo voorbijgelopen door een van Antwerpspelers. Hij loopt eerst naar z’n auto om daarna vertwijfeld de fanshop in te duiken. Niet veel later komt hij naar buiten, een extra warm trainingsshirt onder z’n arm. Het is voor deze warme winter verdomd fris en hij zal het extra laagje kledij nodig hebben.

Hel van Deurne
Op de tribunes zelf is een extra jasje totaal niet nodig, want een trip naar de Bosuil is eigenlijk een reisje met de teletijdmachine naar de jaren dat voetballers nog Piet Kruiver heetten en wedstrijdbeelden in het polygoon journaal werden vertoond. We staan op een compleet uitverkochte Tribune 2, een van de twee overgebleven restanten van de Hel van Deurne, waar Oranje het in oude edities van de Derby der Lage Landen altijd zo moeilijk had. De rijen houten bankjes zien eruit of ze sinds 1923 hooguit een likje verf hebben gehad, de donkere catacomben van de tribune kunnen zo in een horrorfilm en uit de speakers komt nauwelijks geluid.

Bij het oplezen van de opstellingen is het door het gekraak nauwelijks te horen van welke ploeg nu de spelersnamen worden doorgegeven. Gelukkig helpt de fanatieke aanhang op vak MM een handje door tijdens het oplezen van het lijstje namen van tegenstander Seraing United zo hard te fluiten dat het duidelijk is dat dat niet hun geliefde Antwerpspelers zijn. Wie er nu voor de tegenstander spelen, geen idee.

Paal voor je kop
De wedstrijd zelf kent maar drie hoogtepunten. De goedverdoemme’s schallen over de tribune wanneer Seraing in de 27ste minuut op 0-1 komt. Het is een rommelig doelpunt – een verre vrije trap wordt het zestienmetergebied ingeslingerd en de bal wordt door een Antwerpenaar tegen de eigen touwen geknikt. Zo lijkt het, want het zicht op de situatie wordt me ontnomen door een draagpaal van het tribunedak waar we achter staan. Zie dat de moderne voetbalfan uit te leggen: een doelpunt missen omdat je het simpelweg niet kunt zien door een paal die je het zicht op het veld ontneemt.

Tien minuten later breekt The Great Old uit en wordt er gescoord. De neergeslagen sfeer op de tribune verandert in een eruptie van vreugde. Maar dat is van korte duur. Scheidsrechter Laforge heeft voor het net bolde al gefloten. Antwerp krijgt een penalty en een verdediger van Seraing mag gaan douchen. “Tien, tien, tien,” wordt er voorzichtig geroepen. Maar dat optimisme verdwijnt wanneer de strafschop niet in het doel verdwijnt en er nog meer goedverdoemme’s klinken. Zou het dan toch niet de avond van RAFC worden?

Trotse koploper
Het is die dunne lijn van optimisme en negativisme die het voetbalbestaan typeert. Hoop en vrees liggen in de tweede helft ook dicht bij elkaar. RAFC zet Seraing met de rug tegen de muur en beukt steeds harder richting het doel van de Walen. Throwing everything, but the kitchensink, zeggen de Engelsen dan. Zelfs doelman Nicaise Kudimbana probeert het in de allerlaatste minuut met een spectaculaire omhaal, maar het mag niet baten. Antwerp verliest haar tweede wedstrijd op een rij, en ziet haar voorsprong aan kop van de Belgische Tweede Klasse slinken tot vijf punten.

Toch houdt The Great Old de promotiekansen in eigen hand. Dat is ook het overheersende gevoel onder de fans bij het verlaten van de Bosuil. Royal Antwerp FC heeft al genoeg jaren gediend als meubilair van de Tweede Klasse en na jarenlange stilstand is de club weer op weg naar waar het thuishoort. Come on you Reds, klinkt het nog een keer door de donkere catacomben van het oude stadion. Het voorgerecht zit erop; het is tijd voor een frisse pint.