Cristiano Ronaldo leest een boek

De vriendin wilde iets leuks doen. Iets echt leuks. Iets zo leuks dat het met gemak de hele zondag in beslag zou nemen.
‘Ik hou je niet tegen,’ zei ik.
‘Sa-men, zei ze, op de toon waarop andere mensen “na-zi’s” zeggen.

Ieder ander rijst op zo’n moment op uit de bank, wrijft z’n handen vergenoegd tegen elkaar en zegt: ‘Weet je wat wij vandaag gaan doen? Iets leuks. En wat dat is, mag jij helemaal zelf verzinnen. Ik vind namelijk alles leuk. En als het ene leuks voorbij is, of verregend, plakken we er gerust nog iets kleins leuks aan vast.’ Topdag.
Maar ja, ik ben ieder ander niet en ieder ander kent de vriendin niet. De vriendin heeft vrij specifieke ideeën over leuke dingen en die ideeën stroken zelden met de mijne, die vaak wat abstracter, maar daarom niet minder dringend aanwezig zijn. Haar leuks is kortom het mijne niet.
‘Ik wil,’ zei ze ‘kanoën op de Linge. En daarna kersen kopen, ijsje halen en naar het Museum Speelklok en Pierement en daarna lekker Ethiopisch eten.’
En ik wil, dacht ik, eerst vier uur Luik-Bastenaken-Luik kijken, daarna een helft van Sevilla tegen Betis en dan de bekerfinale tot het bittere eind. Ik wil net zo lang op de bank liggen tot ik in Jan Joost van Gangelen veranderd ben.
Maar dat zei ik niet. Ik zei: ‘Ik weet het niet zo.’
Dat werd dus kanoën.
Nou ja, meer ijszeilen, want de trein was de Betuwe nog niet binnengebolderd of boven de inleidende fruitbomen troepten er wolken samen tot een onheilspellende flashmob van grijs en zwart.
De vriendin – jurkje, strohoed, slippers – zei: ‘Waait wel over’ en ging verder met het insmeren van de onderbenen.
Ja, overwaaien, dat deed het, maar niet voor april had gedaan wat-ie wou en boven ons bootje een misselijk mengsel van sneeuw, hagel en ijsblokjes had geloosd. De vriendin rilde als Johan van der Velde op een trilplaat op de top van de Gavia.
‘Eerst een ijsje of gaan we ineens door naar Speelklok en Pierement?’
‘Ach vent, zak erin.’

Lezenlezenlezen
In het trappenhuis waarde iets zoets rond. Vreemde geur. Het zoet van het duurdere haarproduct. Het soort zoet dat je soms in het voorbijgaan kan ruiken, als je tenminste soms voorbijgaat op het Filmfestival van Cannes. Zelf zal je nooit zo zoet ruiken, al ga je een week in dat spul liggen weken.
‘Ik ken die geur,’ peinsde ik.
‘Ik ook,’ klappertandde de vriendin – jurkje doorweekt, strohoed op half zeven en nog maar 1 slipper over. ‘Die gek, die ruikt zo.’
Op het fornuis stond een enorme pan soep te stomen en in de keuken rommelde de wasmachine. Ergens binnen in mij zwengelde iemand de ergernis aan.
Ik opende de deur van de woonkamer en keek onmiddellijk in de richting van onze luxe tweezitsbank.
Ik wist wie ik er verwachtte.
Maar er zat niemand.
De vriendin – pyjama en badjas in de hand, ziel onder de arm – kwam melden dat-ie boven lag. In bed. Een vreemd verhaal, aangezien wij al een paar jaar in een appartement wonen. We hebben geen boven, zoals we ook geen beneden hebben trouwens. Maar verdomd, daar lag-ie, het gepommadeerde haar kleefde aan de kussens.
Het zoet hing om hem heen als de geur van corruptie om Sepp Blatter.
De vriendin verdween zonder verder commentaar in de badkamer en de nummer 7 van Real Madrid stak slechts zwijgend zijn rechterhand op, een soort poppenhandje trouwens, zeker vergeleken bij de rest van dat marmeren lijf. Met de linker hield hij Hoe sterk is de eenzame schaatser open, Erik Dijkstra’s biografie van schaatser Hans van Helden.
‘Even wasje draaien,’ zei Cristiano Ronaldo. Nu pas zag ik dat hij een bril droeg. Nou ja, bril… een ruimteschip met patrijspoorten was het.
‘Ik zag het. Wat lees je?’
‘Shortlist van de Nico Scheepmaker Beker 2016.’ Hij wees op een bescheiden lectuurstapel op het nachtkastje.
‘Juist ja. Deed je daarom niet mee tegen Rayo Vallecano?’
‘Jij snapt het. First things first. Lezenlezenlezen.’
We zwegen. Beneden – waar dat dan ook was – centrifugeerde de machine en klonk het ruisen van een heet bad dat werd gevuld, af en toe afgewisseld met een blaffende, ongastvrije hoest.
‘Waar is dit eigenlijk voor?’ vroeg Cristiano Ronaldo en viste met zijn vrije hand iets van onder de dekens vandaan.
‘Leg dat maar even terug,’ zei ik.

Het restant van de middag verliep als volgt: de vriendin lag in bad te mokken, Cristiano Ronaldo lag boven (nou ja) in bed te lezen en ik keek Luik-Bastenaken-Luik.
Wout Poels won, de Portugese kampioen Rui Costa werd derde en van boven klonk een hartgrondige maldição. Zat ie toch stiekem op z’n iPad te kijken.
’s Avonds aan tafel spraken we over sportliteratuur, over Roy Schuiten en Jean Nelissen en Pim Mulier (waren we voor) en corruptie bij de FIFA (waren we tegen).
De vriendin hing intussen de was op.
Een koninklijk witte was.
‘Zou jij je biografie ook door Michel van Egmond willen laten schrijven?’ vroeg ik.
Cristiano Ronaldo schudde zijn hoofd. ‘Het is natuurlijk prachtig voor het boek in het algemeen en het sportboek in het bijzonder dat die boeken zo goed verkocht worden. Ik heb ze ook met plezier gelezen, maar zelf zoek ik iets anders. Iets, hoe noem je dat, no offense, iets gelaagders. Ken je Tonnus Oosterhoff? Wouter Godijn? Ivo Michiels, Het Boek Alfa? Weergaloos.’
Terwijl ik een aanloopje nam om mezelf als potentiële biograaf naar voren te schuiven, klonken de eerste tonen van het Harrie Jekkers-nummer ‘Ik hou van mij’.
‘ O, telefoon. Excusez-moi. Ha, Ad. Ja, net uit. Alle vijf. Oh, jullie hebben al vergaderd… En? Echt? Maar hoe kun je nu een boek kiezen dat zo haaks staat op alles waar Nico Scheepmaker – wat? Dat kan wel zijn, maar daar ga ik dus niet mee akkoord. Wat? Nou, al noem je het honderd keer democratisch, dan nog ga ik er niet mee akkoord. Nee, ik zeg niet dat het geen goed boek is, het zijn allemaal goeie boeken – al mogen ze natuurlijk nog niet de schoenveters vastmaken van een Sybren Polet of een Jacq Vogelaar. Maar goed: wie wel? Mijn probleem is dat ik niet ga stemmen als ik bij voorbaat al weet dat ik niet win. Prima, maar dan kom ik ook niet naar de uitreiking en dan eis ik dat jullie nergens publiceren dat ik zou komen. Even goeie vrienden. OK, dag Ad.’
‘Wat was dat?’ vroeg ik.
‘Ad,’ zei Cristiano Ronaldo.
‘We kunnen eten,’ zei de vriendin.
‘Weet je trouwens wat het morgen voor dag is?’ vroeg Cristiano Ronaldo.
De vriendin haalde haar schouders op.
‘Sterfdag van Maurice Roelants. Van Forum, weet je wel? Ter Braak, Du Perron, Eddy, Menno, die club. God, als die nog geleefd hadden, was mijn biografie al lang af.’

Gastjury
De volgende ochtend was het wasrek leeg en Reals nummer 7 verdwenen. De boekenkast in de kamer oogde alsof iemand hem een tand had uitgeslagen. Nadere bestudering leerde dat de hele afdeling “Franse filosofen” was afgegraasd. Lacan, Barthes, Foucault; allemaal totalement disparu.
Op tafel lag de shortliststapel voor de Nico Scheepmakerprijs 2016. Bovenop lag een klein, in middelbareschoolmeisjeskrullenletters gesteld gastjuryrapportje, dat ik, na lezing, onmiddellijk diende te verbranden.
Heb ik gedaan. Waar ben je anders vrienden voor?