Vincent Bijlo: ‘Zienden zijn maar treurige types’

De cabaretier, schrijver en columnist vertelt over de Nacht van de Nacht

Komende zaterdag (28 oktober, red.) wordt voor de dertiende keer de Nacht van de Nacht georganiseerd om aandacht te vragen voor energiebesparing en de schoonheid van het donker. In gesprek met ambassadeur Vincent Bijlo (58).

Pal onder mijn slaapkamerraam staat een lantaarnpaal, ik heb daar last van.
“Ja, die kunnen tegenwoordig worden gedimd. Lantaarnpalen worden steeds slimmer. Maar, lantaarnpalen zijn vooral bedacht om het veilig te houden ’s nachts. Dus dat is een volkomen ander fenomeen dan bijvoorbeeld lichtreclame.”

Wat is dan precies het probleem van lichtvervuiling?
“Lichtvervuiling is licht dat helemaal niet nodig is, dat bijvoorbeeld wilde dieren wakker houdt. Die lichtreclames kunnen we bijvoorbeeld allemaal missen. Ik zie ze niet, maar ik mis volgens mij helemaal niets.”

“We moeten geen DDR worden, in het Oostblok had je steden die ’s nachts volkomen donker en uitgestorven waren, maar het is natuurlijk onzin dat midden in de nacht lichtreclames draaien. Hetzelfde geldt voor mensen die overal in huis het licht aan laten. Het is zo zonde. Alles wat je weg kunt laten aan energie, moet je niet gebruiken.”

Nacht van de Nacht
Vincent Bijlo tijdens een try-out in de Stadsschouwburg in Utrecht. Beeld: ANP/Olaf Kraak

Waarom doen we dat niet?
“Dat is eigenlijk heel gek. Maar Nederlanders denken altijd dat ze veel beter zijn dan ze in feite zijn. Er is hier geen goed klimaat voor innovatieve ondernemers. Het milieu wordt vaak geframed als links thema, maar dat hoeft het helemaal niet te zijn. Als je als VVD’er zonnepanelen aanschaft, heb je een fantastisch rendement. En als je ziet hoeveel banen er in Duitsland gewonnen zijn met investeringen in de duurzame sector. Dat is veel meer dan hier.”

In de promo zeg je dat je zienden maar zielige types vindt.
“Ja, tuurlijk. Dat zijn hele treurige types. Heel Nederland valt over het haar van Matthijs van Nieuwkerk, dat zijn uiteraard de zienden, die kunnen er niet tegen dat er iets verandert. Die lopen alleen de buitenkant achterna. Zienden kunnen niets zonder licht. Dan kunnen ze niet eens eten.”

Roepen jullie daarom restauranthouders op om het licht uit te doen en kaarsen aan te steken?
“Ze moeten nog wel de gerechten kunnen uitserveren. Maar als gast moet je eigenlijk zo weinig mogelijk zien. Ik heb eens een keer met Pierre Wind in het donker gekookt. En ikzelf doe het altijd alleen maar op tast en geur, maar met Pierre was het echt een probleem. Dan dacht hij dat hij een kers at, maar bleek het een tomaatje te zijn. En dat is het leuke aan eten in het donker, je ogen kunnen je niet voorbereiden op wat je gaat eten.”

Maar het is ook romantisch. Is romantiek niet een veel betere bestrijding van lichtvervuiling?
“Het wordt veel intiemer en spannender in het donker. Ik heb eens een televisieprogramma in het donker gedaan waarin de gasten van tevoren niet van elkaar wisten wie ze waren. Meteen beginnen ze te ouwehoeren en komen ze op een diepte terecht die je in het licht nooit zo snel hebt, omdat je dan eerst door een hele laag kennismaking en aftasting heen moet. Als je zicht wegvalt, ga je op andere dingen letten. Tegen zonsondergang komen er bijvoorbeeld allerlei avond- en nachtgeuren tevoorschijn. Ook in de steden hoor, daar begint het dan te ruiken naar pizzabrommertjes.”

Meer informatie over de Nacht van de Nacht is hier te vinden