Aan welke ziekenhuisbehandelingen geven we de meeste euro’s uit?

In samenwerking met een consumentenorganisatie doken wij in de omzetkant van onze ziekenhuizen

Het debat over onze zorgkosten wordt vooral gevoerd vanuit de kant van de patiënt en de Gewone Nederlander, en spitst zich grotendeels toe op de hoogte van het eigen risico. Wat er gedaan wordt met deze investeringen wordt grotendeels vergeten. In samenwerking met consumentenorganisatie UnitedConsumers doken wij in de omzetkant van onze ziekenhuizen. Want hoeveel geeft u uit aan uw gebroken been, artrose of staar?

Men neme het regeerakkoord in de hand, en na een grondige analyse valt op dat volksgezondheid het op één na belangrijkste thema is voor het derde kabinet-Rutte. Zo investeert het kabinet 2 miljard euro in de verpleeghuiszorg, en blijft het eigen risico – het hete hangijzer van ons zorgstelsel – tot 2021 bevroren op een bedrag van 385 euro.

Van ons eigen risico wordt zoveel mogelijk van onze zorgkosten vergoed. En dat is maar goed ook, want in totaal eindigen in 2015 ruim 6 miljoen Nederlanders in het ziekenhuis. Dat blijkt uit cijfers van het DIS, het landelijke DBC-Informatiesysteem. Dit systeem archiveert alle behandelingen in onze ziekenhuizen.

Daarnaast schat consumentenorganisatie UnitedConsumers dat dit aantal in 2016 stijgt. Dat doet het na analyse van 70 procent van de zorgdeclaraties over 2016. Op basis van dit onderzoek genereren onze ziekenhuizen in 2016 een totale omzet van 25,3 miljard euro, maar aan welke behandelingen en aandoeningen gaf u het meeste uit?

Nierpatiënten: 241 miljoen euro

Nierpatiënten spekken de ziekenhuizen met liefst 241.010.410 euro. De nierdialyse die nierpatiënten moeten ondergaan is hier debet aan. Een patiënt die tijdens zijn ziekenhuisopname gemiddeld 4 tot 5 dialyses moet ondergaan kost gemiddeld 4.730 euro.  In 2016 ondergaan 322 mensen zo’n behandeling. Bijna zesduizend mensen krijgen per opname 1 tot 3 dialyses per week, en hebben 1.225 euro opgebracht voor het ziekenhuis.

Bevallingen: 190 miljoen euro

Een bevalling is naast een van de mooiste (en zwaarste) dagen in een mensenleven ook een prijzige aangelegenheid. In veel gevallen verloopt een bevalling zonder problemen, maar in 2016 krijgen ook 40.081 vrouwen medische hulp hierbij. Gemiddeld heeft deze hulp 2.210 euro gekost. Ruim vijftienduizend vrouwen ondergaan vorig jaar een keizersnede à 4.170 euro. In totaal brengen bevallingen – naast veel kindergeluk – ook 190.325.925 euro op voor de ziekenhuizen.

Orthopedie: 164 miljoen euro

Naarmate we ouder worden, neemt de vitaliteit van onze gewrichten af. Veel Nederlanders krijgen dan last van artrose, blijkt uit ziekenhuiscijfers. Liefst 49.040 mensen moesten in 2016 langs de polikliniek wegens knieslijtage. Bij bijna veertienduizend (13.782) mensen resulteert die slijtage zelfs in een knieprothese. En laat dat net een operatie zijn waar 9.020 euro mee gemoeid is. Alles bij elkaar opgeteld hebben uw versleten knieën ziekenhuizen 164.266.860 euro opgeleverd.

Zorg voor pasgeboren baby’s: 150 miljoen euro

Na een bevalling begint het echte leven pas, en starten – helaas in veel gevallen – ook de eerste gezondheidsproblemen voor moeder en kind. Na de geboorte moeten in 2016 26.995 vroeggeboren baby’s maximaal vijf dagen in het ziekenhuis blijven voor behandeling. Ook worden er 10.349 vroeggeborenen met een keizersnede op de wereld geholpen (met gemiddelde kosten van 2.090 euro) en bijna negenduizend op tijd geboren kinderen (8474 baby’s) moeten voor behandeling langer in het ziekenhuis blijven. De totale ziekenhuisomzet van dit beginnend leven? 150.715.430 euro.

Artrose aan bekken, heup of bovenbeen: 139 miljoen euro

Naast versleten knieën komen dokters ook voldoende versleten bekkens, heupen of bovenbenen tegen. Zo tellen ze in 2016 25.487 mensen met versleten heupen. Het inbrengen van een heupprothese loopt al gauw in de papieren – een kunstheup kost 8.325 euro. Niet iedere patiënt met heupproblemen kiest echter voor zo’n ingrijpende operatie. Vorig jaar krijgen 14.554 mensen een nieuwe heup. Een klein rekensommetje leert dat we dan al bijna een miljoen euro verder zitten, en de werkelijke omzet van een versleten knie, bekken, heup of bovenbeen liep over het hele vorige jaar op tot 139.812.380 euro.

Atriumfibrilleren: 132 miljoen euro

Wist u dat atriumfibrilleren de meest voorkomende hartritmestoornis is? Door deze hapering is het hartritme in beide boezems snel en onregelmatig. Wanneer u aan dit verschijnsel lijdt, bent u een van 51.009 mensen die er in 2016 voor naar de poli moest. Een behandeling hieraan kost 425 euro. In totaal leverden de atriumfibrilleren in 2016 132.079.730 euro op.

Staarbehandelingen: 115 miljoen euro

We worden allemaal een dagje ouder, en onze ogen laten ons tijdens het verouderingsproces meer en meer in de steek. We krijgen onder meer last van staar, een aandoening waarbij onze ooglens vertroebeld raakt. In 2016 krijgen 64.984 Nederlanders een staaroperatie ter waarde van 1.070 euro om deze problemen te verhelpen. Na deze operatie moeten 182 menen langer opgenomen worden. Hierdoor leveren mensen met staar een omzet van 115.205.880 euro op.

Revalidatie na een beroerte: 114 miljoen euro

Daarmee zijn staaroperaties beter voor de ziekenhuispenningmeester dan een beroerte. Of beter gezegd: de revalidatie na een beroerte. Die leveren liefst 114.646.305 euro op. Liefst 41.000 Nederlanders krijgen jaarlijks – dat zijn er 113 per dag – een beroerte. Het merendeel (80 procent) hiervan krijgt een herseninfarct, en in 20 procent van de gevallen gaat het om een hersenbloeding. Na een beroerte zijn er meerdere behandeltrajecten mogelijk. Zo is er bij lichte gevallen een revalidatie van maximaal vier behandeluren mogelijk.

In 2016 was dit revalidatieproces behulpzaam voor 12.027 Nederlanders. Helaas moesten 114 mensen het duurste behandelingstraject (70.620 euro) in.

Chronisch hartfalen: 107 miljoen euro

Een defibrillator voor twee kamers kost 24.205 euro. 618 mensen kregen in 2016 een dergelijk levensreddend apparaat. Het is dus niet gek dat chronisch hartfalen voor 107.880.710 euro bijdraagt aan onze zorgomzet. Vooral wanneer u in acht neemt dat bijna 52.000 mensen werden opgenomen in het ziekenhuis wegens hartfalen.

Pijn op de borst: 104 miljoen euro

Dat is nog steeds ruim 3 miljoen euro meer dan angina pectoris, oftewel pijn op de borst. Dit verschijnsel wordt veroorzaakt wanneer de hartspier te weinig zuurstof krijgt. U merkt dit bijvoorbeeld tijdens inspanning. Om deze reden kwamen 65.774 mensen in het ziekenhuis terecht in 2016. Daarvan hadden 29.818 mensen een geblokkeerde bloedtoevoer naar het hart (een hartinfarct). In totaal gaat angina pectoris het boek in voor 104.057.485 euro.

Dit zijn enkel de tien duurste verschijnselen. Longziekten als tuberculose, astma en klaplongen kluisteren ons voor 95 miljoen euro aan het ziekenhuisbed, net gevolgd door zwellingen op de borst (94 miljoen euro) en beroertes (92 miljoen euro).

Zo is het helemaal niet zo gek dat we volgens het CBS in 2016 96 miljard euro uitgaven aan de zorg. U heeft nu in ieder geval meer inzicht in de omzetten van ziekenhuizen.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met UnitedConsumers

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met UnitedConsumers