‘Vertrouwen moet je afdwingen’

Vorige zomer tekende hij een driejarig contract als trainer bij Feyenoord. Al na zeven bewogen maanden kon hij vertrekken. In gesprek met Gertjan Verbeek. door Rob Willemse, foto’s Elsbeth Tijssen

Eindelijk kon hij eind vorige maand met vrienden de gedroomde motorreis door de Verenigde Staten maken. Die had Gertjan Verbeek al twee keer eerder gepland, maar beide keren kon het geen doorgang vinden. Nu wel, en zo heeft elk nadeel – in dit geval het ontslag bij Feyenoord van afgelopen winter – toch weer zijn voordeel. Los Angeles was het begin- en eindpunt van de 5200 kilometer lange tocht, die in dertien dagen werd volbracht en deels over de legendarische Route 66 voerde. Onderweg deed hij onder meer Palm Springs, Arizona, de Grand Canyon, Las Vegas, Death Valley en San Francisco aan.

Het gesprek vindt plaats op een terras in Heerenveen. Onder zijn T-shirt is een bobbel op zijn rechterschouder zichtbaar. Die herinnert aan het enige minpuntje van de reis, dat hij op nonchalante toon bagatelliseert: een al op de eerste dag gebroken sleutelbeen. “We waren een doodlopend pad in gereden. Bij het keren belandde ik met m’n voorwiel in de zanderige berm, waardoor de motor bijna stil kwam te staan. Omdat ik m’n voet niet snel genoeg aan de grond kreeg, viel ik om en landde die zware motor boven op me. Daarbij zijn een paar bandjes in m’n schouder gescheurd en heb ik m’n sleutelbeen gebroken. ‘t Was enigszins lastig en pijnlijk, maar absoluut geen reden om niet door te gaan.”

Geheel in diezelfde doorzettende stijl heeft Gertjan Verbeek gevoetbald, tien jaar bij SC Heerenveen en tussendoor een seizoen bij Heracles. Een linksbenige verdediger, met als trefwoorden ‘inzet’ en ‘karakter’. “Technisch was ik geen hoogvlieger. Maar ik heb heel hard gewerkt om me op dat gebied te verbeteren. Daardoor heb ik toch elf jaar betaald voetbal gespeeld, zelfs in de eredivisie. Dat heet: het maximale uit je mogelijkheden en je carrière halen. Dat is alleen mogelijk als je écht wilt verbeteren en bereid bent daar veel tijd in te steken.”


Al vanaf zijn veertiende acht hij zichzelf fulltime sporter. “Ik voetbalde; op straat en bij V.V. Zuid Eschmarke, waar we twee keer in de week trainden. Voor mij was dat te weinig. Ik had energie over en wilde elke dag sporten. Om fysiek en conditioneel beter te worden, ben ik gaan boksen: ook tweemaal in de week. Toen daar op een gegeven moment nog krachttraining en kickboksen bij kwamen, was ik iedere avond aan het sporten. Zoiets betaalt zich terug. Want ik heb heel wat gasten gezien die betere voetballers waren dan ik, maar van wie we nooit iets gehoord hebben omdat zij er niet voor overhadden wat ik er wel voor over heb gehad.”

Doorzettingsvermogen is in de filosofie van Gertjan Verbeek geen talent, en ook geen vaardigheid. “Vaardigheden kun je aanleren. Doorzettingsvermogen niet, en daarom is het geen vaardigheid of talent, maar een kwaliteit. En een kwaliteit waarover je niet beschikt, kun je ook niet ontwikkelen. Daarom zullen mensen zonder doorzettingsvermogen ook nooit het maximale uit hun mogelijkheden kunnen halen.”

Verbeek gelooft niet in ‘een geboren talent’ of ‘een geboren voetballer’. “Niemand wordt geboren met talent; wel met fysieke eigenschappen. Daarbij is de een beter bedeeld dan een ander; puur een kwestie van DNA. Spieropbouw bepaalt of iemand sprinter of duurloper wordt. Iemand met sprintspieren zal nooit een heel goede duurloper kunnen worden; andersom geldt hetzelfde. Iemand met een fijne motoriek kan ver komen in balsporten, dankzij een betere coördinatie. Die heeft dus een voorsprong op anderen, maar moet die eigenschappen dan nog wel ontwikkelen; in voetbal, hockey, of welke andere balsport dan ook.”


Na een slok karnemelk en een hap van zijn uitsmijter kaas vervolgt hij: “Laatst las ik in een boek dat Bill Gates in 1965 studeerde aan de Universiteit van Michigan. Daar hadden ze als eerste een computer aangeschaft. Hij bleek enorm geïnteresseerd, kreeg onbeperkt toegang en zat achttien uur per dag aan die computer. Mede daarom werd hij er zo handig in dat bedrijven hem gingen vragen software voor ze te ontwikkelen. Dat was het begin van zijn business, van Microsoft. Natuurlijk heb je ook een beetje geluk nodig. Als hij tien jaar eerder of later was geboren, hadden we nooit van Bill Gates gehoord. Maar bepalend waren zijn gedrevenheid en wil om achttien uur per dag met die computer bezig te zijn. Zoiets kun je alleen opbrengen als je ‘t ook een heel leuke bezigheid vindt. Een vriend van mij heeft een tweeling, een eeneiige tweeling. De een is gek van voetbal, altijd met een bal in de weer en als er een wedstrijd op tv is, kijkt hij. De ander voetbalt ook, alleen interesseert het hem maar matig. En er zit een opvallend, maar niet onlogisch groot verschil in hun voetbalkwaliteiten.”

Vrijgezel Verbeek vermoedt dat de opvoeding van kinderen een van de moeilijkste taken in een mensenleven is. “Er is ook geen opleiding voor. Maar in onze huidige maatschappij zie je, vanwege eenoudergezinnen en tweeverdieners, vaak dat kinderen worden opgevoed door meerdere personen: ouders, grootouders, andere familieleden, buren, mensen van de crèche. Allemaal stoppen ze er verschillende adviezen en richtlijnen in. Daardoor raakt het kind in de war, verliest het overzicht en wordt het reactief. In mijn optiek moet een kind zelf ontdekken wie het is en wat het wil. Maar omdat het alles voorgekauwd krijgt, wordt het opstandig en raakt die ontdekkingstocht naar zichzelf onderdrukt.”


Zelf is hij voorstander van een montessori-achtige opleiding en dito opvoeding, al kan hij dat niet op ervaring baseren. Ook tijdens zijn CIOS-opleiding tot sportleraar en voetbaltrainer in de jaren tachtig leerde hij dat je spelers geen verantwoordelijkheid moet geven, maar vooral moet instrueren. “Pas later, in de praktijk, ben ik er meer en meer achter gekomen dat spelers zelf keuzes moeten maken.

Tijdens wedstrijden kan een trainer ook niet steeds langs de lijn roepen waar die bal naartoe moet. Op de trainingen kun je ze helpen in dat creatieve proces van oplossingen zoeken en vinden.”

Als trainer heeft Gertjan Verbeek het verder geschopt dan als voetballer. In 1994 wordt hij assistent van Foppe de Haan bij SC Heerenveen. Snel groeit de Friese formatie uit tot een stabiele eredivisionist, die in 2000 zelfs Champions League speelt. In 2001 vertrekt Verbeek voor drie jaar als hoofdtrainer naar Heracles, daarna volgt een periode van vier jaar bij Heerenveen, dat zich onder zijn leiding elk seizoen kwalificeert voor Europees voetbal.

In de lente van 2008 tekent hij voor drie jaar bij Feyenoord, voormalig topclub, maar zwaar in verval. Het seizoen begint met een nederlaag bij Heracles, de prestaties worden vervolgens niet veel beter. Zoiets leidt logischerwijs tot kritiek, op trainer en op spelers. Een deel van de spelers legt – soms anoniem – de schuld bij de trainer.

In de winterstop staat Feyenoord twaalfde, met 19 punten uit 17 wedstrijden. Als de resultaten blijven tegenvallen en de trainer en een deel van de spelers van mening blijven verschillen, staat de afloop vast. Woensdag 14 januari van dit jaar wordt tijdens een inderhaast belegde persconferentie in De Kuip het ontslag van Gertjan Verbeek bekendgemaakt. “Met de technische staf en de directie heb ik een zeer prettige werkrelatie gehad. Dat kan ik helaas niet zeggen van mijn spelersgroep. Dat is jammer. Ik denk dat ze zich heel erg tekortdoen, en hébben gedaan,” luiden daar de slotwoorden van de hoofdpersoon. Wanneer Verbeek in de late avond bij het Feyenoord-stadion wegrijdt, applaudisseren de supporters en scanderen ze: “Gertjan moet blijven.”


Praten over zijn tijd in Rotterdam kan, mag en wil hij niet. “Feyenoord en ik hebben afgesproken dat we daar allebei geen uitspraken over doen. Ik heb daar ook geen zin in. Voor je het weet, is het actie-reactie en nietes-welles. Ik heb míjn waarheid, een ander de zijne. Ik sta nog steeds achter wat ik op die persconferentie heb gezegd: 95 procent van de tijd bij Feyenoord heb ik heel prettig gewerkt. En met 95 procent van de mensen heb ik geen problemen gehad. Maar met een aantal anderen had ik een relatie waar nogal wat druk op stond. Dat kan ik niet ontkennen, en dat heeft me de kop gekost, samen met de teleurstellende resultaten. En daar is de trainer nu eenmaal eindeverantwoordelijk voor.

“Maar ik heb m’n best gedaan, en die zeven maanden mijn ziel en zaligheid in Feyenoord gelegd. Dat het geen drie jaren zijn geworden, is wrang en jammer als je juist voor de lange termijn gehaald bent. Een illusie armer, een ervaring rijker, noemen ze dat.”

De eerste weken na zijn ontslag heeft hij de velden en wedstrijden gemeden. Daarna werd hij gevraagd te analyseren voor de programma’s van RTL en Eredivisie Live, de digitale tv-zender van de eredivisie. Ook is hij columns gaan schrijven voor de Leeuwarder Courant over ‘voetbalzaken die hem zijn opgevallen’. Eindelijk is er weer eens ruim tijd geweest om stevig te klussen aan zijn in 1994 gekochte boerderij. Ook heeft hij op diverse bijeenkomsten en middels privé-initiatieven contact gehouden met andere coaches uit het voetbal, maar ook uit andere sporten. “Van zulke contacten leer ik veel. Ook ga ik minimaal eenmaal per jaar met een aantal mensen op stap. Van dat groepje ben ik de enige uit de voetballerij. Anderen komen uit het bedrijfsleven en het bankwezen; allemaal zijn het ook mensen in leidinggevende functies. Wat we leren, is iets waar we allemaal mee te maken hebben: hoe help je mensen met wie je als eindverantwoordelijke samenwerkt, zich te ontwikkelen? Daarbij leren we van elkaars ervaringen en ideeën. Ook in voetbal wordt de omgang met mensen steeds belangrijker. Eigenlijk verschilt mijn ‘werkwereld’ maar op twee vlakken van die van hen: voor elf werkplaatsen op de wedstrijddag hebben we 22 mensen. Dat betekent dus elf reserves, die ook graag willen spelen en voor problemen kunnen zorgen als ze hun eigen belang boven het teambelang stellen. Verder spelen externe factoren als sponsoren en vooral media in voetbal een extra rol. Vanwege de recessie en dreigende ontslagen staan journalisten met camera’s en microfoons nu ineens bij de poorten van bedrijven om iedereen te interviewen. Dat geeft druk en maakt emoties los. Voetballers en trainers maken dat week in week uit mee.”


Minimaal een uur fysieke training per dag schrijft Verbeek zichzelf voor. Hij geeft een klap op zijn platte buik, wrijft er eens overheen en constateert tevreden dat er nog steeds geen grammetje vet op zit. “Fit zijn is belangrijk in ons vak. Het zorgt ervoor dat je scherp en geconcentreerd bent, en dat ook langer kunt blijven.”

Niet alle profvoetballers hebben die instelling en zelfdiscipline, heeft hij in de loop der jaren gemerkt. “Als technische staf geef je ze schema’s mee om tijdens vakanties fit en op gewicht te blijven. Dan zit er weleens eentje tussen van wie je na terugkomst aan de extra kilo’s met- een ziet: die heeft er niks mee gedaan. Dan geef je hem aan: dat is niet slim. Maar kwaad ga ik me daar niet om maken. Als ik dat doe, kom ik minder lekker in m’n vel te zitten, waardoor ik minder ga functio-neren. Nee, het is zíjn verantwoordelijkheid en zíjn toekomst die hij op het spel zet.”

Zelfkritiek is geen eigenschap waarover alle profvoetballers in ruime mate beschikken. “Bij iemand die niet goed speelt, is het al gauw: ‘Maar ik krijg ook geen vertrouwen van de trainer.’ Nee, dat kríjg je ook niet. Dat moet je zelf afdwingen, door gemotiveerd aan de slag te gaan en je te verbeteren: tactisch, technisch, mentaal of fysiek, afhankelijk van waar je tekortkomt. Als je dat niet wilt en je huidige niveau prima vindt, is dat ook goed. Maar dat is dan je eigen keus, dus ga vervolgens niet de schuld bij een ander leggen als je buiten het basiselftal valt of je contract niet verlengd wordt. Over het begrip ‘vorm’ wordt vaak ingewikkeld gedaan. Maar het is niets anders dan lekker in je vel zitten. Hoe lukt dat en hoe krijg je vertrouwen? Omdat dingen lukken. De sleutel tot vertrouwen is succesbeleving.”


Graag gaat hij komend seizoen weer ergens aan de slag. Op zijn 46ste zou het buitenland een mooie optie zijn, maar niet om ergens als toerist van mooi weer, cultuur en lekker eten te genieten. Misschien moet dat nog even wachten, want sinds kort is hij ‘in gesprek’ met Heracles. Eerder koos Club Brugge uiteindelijk niet voor hem, maar voor Adri Koster; zelf heeft hij op twee aanbiedingen ‘nee’ geantwoord. “Niet omdat ik me ergens te groot voor voel, maar ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik kritisch kan zijn. Bepalend zijn m’n sportieve ambities, m’n takenpakket en de mensen met wie ik moet samenwerken. Ik ben een trainer van de lange termijn, die iets kan en wil opbouwen. Als ik bij een club vertrek, wil ik iets achterlaten waar mijn opvolger verder mee kan, zoals ik dat bij Heerenveen en Heracles heb gedaan. Daarom zal ik nooit voor één jaar naar een club gaan, twee jaar is ook al heel dubieus. Nee, het is niet waarschijnlijk dat ik aan het eind van m’n trainerscarrière een lange rij met voetbalclubs achter m’n naam heb staan.”

Aan dat einde van die lijst zou de naam van Heerenveen mogen staan. “Dat hoeft niet per se als hoofdcoach te zijn. Er zal een moment komen dat ik vanwege mijn leeftijd niet meer zo nodig dagelijks op het veld hoef te staan. Een functie als hoofd opleidingen of scout lijkt me dan ook heel interessant. Maar dat ik bij Heerenveen m’n werkende leven zal afsluiten, zit vrij vast in mijn hoofd.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import interview gert jan verbeek