Het raadsel Gert-Jan Dröge

Tom Kellerhuis en Jan Zandbergen 13 nov 2009 Cultuur

In ‘RUR’, ‘Glamourland’ en ‘Gaat het weer een beetje, meneer Dröge?’ zette hij de Hollandse jetset te kijk. Maar over zichzelf gaf hij weinig prijs. ‘Hij was een melancholicus die zich verschool achter ironie.’ Een rondgang langs vrienden en collega’s van de in juni 2007 overleden Gert-Jan Dröge.

Gert-Jan Dröge was in de eerste plaats erg mysterieus, een bewonderenswaardige eigenschap. Daarbij was hij legendarisch, wat zijn enigma versterkte. Hij was ooit bedrijfsleider geweest in De Schakel, in de jaren zeventig feitelijk de eerste discotheek van Amsterdam. Dröge had die tot dan toe exclusieve homo-dansgelegenheid van het COC opengesteld voor alle seksuele geloven. Op ideologische gronden, of gewoon om de baromzet te vergroten – dat viel onder het Dröge-raadsel. Desgevraagd gaf hij nooit antwoord op zulke zaken.

“Interviews moet je eigenlijk niet geven. Allemaal gedoe. Trouwens: hoe geheimzinniger je bent in de ogen van het publiek, hoe geliefder. Bij alles wat je over jezelf vertelt, brokkelt je imago verder af. Lang heb ik gedacht dat ik niet ijdel was, maar sinds ik voor de televisie werk, heb ik mezelf in dat opzicht beter leren kennen. Ik weet nu dat ik er veel voor over heb om zo voordelig mogelijk op het scherm te komen, en voor foto’s geldt hetzelfde. Met een onflatteuze foto heb ik evenveel moeite als met ouder worden.” (G.J. Dröge in de Volkskrant, 1997)

Bij Paradiso vervulde hij begin jaren zeventig de vacature van programmeur. Hij werd aangenomen vanwege zijn hondsbrutale sollicitatie, in de trant van: gooi alle andere brieven weg, ik ben jullie man. In de praktijk kon hij trouwens programmeren wat hij wilde, want Paradiso zat in die dagen toch wel vol. Nadien zou hij voor zichzelf beginnen met zijn eigen paradijselijke clubje in het uitgaanscentrum van Amsterdam, dat hij Chez Nelly noemde – naar Nelly Frijda, de barkeepster van het eerste uur. De uitbater hanteerde daar een strikt deurbeleid: alleen als hij je mocht, kon je binnenkomen.


Chez Nelly-bezoeker Maarten Spanjer: “Je moest óf wat voorstellen in de artistieke wereld óf hij moest op je vallen, anders kwam je er niet in. Ik ben bang dat ik tot de laatste categorie behoorde.”

Dröge zou Nelly Frijda al na een maand ontslaan, naar verluidt omdat ze het had gewaagd een zelfgebakken appeltaart mee te brengen. Die nam in de koeling de plaats in van ten minste drie flessen champagne, en je moest bij Dröge de prioriteiten kennen. Een probleem was dat lang niet iedereen daarmee bekend was, ook al omdat Dröge niet bepaald een wonder van communicatie was.

Nelly Frijda: “Ik ken de man helemaal niet. Ik heb hooguit zes weken in Chez Nelly gewerkt, en daarna ben ik hem nooit meer tegengekomen. Nee, ik was niet vereerd dat de zaak naar mij was genoemd. Hij had me dat van tevoren niet gevraagd en ik wist dus van niks.”

De latere RUR-redacteur Theun de Winter: “Ik heb Gert-Jan leren kennen via een vriendin die me meenam naar Chez Nelly. Dat had een interieur als een bonbondoos. Rood pluche, zwarte muren, en met Kerst hing de hele tent van onder tot boven vol engelenhaar. Gert-Jan stond er voor de deur, zo’n circusjasje aan dat nog van André van Duin was geweest, sigaret in een pijpje. Als je hem beviel, maakte hij een polaroid van je en de week daarop kreeg je een pasje. Chez Nelly was in de praktijk een sociëteit, een nachtclub waar je lid van moest zijn. Er werkten drie lekkere meiden achter de bar, onder wie zijn nichtje Xandra. Die zou hij later aan Herman Brood koppelen, die er regelmatig kwam. Allemaal nachtbrakers, maar er hing een uitstekende sfeer, er was nooit ruzie. G.J. liep er rond als een echte gastheer. Als de circusdirecteur die hij altijd wilde zijn.”


Een van Nelly’s collega’s was Jan Lenferink. Hij had indruk gemaakt op Dröge omdat ze beiden Tukkers waren in de diaspora. Jan Lenferink: “Begin jaren zeventig woonde ik op de Oudezijds, tegenover Gert-Jan. We kenden elkaar van café De Pool. We zijn nooit lovers geweest, zoals de bladen in de RUR-tijd suggereerden, dat is echt onzin. G.J. en ik voelden ons tot elkaar aangetrokken omdat we allebei uit het oosten des lands kwamen; ik uit Dalfsen, hij uit Enschede. Plattelandsjongens die het wilden gaan maken in de grote stad. G.J. was een heel trendy type, ik was freelance radiomaker bij de VPRO en de VARA en werkte om bij te verdienen ‘s nachts als barkeeper in Chez Nelly.”

Door de talloze rondjes van de zaak werd Chez Nelly geen financieel succes. Theun de Winter: “Er kwamen mensen als Rinus Gerritsen, Wally Tax, Henk Schiffmacher, Aatje Velthoen. Er liep altijd één Hells Angel rond, en steevast de Olympisch bokser James Vrij, die ernaast woonde. Ik kende vanuit mijn tijd als journalist van HP voetballers als Johnny Rep, Ruud Krol en Wim Suurbier. Gert-Jan plopte altijd meteen een fles champagne open als ik met Rep binnenkwam, een in die tijd erkend mooie jongen.”

In 1981 werd Dröge bedrijfsleider van de Amsterdamse discotheek 23 Op De Schaal Van Richter, waar op zondagmiddag een talkshow werd verzorgd – in eerste instantie alleen voor de bezoekers. Dröge was de producent en hield zich bezig met de wekelijkse samenstelling van de drie talkshowgasten. Host was Chez Nelly-barman Jan Lenferink. De show werd een succes, niet in de laatste plaats omdat Dröge altijd prikkelende namen wist te strikken.


Er werd geprobeerd een televisieomroep te interesseren, en Veronica hapte direct toe. De talkshow werd uitgezonden onder de naam RUR: Rechtstreeks Uit Richter.

Theun de Winter: “G.J. was er een meester in om de meest verrassende koppels bij elkaar te brengen. Soms wilden wij er een oude deftige actrice in, die dan nooit wilde, omdat ze Veronica of RUR te ranzig vond. Dan ging G.J. naar zo’n vrouw toe met een groot boeket bloemen en pakte haar helemaal in. Waarna ze in de uitzending natuurlijk de verschrikkelijkste grappen voor haar kiezen kreeg.”

Met het programma Glamourland, waarvan hij ditmaal niet de producent was maar de sterverslaggever, steeg vanaf 1990 zijn roem tot mythische hoogte. Het sterke punt van Dröge was niet de tekst, zoals veel kijkers inclusief Henk van der Meyden dachten, want daarvoor had hij Hertz Hertzberger in huis, een begenadigd copywriter die als psycholoog een scherp oog had voor het menselijk tekort.

G.L. van Lennep, kor- te tijd impresario van Dröge, en nog altijd die van Hertzberger: “G.J. vond het best leuk, dat bekend zijn. Ik ken ze trouwens niet die dat niet leuk vinden. Hij had een buitengewoon talent op één rails. Wat hij deed, kon hij buitengewoon goed. Hertzberger hield als een ideoloog het stramien in de hand: hoe het moest en vooral hoe het niet moest. Een cameraman die inzoomde op het decolleté van een van de aanwezige dames op zo’n partij – dat mocht absoluut niet van Hertz. Als Hertz er niet bij was, was dat onmiddellijk te merken aan de kijkcijfers. Glamourland had twee kanten: de absolute chic zag elkaar door het ijs zakken en de huisvrouw uit Zoetermeer zag de Story op tv.”


Ook onbekend bij het publiek was scenarist Arnoud Holleman, die later onder meer met Arjan Ederveen de afleveringen van 25 minuten zou schrijven. Dröge bemoeide zich voornamelijk met de beeldwisselingen en was eindeloos bezig de tekst zodanig in te korten dat deze exact de lengte had van het bruikbare beeldmateriaal. Dat laatste viel altijd erg tegen: van twintig uur beeld werd gemiddeld maar één uur uitgezonden. Het zogenoemde ‘spotten’ (ruw materiaal bekijken) was een bezoeking: ondanks de overvloed moest voor een goede grap beeldje voor beeldje geschraapt worden – of zoals vaak ‘geleend’ van eerdere opnamen, op andere locaties.

G.J. leed overigens zelf het meest. “Chagrijn als je ergens naartoe moest en niet wist wat er zou gebeuren. Plezier als je er was en het leuk bleek te zijn. Chagrijn als je de opnamen bekeek en je je bewust werd van al je fouten. Chagrijn bij het schrijven van teksten en bij het in elkaar zetten van een aflevering, waarbij je vaak dacht dat het nooit zou lukken. Als het dan toch lukte, was het een en al vrolijkheid. Maar het chagrijn overheerste, want in bijna elke uitzending zat wel een onderwerp dat niet helemaal leuk was.” (G.J. Dröge in Algemeen Dagblad, 1994)

De oer-uitzending van Glamourland, over het feestje van de echtgenote van de Duitse diplomaat Von Puttkammer in Wassenaar, veroorzaakte niet minder dan een revolutie. Scheve kaders, slecht licht, en een Dröge die zo diep onder de indruk is van de noblesse dat hij zich amper roert. Desondanks haalde Oud Geld onmiddellijk en massaal zijn ophaalbruggen op voor het grauw van het Glamourland-team. Nieuw Geld zou de rol van slachtoffer de jaren daarna met gretigheid op zich nemen en zich met liefde door Hertzberger laten geselen.


Rond 2000 maakte Dröge ruzie over geld – very nouveau riche indeed. De AVRO betaalde hem tot dan drie ton op jaarbasis – ook in baaljaren, want de ster ontwikkelde een steeds grotere tegenzin inzake het bezoeken van feestjes. Tezelfdertijd ontdekte hij dat hij net zo goed zelf de hoofdrol kon spelen. Voor vier ton (alle bedragen in guldens) ging hij dat doen bij Net 5. Het programma kreeg toen de omineuze naam Gaat het weer een beetje, meneer Dröge? Hertzberger was vertrokken en Dröge moest het doen met de tekstschrijvers van Dit was het nieuws, die hun eigen ideeën hadden over tongue in cheek. Meerdere formatwisselingen waren onvermijdelijk om aan het nieuwe Net 5-contract te blijven voldoen.

Maarten Spanjer: “Later, met het programma Gert-Jan Dröge zoekt een vrouw, presenteerde hij zich aan het grote publiek als een hetero. Ik vond dat raar; iedereen wist toch dat hij homo was? Ik dacht: misschien heeft hij het geld hard nodig. Maar het zou ook te maken kunnen hebben met het feit dat homo’s van zijn generatie hun homoseksualiteit nooit volledig geaccepteerd hebben. Hij worstelde daarmee. ‘Eigenlijk wil ik veel liever met een vrouw,’ zei hij een keer tegen mij in een bloedserieus gesprek.”

Theun de Winter: “Ik heb hem in al die jaren nooit met een vriend gezien. Eén keer heb ik hem in België betrapt met een jongen op zijn hotelkamer. Hij viel op jon-ge jongens, tussen de zestien en de twintig, de Reve-voorkeur. Ik geloof dat ik stoorde; hij was net bezig met zijn broek en later kreeg ik natuurlijk het verwijt dat ik het verknald had.”

Naast hetero-huwelijken propageerde Dröge dan ook reisjes naar de Ardennen in televisiespotjes, en leende hij zijn beroemde stem aan J&B-whisky. Annemarie Oster was een van de aspirant-echtgenotes uit de serie Gert-Jan Dröge zoekt een vrouw. “Ik weet zeker dat hij zich postuum schaamt voor alles wat ik over hem zeg. G.J. was zo opgebouwd uit gne, zo self-conscious. Hij had meer smaak dan talent, wist van alles precies hoe het moest. Hij was ontzettend slim, maar tegelijk ook zijn eigen recensent. Een melancholicus die zich verschool achter ironie.


“Hij had op de toneelschool gezeten, maar zijn natuurlijke verlegenheid zat hem als acteur in de weg. Een Beobachter pur sang. Ik heb nooit een echt gesprek met hem gevoerd. Het was altijd quasi-gezellig, hij praatte nooit echt met je. Het was gewoon iemand aan wie je niks had, hoe aardig je hem ook vond. Hij was een soort kameraad, maar eigenlijk kende je hem helemaal niet.”

Merel Laseur, ooit aangesteld als scriptgirl van Glamourland, bleek vooral een kundig Dröge-dompteur. “Ik ben veel met hem op reis geweest. Geen reisgenoot zo gezellig en goedgehumeurd als Gert-Jan – ook ‘s ochtends om vijf uur in een ballon boven Egypte. Hij was in alles geïnteresseerd en zeer belezen. Liep altijd met een tasje van boekhandel Scheltema. Eeuwig zonde dat hij nooit aan zijn memoires is toegekomen, want hij had een fenomenaal geheugen, met name voor de petites histoires van het Amsterdamse toneel- en uitgaansleven.

“Hij was zeer gesteld op zijn familie en in zekere zin ook op de mijne. Hij vond het heerlijk om bij ons in Frankrijk te komen logeren; een huis-tuin-en-keukenleven met kinderen, vrienden, spelletjes doen en lekker eten. Thuis at hij magnetronmaaltijden van Albert Heijn, dus hij was al gauw tevreden.

“Gert-Jan was een dierbare vriend, maar kon zowel in het werk als in zijn vriendschappen gnant divagedrag vertonen. Beledigend, soms op het onmogelijke af, hetgeen ook tot grote clashes heeft geleid. Hij kon woedend worden om niks. Dat je de deur niet snel genoeg opendeed als hij aanbelde. Elegant gedrag afgewisseld met de wonderlijke ongemanierdheid van mensen die een leven lang alleen verkiezen te blijven en nooit worden tegengesproken. Hij deelde zijn leven met twee poezen en een set versleten patiencekaartjes, tot volle tevredenheid.


“De vraag ‘mag ik hier roken?’ heb ik hem nooit horen stellen. Hij rookte. Punt uit. En als iemand daar dan wat van zei, verviel hij in gemok. Dat hele roken was trouwens een metafoor voor ‘de dingen gebeuren zoals ik het wil en zoals ik vind dat het goed is’. Ik moet overigens wel zeggen dat hij zeker vijf keer serieus geprobeerd heeft van die verslaving af te komen, helaas zonder resultaat.”

Jan Lenferink: “G.J. en ik hebben onze ups en downs gehad, maar de vriendschap is altijd gebleven. Ik heb zijn laatste, 64ste, verjaardag nog mee gevierd, met witte wijn en kreeft, en daarna zijn we allebei naar ons eigen appartement gegaan. Want we hebben er geen van beiden behoefte aan om daarna nog eens door te feesten met 120 man. Toen bekend werd dat hij in het ziekenhuis lag, heb ik met hem afgesproken dat ik nergens commentaar zou geven. G.J. was wel gesteld op zijn publieke persona, maar zoiets als tegenspoed, dat wilde hij niet met het grote publiek delen.”

Een echte opvolger van Gert-Jan Dröge is tot op heden niet op de Nederlandse buis verschenen, al doen Jort Kelder en Gordon – meer of minder geslaagde – pogingen om in zijn voetsporen te treden.

Reageer op artikel:
Het raadsel Gert-Jan Dröge
Sluiten