Het spook van de opera

Conny Braam: De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek. Nieuw Amsterdam. € 19,90. Ook via www.ako.nl.

Ik zie de tv-serie helemaal voor me – misschien zelfs een speelfilm, waarom niet? De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek, de zevende roman van Conny Braam, speelt zich af in een interessant tijdsbestek, vertelt een dramatische geschiedenis waarin tot de verbeelding sprekende hoofdpersonen verwikkeld raken, en raakt aan de meer controversiële kanten van de Nederlandse handelsgeest.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog draaide aan de Weespertrekvaart in Amsterdam de Nederlandsche Cocaïne Fabriek (NCF) overuren. Omdat Nederland neutraal was, kon aan alle oorlogvoerende partijen cocaïne worden geleverd: gouden tijden! De cocabladeren werden aangevoerd vanuit Java, de Nederlandse cocaïne was de beste die je kon krijgen. Soldaten die in de Vlaamse modder mekaars koppen eraf schoten, waren wat blij met het spul. Het verdoofde de pijn en toverde doodsangst om tot euforie.

Vreemde business, maar volkomen legaal. Cocaïne was een betrekkelijk jong product; hoe verslavend het was, werd nog niet overal onderkend.

Conny Braam heeft, getuige het nawoord, flink wat onderzoek gedaan. Haar roman telt dan ook ingrediënten met een hoog waarheidsgehalte, zonder dat de documentaire achtergrond zich aan het verhaal opdringt. Wie over de werkelijkheid achter de roman meer wil weten, hoeft maar te googlen.

Tik maar eens in: Gillies, en voordat je er erg in hebt, rollen de portretten van verminkte en door dokter Gillies, die in het Queen’s Hospital in het Engelse Sidcup zo ongeveer de plastische chirurgie uitvond, enigszins opgelapte oorlogsveteranen over het scherm.

Soldaat Robin Ryder is een van zijn patiënten, ernstig toegetakeld door het oorlogsgeweld. Het gat in zijn wang is gedicht, maar doordat zijn ene oogkas leeg is, blijft hij eruitzien als het spook van de opera. Alleen pillen met cocaïne, dezelfde pillen die in de loopgraven aan de soldaten werden verstrekt voordat zij het slagveld op werden gejaagd, kunnen hem verzoenen met zijn lot.


In Nederland intussen strijkt Lucien Hirschland steeds meer provisie op. Hij is de handelsreiziger uit de titel, een politiek naïeve, ijdele man met een zwak voor vrouwen en auto’s. Hij is geslepen, een fantast die al eens met de staart tussen de benen Indië heeft moeten verlaten. Maar bij de NCF zijn ze blij met hem. Elk oorlogsjaar maakt de fabriek meer winst door zijn onvermoeibare inzet.

Door een toeval, dat pas veel later in het boek gearrangeerd blijkt, ontmoeten Hirschland en Ryder elkaar. Ryder slaagt erin liefdevol in huize Hirschland te worden opgenomen. Hij lijkt te floreren dankzij de goede zorgen van Luciens zus Swaantje en de hem geregeld toegestopte wikkels met cocaïne. Maar dat kan natuurlijk niet altijd goed gaan.

Het duurt wel lang voordat het drama zich aandient dat het boek vaart geeft. Tot de helft zijn Robin Ryder en Lucien Hirschland onwetend van elkaars bestaan. Pas dan is er de in scène gezette ontmoeting, en vervolgens duurt het nog zeker honderd bladzijden (van de ruim vierhonderd) totdat de karakters botsen, maar als de werkelijke tragedie zich ontspint, is de rol van Hirschland op alle fronten alweer uitgespeeld. Hij wordt door zijn bazen zelfs weggepromoveerd: naar Indië.

Voor een roman waarin alle details weloverdacht lijken, kan het slot niet helemaal bevredigen. Swaantje en een vriendin begeleiden Robin naar Engeland waar hij opnieuw operaties zal ondergaan, maar hoe het hun uiteindelijk vergaat? Conny Braam laat dat in het midden. Heeft Ryder zijn cokeverslaving dan toch overwonnen?

Maar De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek is een onderhoudende roman, naar het einde toe zelfs spannend. Jammer alleen dat de zinnen van Braam zo bleek zijn. Stijl is niet haar sterkste kant. Vandaar een zin (blz. 273) als: “Van Rhijn, al sinds zijn kinderjaren huisarts van de familie…”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Frank van Dijl