Sterven, vreemdgaan, zuipen en uithuilen

Erik Spaans 27 nov 2009 Cultuur

Bij aanschaf van een bioscoopkaartje wéét de bezoeker soms al wat er staat te gebeuren. Zo zal niemand er vreemd van opkijken als de Titanic halverwege de Atlantische Oceaan in de problemen komt. En bij de eerste aanblik van het Amerikaanse kustplaatsje in Jaws koestert geen enkele toeschouwer de illusie dat men daar een rimpelloze en onbezorgde zomer tegemoet zal gaan.

Zo weet ook elke bezoeker van Komt een vrouw bij de dokter dat een van de twee hoofdrolspelers het einde van de film niet haalt. Die vrouw gaat immers niet bij de dokter langs voor een griepprikje. In de verfilming van de gelijknamige bestseller (800.000 verkochte exemplaren inmiddels) van Kluun draait het om liefde, lust, ontrouw, wroeging, noodlot, leven en dood. Merkwaardig genoeg heeft de film twee verschillende titels gekregen. Op de affiches overheerst de verwijzing naar de roman en is er sprake van ‘Kluun’s Komt een vrouw bij de dokter’. Maar bij aanvang van de film prijkt een andere naam op het scherm, en wordt de boektitel gevolgd door de woorden ‘een ode aan de liefde’. Regisseur Reinout Oerlemans legt daarmee meteen zijn kaarten op tafel. Zijn personages mogen zich dan bezighouden met lijden, sterven, rouwen, feesten, zuipen, vreemdgaan, twijfelen, uithuilen en boete doen, wat Oerlemans betreft komt de liefde toch beslist op de eerste plaats. Die ‘ode’ vormt een nietig maar betekenisvol accent, dat de (toch al gunstige) commerciële perspectieven van deze film geen kwaad zal doen.

We kennen Reinout Oerlemans als de gewezen soapster (Arnie in Goede tijden, slechte tijden) en presentator die zich de afgelopen tien jaar ontwikkelde tot een gewiekst en veelzijdig tv-producent. Dat Oerlemans voor zijn debuut als filmregisseur uitgerekend dit verhaal koos, getuigt van lef. Wie bij deze hachelijke mengeling van romantiek en drama de balans uit het oog verliest, gaat immers hard onderuit.

Er was vooraf ook enige twijfel of Oerlemans zich wel staande zou weten te houden als filmmaker. Welnu, die scepsis is onterecht gebleken. KEVBDD is met opmerkelijk zelfverzekerde en ‘volwassen’ hand geregisseerd. Het verhaal wordt vlot verteld, zonder dat het tempo geforceerd aandoet. De vormgeving is speels (let bijvoorbeeld op de manier waarop de tussentitels in het beeld zijn geïntegreerd) maar functioneel. De beelden zijn fraai, zonder dat er sprake is van visuele krachtpatserij. Voor zover Oerlemans daar niet in z’n eentje alle lof voor mag opstrijken, is hij er – minstens even belangrijk – in ieder geval in geslaagd zich met uitstekende vaklieden te omringen. Dat geldt niet in de laatste plaats voor zijn acteurs. Dat Carice van Houten moeiteloos overeind blijft in een veeleisende rol mag allang geen nieuws meer heten. Verrassender is het goede tegenspel van Barry Atsma, die arrogantie, wanhoop, machismo en kwetsbaarheid uitstraalt en daarbij alle ballen netjes in de lucht weet te houden. Hebben we te maken met een nare egoïst of verdient hij misschien toch onze sympathie? De kijker krijgt volop aanleiding om geruime tijd over die vraag na te praten.


Komt een vrouw bij de dokter.

Regie: Reinout Oerlemans.

Vanaf 26 november in de bioscoop.

Reageer op artikel:
Sterven, vreemdgaan, zuipen en uithuilen
Sluiten