Matchfixing heeft het voetbal kapot gemaakt, en hoe erg is dat eigenlijk?

Op 10 november 2010 speelt Cremonese in het eigen Zini Stadion tegen Paganese. Italiaanse derde divisie, Serie C.

Wedstrijdje van niks
Bij rust staat het 2-0 voor de thuisploeg en er lijkt niets aan de hand. Maar na de pauze komen de spelers van Cremonese het veld in als halve zombies. Niets lukt nog. Na de wedstrijd doet de teammanager van Cremonese aangifte bij de politie. Zijn spelers zouden door een onbekende zijn vergiftigd.
Bloedtests wijzen uit dat iemand het sterke slaapmiddel Lormetazepam in de thee moet hebben gedaan.

De politie verdiept zich in de spelers van het elftal, luistert een paar telefoongesprekken af en stuit al snel op Marco Paoloni, de doelman. Paoloni is een enthousiaste gokker, en een beroerde bovendien: hij heeft gokschulden bij verschillende collega-gokkers – een tandarts uit Ancona, een ex-voetballer uit Bari en de eigenaar van een wedkantoor uit Pescara, om maar een paar uitleners te noemen.

De telefoongesprekken die de recherche afluistert, worden steeds dringender van toon. Marco mag zo onderhand wel eens zijn schulden gaan afbetalen.
En als dat niet met zijn salaris lukt, dan weten zijn schuldeisers nog wel een andere manier.

Dan Tan
Het was op deze manier dat de Italiaanse politie een reusachtig Singaporees goksyndicaat op het spoor kwam. De vertakkingen liepen via Bari (waar ex-voetballer Antonio Bellavista als tussenpersoon tussen de maffia en het voetbal diende) en Chiasso (waar een onduidelijk Singaporees bedrijf jarenlang cosponsor was) naar het Verre Oosten.
Daar, in Singapore, schijnt het tegenwoordig allemaal te gebeuren, matchfixings-gewijs.

De grote man heet Dan Tan, wat een uitstekende naam is voor een matchfixer. Kort, eenvoudig, maar ook mysterieus. Een naam van een Kuifje-schurk. (‘Kijk uit, Kuifje, achter je! Dan Tan! Hij heeft een pistool!”)

Dan Tan is al vele jaren actief in het Europese voetbal. In 2005 werd hij al opgemerkt in het Duitse Bochum. Volgens de onderzoekers nu was dat nog maar een aanloopje: het syndicaat van Tan is sinds 2007 op grote schaal actief in het voetbal: van Finland tot Zwitserland en van Duitsland tot Zambia. Het is een overzichtelijke toestand, dat bedrijf van Dan Tan. Een directeur (hijzelf), zes aandeelhouders (de meeste uit Oost-Europa) en nog een zootje medewerkers, waarvan vooral een Singaporees met de naam Simon Megadiamond me mateloos intrigeert. Maar ook de ruzie tussen Tan en zijn voormalige kompaan Wilson Raj is van een ontroerende schoonheid: Raj, die vastzat voor een andere zaak, bekende ruim een jaar geleden hoe jaloers Tan was op diens successen in de matchfixing, waarna hij zou hebben geprobeerd Raj om te laten brengen.

Ik heb alle betrokkenen in de zaak al uitgebreid gegoogeld, bang om iets te missen van de details die me allemaal even smerig als smeuïg toeschijnen. Matchfixing is als doping in het wielrennen: de oneerlijkheid voegt de enige laag aan het spel toe die er tot nog toe aan ontbrak, de laag van het bedrog en de misdaad. De laag van het gevaar.

Het is de suspense van een goeie thriller, met alle actie van een grootse spektakelfilm en heel soms de ontroerende schoonheid van een arthousehit. Fouten zijn vanaf nu nooit meer zomaar fouten, zoals zeges nooit meer zomaar zeges zullen zijn.

Het gevecht dat al verloren is
Geen enkele verkeerde terugspeelbal kan nog klakkeloos worden toegeschreven aan onmacht, onkunde of gewoon onversneden domheid. Alles wordt betwijfelbaar, er bestaat niet meer zoiets als een eenduidige waarheid. De sport is haar paradijselijke status als een versimpelde, smetvrije weergave van het werkelijke leven definitief verloren; de realiteit heeft zich ertussen gewrongen, als een dikke dame met drie boodschappentassen in een volle tweedeklascoupe.

De wereld zit vol mensen die niet het beste met de ander voor hebben. Daar kun je tegen strijden, daar moet je zelfs tegen strijden, zonder het hoofd in de schoot te leggen. Ook een gevecht dat tot mislukken gedoemd is, moet uitgevochten worden.
Als je ondertussen maar begrijpt dat het kwaad al geschied is.

Wanneer vals spelen de norm wordt, is het spel definitief vernield – iedereen met enige ervaring in Monopoly kan ervan meepraten. Het smetteloze spel van 22 jongens in korte broeken en moge de sterkste winnen en zet ‘m op, is dan misschien om zeep – dat is decennia geleden al gebeurd, met de entree van het “grote geld” – de schoonheid ervan blijft bestaan. Altijd.
Zelfs bij niksige potjes als Cremonese – Paganese.

Daar kunnen geen “ruim vierhonderd” Dan Tans en Marco Paoloni’s of vijf manipulerende landgenoten iets aan veranderen.

——
 Download de gratis app van Tablisto om ons maandblad op uw tablet te lezen

  Volg HP/ De Tijd.

 Volg HP/ De Tijd op Facebook

Meer leuke content? Like ons op Facebook