Over wielrenners die vallen

De sportcolumnist kan er niet meer tegen. Het wielrennen heeft zijn hart gestolen, lang geleden al, de liefde is onvoorwaardelijk, maar dit gaat te ver.

Het vallen, bedoelt hij.
Ze vallen bij bosjes, en dat op wegen die de Flanders Fields met elkaar verbinden. Om de paar kilometer ligt er een trosje tegen het asfalt, in onnatuurlijke houdingen, alsof ze vanuit een helikopter zo op de straat gegooid zijn.
Onoverzichtelijke hoopjes staal en mens zijn het.
Als er iets beweegt, is het een lichaamsdeel.
Als iets kreunt, is het een hoofd.
“Jij geneest vanzelf, je fiets niet.”

Angst
De columnist zoekt het bij zichzelf: hij is een bange natuur, bij iedere valpartij hollen zijn gedachten alvast vooruit naar de dood. Daar houden ze halt, en hijgen uit bij een paaltje waar het bloed van een lang geleden gestorven coureur nog aan kleeft.
Waarom, vraagt de columnist zich af, doen mensen zich dit zichzelf en anderen aan? Wat is dat toch? Zou er dan niemand protesteren tegen dat soort moderne gladiatorenspelen?
Terwijl hij het zich afvraagt, weet de columnist het antwoord al.
Angst.
Mensen rijden liever met tweehonderd tegelijk zonder remmen in de richting van een afgrond in plaats van in hun eentje toe te kijken hoe de overige 199 het onheil tegemoet sprinten.

Vallen hoort erbij, zeggen mensen die zelf wel eens gevallen zijn. Mensen die nooit gevallen zijn, geloven dat het ook best zonder kan. De columnist gelooft dat de waarheid in het midden ligt. ‘Ligt’, ja.
Met een waarheid in het midden kan de columnist niets aanvangen. Een waarheid in het midden is slechts de waarheid gematerialiseerd in woorden, geen stukje.
Soms denkt de sportcolumnist: iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen geluk. Wie weigert te weigeren, gaat er aan.
Het kan kort duren, het kan lang duren, maar uiteindelijk overleeft niemand onverschilligheid.

Ach, empathie…
Mensen zeggen tegen hem dat hij te empatisch is. Dat hij zich de zaken te veel aantrekt. Dat hij de schaafwonden op een vreemde huid op zijn eigen been voelt tintelen, dat hij wil dat iedereen net zo verstandig is als hij.
Ach, empatisch… Empathie is niet meer dan een tijdrovende manier om je eigen problemen niet onder ogen te hoeven zien.
Ach, verstandig… Verstandig is sociaal geaccepteerde lafheid.
Denkt de columnist, die zelden valt als hij een stukje schrijft. Gebeurt dat wel, dan is dat onmogelijk te wijten aan zijn gevaarlijke beroep. Wie weet windt hij zich daarom zo op.
Hij weet beter.
Of juist minder?
Angstiger dan hij, liggend op een bank, kunnen de renners zelf nauwelijks zijn.
Wat heet: bij de minste slinger van het peloton staat hij al in de keuken.

“Jij geneest vanzelf, je fans niet.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook