Al negen maanden bombarderen Amerikanen IS. Haalt het iets uit?

Frank Verhoef 13 mei 2015 Politiek

De internationale coalitie bombardeert al negen maanden terreurgroep Islamitische Staat (IS) in Syrië en Irak. In totaal heeft de coalitie, geleid door de Verenigde Staten, meer dan 3.500 aanvallen uitgevoerd, waarmee meer dan 6.000 IS-doelen zijn getroffen. Dat klinkt goed, maar zijn we überhaupt verder gekomen in de strijd tegen het islamitische terreurleger van Abu Bakr al-Baghdadi?

Drie maanden na de eerste bombardementen zeiden de Amerikanen het al. Er was weinig vooruitgang geboekt in het ‘terugzetten’ en ‘vernietigen’ van IS, wat president Obama beloofde. Ja, in sommige gebieden kon IS worden teruggedrongen tot een – voor de VS – meer interessante strategische positie. Denk aan de Iraakse hoofdstad Baghdad, waar IS nog altijd niet de macht heeft kunnen grijpen dankzij een sterke verdedigingslinie van het Iraakse leger.

Tegelijkertijd werd gezegd: de Amerikaanse inlichtingendiensten hebben onvoldoende inzicht in het aantal buitenlandse (lees: westerse) jihadi’s die willen afreizen naar het front, bijvoorbeeld via Turkije. Het aantal westerse jihadi’s in dienst van het terreurleger zou alleen maar toenemen. Deze (ook Nederlandse) moslims worden aangetrokken door de droom van een ‘zuiver’ kalifaat waar iedereen leeft, of in ieder geval zou moeten leven volgens de sharia. Ze worden aangemoedigd door apocalyptische en zeer professionele propaganda waar nazi-propagandist Joseph Goebbels jaloers op zou zijn geweest.

Nu blijkt: dat is inderdaad hét grote probleem. De jihadi’s blijven maar komen. Ze radicaliseren in het land waar ze geboren zijn, bijvoorbeeld Nederland, door zich via het internet te verdiepen in de ‘zuivere’ islam. Ze komen zowel offline als online in contact met ronselaars – denk aan de Haagse Abou Moussa die vastzit op verdenking van ronselen van jihadi’s – maken plannen, kopen een vliegticket naar Turkije en verhuizen met het hele gezin, inclusief kinderen, naar Mosul in Irak of het Syrische Raqqa, dat IS vorig jaar omdoopte tot de hoofdstad van de zelfbenoemde islamitische staat.

Drie maanden geleden was de officiële schatting van de Amerikanen dat er 4.000 jihadi’s zijn bijgekomen sinds het begin van de bombardementen. Dat zijn er bijna net zo veel als er zijn gedood in die periode. De vrees is nu dat ISIS het nog jaren, zo niet decennia kan volhouden dankzij de aanwas van nieuwe jihadi’s. Wat de coalitiebombardementen in feite doen, is slechts voorkomen dat het kalifaat qua grondgebied veel groter wordt. De daadwerkelijke vernietiging van ISIS wordt vooralsnog overgelaten aan de ‘gematigde rebellen’ in Syrië, het Iraakse leger en de hulp van het sjiitische Iran, dat niet zit te wachten op een extremistisch soennitisch kalifaat aan de landsgrens.

De coalitie heeft met de bombardementen naar verluidt wel één duidelijk succes behaald: zelfbenoemd IS-kalief Abu Bakr al-Baghdadi raakte zwaargewond bij een luchtaanval op 18 maart. Welk land hier verantwoordelijk voor is, is onbekend. Recentelijk is de IS-leider van Irak naar Raqqa gebracht; daar wordt nu nagedacht wie hem opvolgt om de dagelijkse leiding op zich te nemen. Het aanwijzen van een nieuwe leider, die dan overigens op aanwijzing van Al-Baghdadi regeert, zal niet makkelijk zijn. Maar dat we voorlopig nog niet af zijn van IS, dat steeds veerkrachtiger blijkt dan we hopen, staat wel vast.

Reageer op artikel:
Al negen maanden bombarderen Amerikanen IS. Haalt het iets uit?
Sluiten