Spring naar de content

Drie of vier seksueel actieve generaties? Niets uitzonderlijks aan

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Hans van Brussel
Hoe vaak doen Nederlanders het en tot welke leeftijd gaan ze ermee door? En hoe zit het met prostitueebezoek? Er is vrijwel geen onderwerp waarbij theorie en praktijk zo ver uit elkaar liggen – toch waagt De Feitenfirma een poging het kaf van het koren te scheiden. U weet het misschien nog niet, maa r uw seksuele gezondheid wordt gevolgd. Deze term is leidend in een onderzoek dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in samenwerking met onder meer het RIVM en Rutgers sinds 2014 periodiek uitvoert in het kader van de landelijke Leefstijlmonitor.   De kleine achtduizend ondervraagden – die tussen de 17 en de 85 jaar oud zijn – wordt het hemd van het lijf gevraagd. De enquêteurs willen bijvoorbeeld weten hoe vaak u de afgelopen twaalf maanden seks had. Met hoeveel partners? En als het losse partners waren, was het dan betaald of onbetaald? Deed u het beschermd of onbeschermd? Gebruikte u de pil, of iets anders? Werd u ongepland zwanger? Als lezer bent u natuurlijk vooral geïnteresseerd in de antwoorden; voyeurisme is niemand vreemd. Welnu, hier zijn ze, samengevat. Driekwart van alle Nederlanders in de groep 17 tot 85 jaar heeft de afgelopen twaalf maanden seks gehad. Eén kwart dus niet en dat is best veel. 5,3 procent heeft zich laten testen op hiv, 6 procent op een soa. Ook dat is best veel en logischerwijs ligt het accent op jongeren; die hadden vaker dan ouderen meer dan één partner en doen het lang niet altijd beschermd. En wist u dat het risico van een ongeplande zwangerschap hoger is bij oudere vrouwen, tussen de 35 en 49 jaar? 92,3 procent van de jonge dames (17 tot en met 24 jaar) gebruikt anticonceptie, maar daarna neemt het percentage snel af. Ofwel omdat een zwangerschap juist gewenst wordt, ofwel omdat er geen rekening mee wordt gehouden. En zoals u weet: waar je geen rekening mee houdt, dát overkomt je. Het onderzoek laat ook een opmerkelijk verschil zien tussen laag- en hoogopgeleiden. De laatsten doen het vaker en hebben ook vaker meerdere partners. Met als gevolg dat hoger opgeleiden zich vaker laten testen op allerlei soorten narigheid. Een laatste voor de hand liggende conclusie is dat de seksuele activiteit met het stijgen van de leeftijd afneemt: van de 75-plussers doet niet meer dan een op de zes het (nog). Maar een op de zes bejaarden – de criteria voor het begrip ‘bejaarde’ schuiven nog niet op, ondanks de stijging van de pensioengerechtigde leeftijd – doet het dus wél. Daarop aanhakend wil ik graag uw aandacht vestigen op de verzorgings- en verpleegtehuizen waarin we onze ouderen onderbrengen. De bewoners zijn gemiddeld steeds ouder en dat maakt de problematiek de komende jaren niet kleiner. Directeur Kim Putters van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vroeg onlangs in een opiniestuk in Het Financieele Dagblad aandacht voor de ons allen bekende groep kwetsbare ouderen, maar vooral ook voor de sterk groeiende groep vitale vijfenzestigplussers. Er is in de media volop aandacht voor de pyjamadagen en douche- en plascontracten, maar wie durft het te hebben over het faciliteren van seks voor ouderen in dat soort huizen, of voor ouderen die thuiszorg krijgen? In de Johannes Rutgerslezing van 2014 kaartte Putters dat ook al aan. Hij riep Omroep MAX en de politieke partij 50PLUS op dit ‘nieuwe taboe’ te doorbreken en veel meer aandacht te geven. Een citaat: “In de tijd gezien lijkt het nieuwe taboe rond seksualiteit dat ouderen seks hebben. (–) Door het grotere aantal echtscheidingen is de wisseling van partner een steeds minder groot sociaal probleem. Dat beïnvloedt ook het seksueel gedrag van ouderen. (–) Een krachtig pleidooi voor seksuele vrijheden in verpleeg- en verzorgingshuizen is geen overbodige luxe.” Hij benadrukte dat Nederland in 2060 zo’n vijf miljoen mensen boven de 65 jaar telt. De kans is groot dat de klein- en achterkleinkinderen van deze ouderen ook voor het eerst aan de slag zijn gegaan. Het gelijktijdig seksueel actief zijn van drie en zelfs vier generaties wordt steeds minder uitzonderlijk. Uit het onderzoek ‘Seks onder je 25e’, dat in 2012 onder achtduizend jongeren werd gehouden, blijkt dat de helft van de zeventienjarigen seks heeft gehad. Ze doorliepen dan de ‘leerschool’ van tongzoenen (rond je veertiende), ‘voelen en strelen’ (rond je vijftiende), manueel gedoe (rond je zestiende) om uiteindelijk voor de hoofdprijs te gaan. De eerste keer is vaak onverwacht: dit geldt voor maar liefst 38 procent van de jongens en 31 procent van de meisjes. Noem het emancipatie. Tot zover de stand van zaken rond seks langs de min of meer normale paden, het traject dat elke eerbare burger wordt geacht te doorlopen, doorgaans binnen een monogame relatie. Zo wil het sprookje. De praktijk wil nog weleens een andere zijn. Het hebben van meerdere sekspartners wordt steeds normaler en vrouwen – vooral jonge vrouwen – halen de achterstand op mannen snel in. Zolang er niet wordt getrouwd of samengewoond, want dan wordt veel anders – maar niet alles. Want ongeveer één procent van ons allen heeft niet het DNA van de persoon die we als onze vader kennen. Er gaan veel wildere verhalen over het aantal, maar 0,94 procent is het getal dat wetenschappelijk is aangetoond. Omdat seksueel contact lang niet altijd tot een kind leidt, kun je aannemen dat het percentage mensen die vreemdgaan veel groter is. Vroeger was vreemdgaan de enige wettelijk toegestane echtscheidingsgrond, tegenwoordig is dat ‘duurzame ontwrichting’, een containerbegrip waarbij alles een reden is. Daarom sprak een van de echtelieden vaak ‘de grote leugen’ uit, een eufemisme. Zo iemand verklaarde dan dat hij of zij overspel had gepleegd – terwijl dat niet het geval was – waarna de echtscheiding kon worden uitgesproken. Want anders had je levenslang. Intussen streven steeds grotere groepen mensen nog meer (seksueel) levensgeluk na dan ze al ervaren. Het aantal datingsites stijgt explosief, het aantal ingeschrevenen nog meer. Het gaat om miljoenen inschrijvers, maar het is onmogelijk te achterhalen hoeveel doublures er zijn en hoe actief ze zijn. Je hebt sites waar je op zoek gaat naar die partner die je nog niet hebt, maar er zijn er ook steeds meer waar je op zoek gaat naar een partner erbij. In de Surinaamse cultuur kennen we de ‘buitenvrouw’; veel Nederlanders zien dat ook als een nastrevenswaardig doel. Vreemdgaan via een datingsite is de nieuwe realiteit, die het ouderwetse hoerenlopen in elk geval ten dele vervangt. In 2015 werd het EO-televisieprogramma Jojanneke in de prostitutie uitgezonden. Dit bevatte geen eigen onderzoek maar leunde vooral op eerdere internationale onderzoeken. Daaruit werd geconcludeerd dat ten minste 13,5 procent van de Nederlandse mannen ooit een prostituee had bezocht of nog zou bezoeken. Dat cijfer is gebaseerd op een onderzoek van het Amerikaanse Kinsey Institute uit 2014. Als er een minimum is, dan is er ook een maximum. Dat ligt op maar liefst 21,6 procent, een cijfer dat op een Italiaans onderzoek gebaseerd is. Zowel het minimum als maximum maakt dat je, al om je heen kijkend, niet aan de vraag ontkomt wie in jouw omgeving de prostitueebezoekers moeten zijn -(geweest)./   

Onderwerpen