Nederland, Trumps belastingverlaging is ook uw probleem

Het leven kent twee zekerheden: de dood en belastingen. Hieraan kan de verdeling van belastingdruk als derde garantie worden toegevoegd. Bedrijven verlagen hun belastingdruk steeds verder, terwijl burgers een groter deel van hun inkomen richting de fiscus zien gaan, concludeerde de OESO twee jaar geleden al. Een trend die vrolijk doorzet.

Want de Amerikaanse president Donald Trump wil de Amerikaanse vennootschapsbelasting verlagen van 35 procent naar 20 procent. Hij hoopt dat Amerikaanse bedrijven door die maatregel minder winsten overzees stallen. In plaats daarvan zouden ze hun geld in eigen land moeten uitgeven, bijvoorbeeld aan hogere lonen.

In een ideale wereld besteden burgers deze extra inkomsten aan nieuwe spullen en diensten, waardoor er nog meer werkgelegenheid ontstaat. Zo profiteren ook de minder kapitaalkrachtigen van de maatregel die in eerste instantie bedrijven lijkt te bevoordelen. Dit is — in een notendop — het idee achter trickle down economics.

Helaas blijkt het filter nogal eens verstopt. In 2004 verlaagde George Bush Jr. met dezelfde doordruppelfilosofie tijdelijk de belasting voor bedrijven die hun winsten uit het buitenland terughaalden. Extra banen leverde het nauwelijks op, extra uitkeringen aan aandeelhouders wel.

Nederlandse angst

Het verlagen van de winstbelasting is geen exclusief Amerikaans fenomeen. Onder meer Frankrijk, Verenigde Koninkrijk, België, Ierland, Duitsland en Nederland hebben deze eeuw de winstbelasting omlaag gegooid en/of overwegen deze (verder) te verlagen.

In Nederland daalde sinds 2000 de winstbelasting van 34,5 procent naar 25 procent en het demissionaire kabinet adviseert dit tarief nog verder naar beneden te duwen. Allemaal omwille van een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Verlaag je de bedrijfsbelasting niet, dan pakken multinationals hun boeltje en verhuizen naar een land waar de regering wel fiscaalvriendelijk beleid voert.

‘Race to the bottom’

Landen dwingen elkaar met de belastingconcurrentie tot een ‘race to the bottom’. Om te zorgen dat de belastinginkomsten — en daarmee het voorzieningenniveau — op peil blijven moet er ergens anders meer geld opgehaald worden. Als bedrijven niet betalen, moet de staat bij zijn burgers aankloppen. Bijvoorbeeld via de btw. Zo ging in het Nederlandse belastingparadijs het btw-tarief in stappen omhoog via 17,5 naar 21 procent. Het nieuwe kabinet wil het lage btw-tarief van 6 naar 8 procent brengen.

Daarmee worden bijvoorbeeld voeding, een kaartje voor het zwembad en een papieren boek duurder. Een maatregel die ongetwijfeld boze brieven en woedende reacties oproept, maar waar weinigen voor naar het Malieveld trekken. Zeker omdat het kabinet dit keer de lasten op arbeid wil verlagen met een nieuw tweeschijvenstelsel.

Jan Modaal wordt benadeeld door deze belastingen

Al is het nog onzeker de onderbezette belastingdienst met zijn prehistorische ict-systemen deze wijziging snel kan verwerken. Met een beetje pech zit je straks met een hogere btw, terwijl de belastingverlaging aan de andere kant op zich laat wachten.

Zelfs dan zal er geen grote onrust uitbreken. Stapsgewijze belastingverhogingen leiden tot gesputter, niet tot verzet. En vooruit, ondanks alle belastingverschuivingen ten faveure van bedrijven is Nederland niet massaal in armoede vervallen. Wel ontvangt Jan Modaal een steeds kleiner deel van de koek, terwijl zijn uitgaven sluipenderwijs stijgen. Oneerlijk? Misschien.

Maar zolang internationale afspraken over een minimum winstbelasting of een massaal verzet in vorm van protest of stemgedrag uitblijven zal Trumps plan niet het sluitstuk van de internationale belastingwedloop zijn.

Meer leuke content? Like ons op Facebook