Ons pensioenstelsel is niet zo vreselijk als het lijkt

Maar er zijn genoeg verbeterpunten

De economie en de pensioenfondsen zitten in de lift, maar werknemers en gepensioneerden lijken daar nog niet de vruchten van te plukken, wanneer we het hebben over pensioen. Tijd voor een andere pensioenaanpak of een revolutie? Volgens Klaartje de Boer, beleidsadviseur Pensioen bij de Vakcentrale voor Professionals en lid van de pensioencommissie van de Sociaal Economische Raad liggen de oorzaken van de pensioenpatstelling een stuk dieper.

Deze week bracht ons het nieuws dat het beter gaat met de Nederlandse pensioenfondsen. Ze herstellen voorzichtig, maar dat betekent niet dat alle pensioenen verhoogd kunnen worden. Daarnaast werd een initiatiefwet van 50Plus om de zogenoemde rekenrente te verhogen afgeschoten in de Tweede Kamer.

Daarnaast neemt de onvrede onder veel burgers toe nu de huidige groep gepensioneerden niet de vruchten lijkt te kunnen plukken van de huidige successen. “Het blijft een moeilijke discussie met veel verschillende belangen,” vertelt Klaartje de Boer. Maar ze is hoopvol: “Het vertrouwen is laag, maar zo vreselijk is ons pensioenstelsel niet.”

Pensioen
Klaartje de Boer. Beeld: Twitter

De Boer werkt sinds haar 23ste al voor de Vakcentrale voor Professionals en wordt meteen in het diepe gegooid. Ze mag in 2009 meteen onderhandelen over het nieuwe pensioenakkoord. Na jaren onderhandelen ligt er nog steeds geen nieuw akkoord op tafel.

Volgens De Boer is de noodzaak hoog om het huidige pensioenstelsel aan de huidige tijd aan te passen. Ze definieert vier grote pijnpunten van het huidige pensioenstelsel.

We worden ouder

De Boer: “Op het moment dat de bevolking ouder wordt, moeten pensioenfondsen langer pensioen uitkeren. Echter, het aantal pensioengerechtigden wordt sinds 2010 ouder dan eerder geraamd. Dat betekent dat het aantal uit te keren pensioenjaren stijgt, waarvoor er meer geld in kas moet zijn.”

Vroeger kon dit bijgestuurd worden door de pensioenpremies te verhogen, maar dat wordt volgens De Boer lastig door de vergrijzing en het aantal premiebetalers dat is afgenomen. “In ons pensioenstelsel komt ieder jaar ongeveer 25 miljard euro premie binnen op een totaal pensioenvermogen van 1300 miljard euro. Alleen zijn er nu minder premiebetalers dan pensioengenieters, het verhogen van de premie kan tegenvallende schokken bijvoorbeeld op financiële markten niet opvangen.”

De rente is te laag

Pensioenfondsen moeten de pensioenverplichtingen waarderen met de actuele nominale marktrente. Deze rente is erg laag, grotendeels door het opkoopprogramma van de Europese Centrale Bank. Deze rente – op dit moment 1,5 procent – is onderwerp van een huidige politieke discussie. 50Plus wil deze rente voor vijf jaar verhogen naar 2 procent, maar de vakcentrales en vakbonden pleiten voor een structurele oplossing.

“Het is de vraag of de huidige marktrente de juiste methode is om onze pensioenen mee te waarderen,” stelt De Boer. “Je ziet dat dekkingsgraden tegenwoordig heel snel reageren op economische schommelingen en de rente. We moeten echter streven naar hetzelfde pensioenresultaat voor alle generaties. Daarom moeten we in plaats van debatteren gaan onderzoeken hoe we de balans moeten vinden met deze rekenrente. We moeten ons niet te rijk maar ook niet te arm rekenen.

De flexibele arbeidsmarkt

De flexibilisering van de arbeidsmarkt is een ander pijnpunt voor de VCP en de pensioensector. De freelancers van ons land bouwen bijvoorbeeld geen verplicht pensioen op. Er is in sommige sectoren sprake van schijnzelfstandigheid en concurrentievervalsing op tarieven. “Hierdoor komt de pensioenopbouw van grote groepen werkenden onder druk te staan,” merkt De Boer.

“Het klinkt heel paternalistisch, maar we maken ons als partij binnen de Sociaal Economische Raad zorgen over. Als deze trend zich doorzet, gaat in de toekomst mogelijk een grote groep werkenden met onvoldoende pensioen druk uitoefenen op onze sociale voorzieningen. Als die mensen geen pensioen opbouwen, gaat dat problemen geven als ze stoppen met werken, omdat ze fors terugvallen in inkomen en hun levensstandaard niet kunnen voortzetten.”

Bezuinigingen

De jongere generaties kampen volgens De Boer met een ander probleem. “Tot 2015 was het mogelijk om 2,25 procent van het pensioengevende inkomen fiscaalvriendelijk op te bouwen.” Het vorige kabinet koos echter voor een bezuiniging van 9 miljard euro en een versobering van dit systeem en heeft het teruggebracht naar 1,875 procent.

Dat betekent dat de generatie van De Boer (32 jaar) minder gunstig pensioen opbouwt dan haar ouders (een versobering van wel 20 procent). “De huidige groep dertigers moet op meerdere paarden gaan wedden om na hun pensioen dezelfde levensstandaard te behouden. Ze zouden behalve door te sparen vermogen op kunnen bouwen door te beleggen of te investeren in een huis.”

Onterecht vertrouwensprobleem

Door deze pijnpunten kampt ons pensioenstelsel met een vertrouwensprobleem, ziet De Boer. “Mensen hebben het idee dat ze niet terugkrijgen wat ze erin stoppen.” Al wekt de maatschappelijke onrust ook een politieke reactie op. Dit is een zegen, stelt ze. “Die onrust heeft de roep vanuit de maatschappij om meer transparantie aangewakkerd. We hebben namelijk niet het meest transparante pensioensysteem omdat we risico’s met elkaar delen. De relatie tussen de premie-inleg en het pensioen is lastig aan te tonen. We moeten het stelsel dus beter uitleggen.”

Door resultaten uit het verleden denken veel pensioengerechtigden dat het systeem garanties kent. “Mensen zien een pensioenindexatie als een recht,” vertelt De Boer, “maar dat klopt niet. Daarnaast denken mensen ook dat ze nog altijd 70 procent van hun laatstverdiende loon ontvangen als pensioen, maar door de pensioenversoberingen van de afgelopen jaren gaan ze dat (vaak) niet meer redden.”

Toch denkt De Boer dat we helemaal niet zo’n vreselijk stelsel hebben dan geschetst wordt. Geen enkel land heeft zoveel pensioengeld opgebouwd als hier in Nederland, stelt ze. “En we kennen amper armoede, omdat we het zo goed hebben geregeld met elkaar, maar er zijn verschijnselen die het stelsel en het vertrouwen onder druk zetten. Hierdoor moeten we het aan de huidige tijdsgeest aanpassen. Dat wordt een hele uitdaging.”