Steven Kruijswijk, Gesink en Dumoulin – de heroïek van de vliegende Hollanders

De Tour de France heeft Frankrijk jaarlijks drie weken volledig in haar greep. Tourkenner en journalist Jeroen Wielaert reist de renners drie weken lang achterna en vertelt u in zijn Tourkronieken het verhaal achter de Ronde.

Steven Kruijswijk
Beeld: Jeroen Wielaert

De man op de motor had wel een passende betiteling: ‘Il est l’Hollandais Volant!’ Steven Kruijswijk volgens Radio Monte Carlo: de Vliegende Hollander. Ik nam het de verslaggever niet kwalijk, vooral zolang Steven vloog. Al eerder had ik gewacht op Franse variaties voor The Dutch Windmill, in dit geval gerelateerd aan Tom Dumoulin.

In de journalistiek is grote vraag naar vernieuwing, maar oud-Hollandsche gemeenplaatsen doen het nog goed. Ze zijn direct plaatsbaar. Ondanks dat Steven Kruijswijk nog een tijd met Alejandro Valverde in de kopgroep had gezeten was hij nog geen Spaanse Brabander.

Luistert u liever de hele kroniek? Jeroen spreekt iedere aflevering in. De tekst loopt zelf hieronder door.

De samenstelling van de kopgroep op de Col de la Madeleine was mooi genoeg: Kruijswijk zat erbij met Gesink, Mollema aanvankelijk ook nog – goed voor het Holland-gevoel van de Tour.

De Madeleine was tijdloos mooi als altijd, de oude bochten, de majestueuze hoogten met hun plooiingen van steen. De oude Bar du Glacier was een goed punt om te stoppen. Een koel glas, de stilte buiten – zen van de Tour – in dit geval licht verstoord door de jodelmuziek uit het binnenste van de herberg.

Toen hij ontsnapte heeft Steven Kruijswijk niet gedacht aan de naam van de berg: de Col de la Croix de Fer, de berg van het IJzeren Kruis. Op Radio Tour hoorde ik hoe zijn voorsprong opliep. 15 seconden, 35, 40, 1 minuut 40.

Op de Croix de Fer keerde ik in precies dezelfde richting terug naar 19 Juli 1989, etappe 17, Briançon-L’Alpe d’Huez. Gert-Jan Theunisse was er al op de Galibier vandoor gegaan en zwoegde door, in bollentrui.

Theunisse was een geliefd duo met Steven Rooks. Ze waren de Bau & Lau van die dagen, en ze hadden meer succes. Rooks had in 1988 al gewonnen op L’Alpe d’Huez. Theunisse ging het hem nadoen, een zomer later, als blijk van bewijs van een Band of Brothers, althans, daar moest het op lijken.

Ze lieten Theunisse zijn ding doen op L’Alpe d’Huez. De strijd in de strijd ging om de gele trui. Na de ritzege van de Nederlander nam Laurent Fignon de leiding over van Greg LeMond.

Dit soort gunst heeft Steven Kruijswijk niet gekregen. Er was nog genoeg te regelen voor het klassement, maar ook voor de vreugde van het vaderland, de dronken Hollandse bochten voorbij. Nóg was Dumoulin erbij, om voor het eerst na Theunisse te zegevieren. Het lukte niet.

Steven Kruijswijk
Beeld: Jeroen Wielaert

Toen alle interviews voorbij waren liep ik nog even op met Dumoulin.
Wat betekende dit alles voor de rest van de Tour?
“Niks,” zei de Limburger.
Ik herinnerde hem eraan hoe ze op de Alpe met zijn vieren even náást elkaar hadden gereden. Een vorm van gelijkspel?
“Nee. Thomas is nu de sterkste. Daarna komen Froome en ik.”
Nu wist ik het zeker: deze Limburger had een plan.

In de file naar beneden reed ik met open raam een groep benevelde Nederlandse fans tegemoet.
“Toch wel een held, Kruijswijk,” opperde ik. De aangesproken jongeman keek me licht verward aan en zei: “Kruijswijk? Verdomd, wat een homo!”

Heroïek is alleen voor winnende Vliegende Hollanders.

Lees en luister hier alle Tourkronieken van Jeroen Wielaert.