Aids is in Nederland nog steeds taboe. Ook in de bioscoop

Terwijl het grootste aidscongres ter wereld deze week is neergestreken in Amsterdam lijken onderwerpen als aids en hiv hier amper voorbij te komen in de populaire film- en seriecultuur. Komt het omdat het ons niet interesseert of hangt er nog steeds een wolk van schaamte omheen? Die vraag kwam bij filmredacteur Nico van den Berg naar boven na het zien van de film Aan niets overleden over het taboe van aids en homoseksualiteit in een Antiliaans gezin.

In de jaren negentig werden we door de overheid nog om onze oren geslagen met campagnes als ‘Van een beetje begrip heeft nog nooit iemand aids gekregen’ en ‘Begrip en aids horen bij elkaar’. En Paul de Leeuw maakte in 1992 aids in één klap bespreekbaar door zijn uitzending met René Klijn die liggend in bed openhartig over zijn ziekte vertelde. Het nummer Mr. Blue dat Klijn toen zong, werd zelfs een echte hit.

Sindsdien is er veel vooruitgang geboekt rond de behandeling van hiv en aids. In 1995 was het nog de belangrijkste doodsoorzaak onder mannen tussen 30 en 45 jaar in Amsterdam, maar tegenwoordig hoef je door nieuwe medicatie in Nederland er niet meer dood aan te gaan. Ook is het ooit onbetaalbare preventiemiddel PrEP sinds deze maand eindelijk voor een klein bedrag beschikbaar gemaakt vanuit de overheid.

Je zou verwachten dat hiermee alle drempels zijn verdwenen om aids en hiv tot een gewoon gespreksonderwerp te maken, zeker voor een land dat prat gaat op zijn open en tolerante karakter. Onderwerpen als genderneutrale toiletten en commercialisering van de Amsterdam Canal Parade halen nog wel de talkshows, zij het soms op een lacherige manier. Maar geïnfecteerde mannen blijven zo goed als onzichtbaar.

De tekst loopt hieronder door.

Aids
Aan niets overleden gaat over een Antiliaans gezin in de Bijlmer, bestaande uit moeder Thilda, haar nog thuiswonende dochter Joyce en de onzichtbare zoon Kelvin. Beeld: Screenshot Aan niets overleden

 Ook filmmakers lijken hier een blinde vlek voor te hebben. In 2013 werden we even verrast door het succes van de film Dallas Buyers Club waar Matthew McConaughey op indrukwekkende wijze een aidspatiënt neerzette. Hij kreeg er zelfs een Oscar voor, maar terugkijkend bleek dit wat grote speelfilms betreft de spreekwoordelijke uitzondering te zijn. Wel zagen we het onderwerp vorig jaar terug in de Franse documentaire 120 BPM, over de strijd tegen aids in Parijs aan het begin van de jaren negentig.

De Nederlandse cinema doet het niet veel beter. Eerder dit jaar benoemde ik al het gebrek aan films met een homothema maar ook films over hiv of aids moet je hier met een microscoop zoeken. Film- en theatermaker Raymi Sambo brengt daar nu verandering in met de verfilming van zijn eerdere gelijknamige theatervoorstelling Aan niets overleden dat in 2014 met succes werd opgevoerd in het Bijlmertheater in Amsterdam. Naast hiv en aids snijdt het nog een ander taboe aan, namelijk homoseksualiteit in de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap.

Aan niets overleden gaat over een Antiliaans gezin in de Bijlmer, bestaande uit moeder Thilda, haar nog thuiswonende dochter Joyce en de onzichtbare zoon Kelvin. Als op een middag Julius, een oude jeugdvriend van Kelvin, zich plotseling aan de deur meldt en vraagt naar zijn vriend van vroeger, stelt Kevins religieuze moeder zich meteen vijandig op. Duidelijk is dat zij de homoseksualiteit van haar zoon des duivels vindt en Julius verantwoordelijk houdt voor het feit dat hij aids heeft gekregen. Tussen de ijzige ontvangst die Julius van Kelvins moeder krijgt, zien we mooie flashbacks met flarden van de diepe en seksueel geladen vriendschap tussen de twee jongens voorbij komen.

De tekst loopt onder de trailer van Aan niets overleden door. 

Het acteerwerk van de moeder (gespeeld door Perla Thissen) en Julius (Erwin Boschmans) is misschien bij vlagen wat houterig en het einde is wat melodramatisch, maar er hangt toch een flinke sympathiefactor rond de film. Dat is niet in de laatste plaats omdat Sambo het aandurft om de negatieve houding vanuit zijn eigen Antiliaans-Surinaamse cultuur naar homoseksualiteit en aids aan de kaak te stellen. Het is deze mengeling van schaamte en afwijzing die zo sterk werkt, vooral ook omdat deze niet vanuit een blanke Randstedelijke hoek komt, maar uit eigen Caribische kring.

De film is namelijk gemaakt met een compleet donkere cast. De op Curacao geboren Sambo kon hierbij uit eigen ervaring putten. Zo gaf ooit zijn eigen moeder schoorvoetend toe dat een jeugdvriend van Sambo ‘aida’ had. Het woord ‘aids’ kwam niet over haar lippen. Talloos zijn ook de verhalen die hij kent over outcasts die door hun familie worden afgeschermd van de buitenwereld. Je voelt dat Sambo de confrontatie met zijn eigen achtergrond niet uit de weg wil gaan.

Niet alleen Sambo’s eigen cultuur wordt gedwongen in de spiegel te kijken. Vooral buiten de grote steden denkt de gemiddelde blanke Nederlander conservatiever over homo’s dan het tolerante Nederlandse imago doet vermoeden. En wat betreft hiv en aids ziet de Hiv-vereniging nog genoeg stigmatisering voorbij komen.

In Nederland zetten we onszelf graag neer als tolerant volk, maar in het begrip tolereren zit iets aanmatigends. Het staat ook voor gedogen of negeren. Net als Kelvins moeder bij haar geïnfecteerde zoon doet. In de discussie over hoe liberaal de Nederlandse identiteit nu eigenlijk is, moeten we niet meteen naar andere culturen wijzen als het gaat om de omgang met mensen die afwijken van de seksuele norm of leiden aan ziektes waar we niet over willen praten. Raymi Sambo doet met zijn eerste film in elk geval een dappere poging om in deze benauwende situatie een aantal ramen flink open te gooien.

Aan niets overleden is op verschillende plekken in Amsterdam te zien. De volledige speellijst vindt u hier

Meer filmverhalen van Nico van den Berg? Volg ons op Facebook