Frank Heinen: ‘In 2012 heb ik een overdosis Grunberg gekregen’

Al meer dan tien jaar schrijft Frank Heinen (Utrecht, 1985) columns en verhalen, onder meer op maandagen voor HP/De Tijd. Ze gaan veelal over sport, maar daarvan is geen sprake in zijn aanstaande debuutroman: De zaak Tom. We spreken Heinen in het Utrechtse Café Marktzicht, waar hij geregeld zit te werken.

Zeg, waar gaat uw debuutroman eigenlijk over?
“Over een man die zijn doofstomme en lichamelijk beperkte broer in huis neemt, omdat het hem niet bevalt dat zijn broer anoniem opgesloten zit in een zorginstelling. Vastgelopen in zijn eigen leven wil hij graag iets betekenen voor zijn hulpbehoevende broer. Maar daarbij raakt hij zo verblind door zijn eigen goede bedoelingen dat hij een aantal praktische bezwaren over het hoofd ziet. Zodanig dat ze op de vlucht moeten.
Het verhaal gaat over de vraag wat het betekent om daadwerkelijk volledig onbaatzuchtig te handelen, en of dat überhaupt wel mogelijk is.”

Hoe lang heeft u eraan gewerkt?
“Lang. Ruim twee jaar geleden tekende ik een contract bij de uitgever op basis van een manuscript waarvan ik dacht dat het al best wel af was. Ik had er al twee jaar aan gewerkt. Uiteindelijk heb ik dus nog veel moeten bijschaven.”

‘De voordelen van het niet hebben van een smartphone waren tijdens het schrijven onmiskenbaar.’

En hoe ziet een gemiddelde schrijfdag er uit?
“In de fase waarin ik het verhaal moest herschrijven vond ik het lastig om het schrijven van fictie te combineren met mijn stukken voor televisie en kranten. Ik moest steeds opnieuw in het verhaal komen, terwijl herschrijven een hoop concentratie vergt. Om mezelf die tijd te gunnen ben ik een behoorlijk aantal keer naar een huisje in Drenthe gegaan. Ik had daar geen internet dus kon ik zonder afleiding doorwerken.
Daarbij hielp het dat ik geen smartphone heb. Nooit gehad ook. Ik baal er weleens van dat ik bepaalde mogelijkheden niet heb, zoals WhatsApp of toegang tot reisinformatie. Super onhandig. Er gaat natuurlijk een keer een moment komen dat ik er niet meer onderuit kan, dat ik niet meer met de trein kan of kan internetbankieren zonder smartphone. Ik moet natuurlijk ook geen zonderling worden. Maar toen in Drenthe waren de voordelen onmiskenbaar.”

Waar schrijft u mee?
“Een MacBook Air. Afgelopen zomer was ik op vakantie en deed mijn laptop het niet, terwijl ik nog één deadline had voor De Morgen. Die tekst heb ik toen op papier moeten schrijven. Mijn vriendin heeft de tekst uiteindelijk overgetikt met haar telefoon en opgestuurd naar de redacteur. Vreselijk. Ik merkte toen hoeveel ik corrigeer tijdens het schrijven. Als je dat met de pen doet is er geen touw meer aan vast te knopen.”

Hoe bent u met deze roman eigenlijk bij uitgeverij De Bezige Bij terechtgekomen?
“Ik wilde mijn fictie graag bij een andere uitgeverij schrijven dan bij Nieuw Amsterdam, waar ik m’n wielerboek Uit koers heb uitgebracht. Puur om mijn fictie en non-fictie te scheiden.
Een aantal uitgeverijen was enthousiast en begon gelijk over pr en dat soort dingen. Maar het gesprek bij De Bezige Bij was juist vooral heel inhoudelijk. Uiteindelijk is die klik met de redacteur leidend geweest in mijn keuze. Ze was enthousiast maar kritisch en had suggesties waar ik in de twee jaar daarvoor nog geen seconde aan had gedacht. Dat maakte indruk. Meer dan de grote plannen van andere uitgevers. Die kan ik bij wijze van spreken zelf ook nog wel bedenken. Ik heb echt gemerkt hoe belangrijk een redacteur is; het zijn mensen die heel veel energie en creativiteit in het verhaal steken.”

Wie is uw favoriete Nederlandstalige schrijver?
Arnon Grunberg. Ik heb lange tijd alles van hem gelezen. Maar toen ik in 2012 voor mijn studie Nederlands ben afgestudeerd op zijn werk, heb ik een overdosis gekregen. Sindsdien volg ik hem niet meer op de voet. Met name in de periode van Fantoompijn tot De Asielzoeker, waarin hij ook schreef onder zijn pseudoniem Marek van der Jagt, vond ik Grunberg goed. Hij slaagt er in die periode in om een goed verhaal te combineren met humor, wat in de Nederlandse literatuur zeldzaam is, die is namelijk best ernstig.
Dat laatste geldt overigens niet voor Bob den Uyl, een schrijver die ontzettend komische reisverhalen schreef. Hem wil ik zeker genoemd hebben.”

Gaat u in maart naar het boekenbal?
“Nee, dan ben ik een weekend weg met vrienden. Ik ben er ook al twee keer geweest. Hoewel er een boel overdreven opwinding bij zit, vond ik het hartstikke leuke, onrustige feestjes.”

Tot slot: op het huis van welke schrijver zou u wel een precisiebombardement willen laten uitvoeren?
“Ik vind dit eerlijk gezegd een totale onzinvraag. Natuurlijk zijn er collega’s die vreselijk zijn – ik hoor ook weleens wat –, maar ik ken ze niet. Ik begeef me niet zo vaak in schrijverskringen, dus tot op heden is iedereen altijd vriendelijk en beleefd.
Bovendien geloof ik dat schrijvers proberen het beste van hun kunstwerk te maken. Daar heb ik bewondering voor, want zo werkt het niet in alle kunstvormen. Ik zie weleens films, zoals laatst Inception, waarbij je direct voelt dat er niet het uiterste uit het verzamelde talent is gehaald.”

De zaak Tom van uitgeverij De Bezige Bij is vanaf 28 februari verkrijgbaar.

Frank Heinen

Reageer op artikel:
Frank Heinen: ‘In 2012 heb ik een overdosis Grunberg gekregen’
Sluiten