Arnon Grunberg: ‘Ik vrees dat vijandschap onvermijdelijk is’

In Vriend & vijand, de nieuwste uitbreiding van zijn omvangrijke oeuvre, buigt Arnon Grunberg (Amsterdam, 1971) zich over het wezen van de politiek en de onvermijdelijke strijd die daarbij hoort. HP/De Tijd schreef naar New York, al jarenlang Grunbergs woonplaats.

Waar gaat uw boek Vriend & vijand eigenlijk over?
“Dit boek gaat over het werk van de Duitse jurist en politicoloog Carl Schmitt (1888-1985), en dan met name zijn boek Het begrip politiek. Ik heb geprobeerd antwoorden te formuleren op vragen die zijn opgeworpen door Schmitt. Wat is het politieke? Wat is een staat? Wat is politieke vijandschap? Is oorlog de consequentie van vijandschap? Wat is recht?
Kort gezegd gaat Vriend & vijand over de kracht én de zwakte van de parlementaire democratie.”

Wat is dan die kracht en zwakte van onze parlementaire democratie?
“De saaiheid, wij onderschatten de verveling als bron van politieke onrust. De parlementaire democratie blijft een ideaal systeem om zonder bloedvergieten aan machtswisseling te doen, en de scheiding van macht die bij een dergelijk systeem hoort, garandeert dat uitwassen van machtsmisbruik beperkt zullen blijven.
“Aan de andere kant kan de vermeende of werkelijke onmacht van het parlement – denk aan het Britse parlement en Brexit bijvoorbeeld – én het zoeken naar consensus, een onvermijdelijk neveneffect van een dergelijk systeem, de kiezer doen verlangen naar iets stevigers, iets wat minder saai is en meer opwinding biedt. De consensus kan de kiezer het gevoel geven dat er geen werkelijke vrienden en vijanden zijn. Een goed functionerende parlementaire democratie biedt dus relatief weinig spektakel, terwijl de kiezer naast al het andere ook naar spektakel verlangt.”

Wat is de mooiste zin uit het boek?
“‘Wie geobsedeerd is door zijn vijanden wordt uiteindelijk gedefinieerd door die vijanden.’”

Zijn vijanden niet onmisbaar voor de mens?
“Ik vrees dat vijandschap vooralsnog onvermijdelijk is. Elke gemeenschap, dat schrijf ik ook in mijn boek, zal externe vijanden nodig hebben om een gemeenschap te kunnen zijn – wie weet wie hij wil zijn, weet doorgaans ook wie hij niet wil zijn. Daarmee is niet gezegd dat vijandschap een ‘natuurlijke behoefte’ is, wel een culturele behoefte. En die laatste behoefte zie ik niet een-twee-drie verdwijnen.
“Dat komt doordat de behoefte aan vijandschap ook een gevolg is van concurrentie – niet alle concurrentie hoeft te eindigen in bittere vijandschap, maar alle concurrentie kent kenmerken van vijandschap. Zo concurreren broers en zussen met elkaar om de liefde van hun ouders. Waar liefde is, is concurrentie en waar concurrentie is, is veelal vijandschap.”

‘Met Herman Koch heb ik intimiteiten gedeeld. Vriend.’

Doet Arnon Grunberg aan mythevorming?
“Als de vraag is: verspreid ik mythes over mezelf? Dan luidt het antwoord: nee. Ontmythologisering is bovendien interessanter. Als je kritisch naar jezelf kijkt, kijk je ook kritisch naar de verhalen die je over jezelf vertelt, aan jezelf en aan anderen. En dan zul je zien dat dat zelfbeeld vol zit met mythes, fantasieën. Je kunt je eigen gewoontes,  opvattingen, geloofsartikelen steeds weer bevragen. Dat bevragen en indien nodig herzien zou je ontmythologiseren kunnen noemen.
“Zelf meende ik bijvoorbeeld lang dat de agressie voor het grootste gedeelte uit mij was verdwenen, maar dat denk ik niet meer, ik ben niet anders dan de mensen om mij heen. Je kunt jezelf verrassen. Op een onverwacht moment, bijvoorbeeld op een luchthaven waar je je onheus behandeld voelt door een veiligheidsbeambte, boos worden op een manier die eigenlijk beschamend is. Eén moment heb je jezelf niet onder controle en het resultaat is meteen ontluisterend.”

Eén moment heb je jezelf niet onder controle en het resultaat is meteen ontluisterend

Wat is de ergste tegenslag die u te verduren hebt gekregen tijdens het schrijven van dit boek?
“Er zijn geen doden te betreuren geweest. Ik ben ook niet verlaten door een geliefde noch heb ik een ernstige ziekte opgelopen. Er zullen wel ongetwijfeld momenten zijn geweest dat ik heb geleden. Aan mijzelf vooral.
“We lijden aan onszelf als wij onze eigen voornemens niet realiseren, gevangen blijven zitten in onvervulde fantasieën, om maar een voorbeeld te geven. Als ik mij voorneem een bepaald aantal woorden op een dag te schrijven en dat lukt me niet, dan is dat een kort moment van teleurstelling, van lijden.”

Hoe ziet een schrijfdag eruit?
“Ik sta tussen 7 en 8 uur op, check mijn e-mail. Dan douche ik en ontbijt ik. Verder is de dag gevuld met schrijven, en onderzoek voor het schrijven, een bezigheid die sommige mensen ook ‘leven’ noemen.
“Daarnaast ga ik twee tot drie keer per week naar krav maga, dat is een verdedigingstechniek. Ik ben ermee begonnen als onderzoek voor mijn roman Moedervlekken en de sport, voor zover dat het woord is, beviel me, daarom ben ik ermee doorgegaan. Of ik ooit krav maga in de ‘werkelijkheid’ zal toepassen betwijfel ik.”

Wie is uw favoriete Nederlandstalige schrijver?
“Dat is een onfatsoenlijke vraag. Waarom? Het is een kwestie van beleefdheid, je moet nooit gedwongen kiezen. Als je de minnaar van een getrouwde vrouw bent, hoor je ook niet aan die vrouw te vragen: houd je meer van je man of meer van mij?
Misschien blijkt deze beleefdheid, na ontmythologisering, lafheid te zijn.”

Welke schrijvers schaart u onder uw vrienden?
“Ik zal me beperken tot Nederland en Vlaanderen:
Nina Polak was op mijn verjaardag. Ik heb met haar vader gedineerd. Ik noem haar een vriendin.
Saskia de Coster wil met mij een intiem hoorspel maken. Ook vriendin.
Cees Nooteboom heeft zich ooit in Australië over mij ontfermd. Vriend.
Met Judith Herzberg heb ik recentelijk genoeglijk gegeten. Vriendin.
Met Herman Koch heb ik intimiteiten gedeeld. Vriend.
Remco Campert was ooit bereid mijn oom te worden. Vriend.
Op Charlotte Mutsaers ben ik verliefd. Vriendin.”

Tot slot: op het huis van welke schrijver zou u wel een precisiebombardement willen laten uitvoeren?
“Dat Reviaanse idee past niet meer in deze tijd. De sociale media zitten vol met deze min of meer ironische, hyperbolische agressie. Deze stijlfiguur is gewoon geworden, banaal, niet meer ontregelend, grappig, alleen nog een tikkeltje sneu. Een goed leven is de beste wraak. Voor zover men behoefte aan wraak mocht hebben.”

Vriend & Vijand van Uitgeverij Prometheus is verkrijgbaar vanaf 24 januari.

Arnon Grunberg - Vriend & vijand

Reageer op artikel:
Arnon Grunberg: ‘Ik vrees dat vijandschap onvermijdelijk is’
Sluiten