Spring naar de content
bron: YouTube

Don Arturo zat in het vliegtuig naast een Afro-Amerikaan van 200 kilo

Laat ik hem Idi Amin Oboema Bokassa noemen. Het was tijdens een vlucht naar Houston. Tot vijf minuten voor vertrek bleef de stoel naast mij leeg. En toen kwam hij binnen. Een reus van twee meter. Geen basketballer, want die wegen geen 200 kilo. Hij zweette en pufte en kon amper door het gangpad. Hij was De Man Die Altijd te Laat Komt.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Arthur van Amerongen

Het was een aandoenlijk tafereeltje: die reusachtige zwarte baby die zich amechtig verontschuldigde en er tegelijkertijd weer een puinzooi van maakte want hij stootte en bonkte tegen alles aan, zwiepend met zijn handbagage.

Ik vond het een kolderiek tafereeltje maar deed wel een schietgebedje: “Lieve Heere Jezus in de Hemel, beste Jahweh en Allah: het lijkt me een schat van een man maar kunt u, die zo almachtig is en de wereld schiep in amper een week, voorkomen dat deze meneer naast mij ploft? It’s a long way to Houston, hemelse pottenbakker.”

Er waren nog plekken leeg, en ze konden hem natuurlijk een upgrade geven naar de Business Class of de First Class waar hij vervolgens in alle rust wat bij kon eten want hij zag er nogal hongerig uit. Maar ik zag de bui al hangen en dacht: why is everybody always picking on me?

Ik was altijd de kleinste jongen van de klas, broodmager, zat onder de sproeten (‘had je vader roest in zijn lul; heb je onder een vergiet liggen zonnebaden?) had vuurrood haar, mocht nooit meedoen met sporten en werd altijd in elkaar geslagen door jeugdbendes uit het ghetto van Ede.

Mijn moeder zat vaak in het gekkenhuis maar had mij in een helder moment nog wel op orgelles en blokfluitles gezet en dat maakte mij nog populairder bij de meisjes op het schoolplein. Ik kon mij dus tot op zekere hoogte wel identificeren met de reusachtige zwarte baby die ook door iedereen gepest werd.

Uiteraard viel er van alles op mijn hoofd toen hij de bagageruimte boven mij opentrok. Dat had ik ingecalculeerd. En toen ging hij naast mij zitten en werd ik fijn geperst. Hij rook verrassenderwijs ook niet heel fris. Bevriende mensen van kleur, bijvoorbeeld Surinamers maar ook Ghanezen, Mozambikanen en Angolezen, zeggen vaak dat blanken vies ruiken, naar varken.  Nou, zei ik dan, bedankt voor het compliment dat ik naar zwijn ruik maar jullie hebben ook een typisch luchtje. Om niet te zeggen: apart. Tegen mij zeiden Surinamers altijd dat ik roze was, als een biggetje. Nooit werd ik wit genoemd.

Uiteindelijk heeft de Grote Zwarte Baby de hele vlucht tegen mij aan geslapen nadat hij in hoog tempo zes baco’s had weggeklokt en diverse hamburgers uit zijn handbagage had verorberd. Ik had nog willen zeggen: zou je wellicht niet eens overstappen op Coca-Cola Zero maar omdat hij totaal niet spraakzaam was, liet ik het maar zo.

Hij snurkte luidruchtig. Het leek wel een houtzagerij. Ik vond hem ondanks alles een lieve man.

Dit verhaal is echt gebeurd en ik herinnerde het mij toen ik gisteren de ‘column’ van Babah Tarawally las in Trouw (fout na de oorlog).

Voor digibeten en andere holbewoners: u kunt het verhaal lezen door rechtsboven in uw scherm op de drie verticale puntjes te klikken, en vervolgens op ‘nieuw incognitovenster’. In de balk zet u dan het linkje dat ik reeds gaf. Klaar is Kees & een kind kan de was doen.

Ik kende de beste man niet en las in het bijschrift:

Dit is de eerste column van Babah Tarawally: schrijver, columnist en programmamaker. Voor Trouw schrijft hij om de week over (verborgen) discriminatie en racisme, maar vooral over manieren om elkaar op dit thema te kunnen verstaan. Hij hoopt een verzoenende stem te zijn in het steeds verder polariserende Nederland. Babah Tarawally vertelt wat we van die columns kunnen verwachten. ‘Mijn stem is nodig.'

Babah heeft een leuke vrolijke kop maar de opmerking  ‘mijn stem is nodig’ vind ik wat overdreven.

En toen las ik:

Ik zat in het vliegtuig naast een lange witte man met de uiterlijke kenmerken van Willem van Oranje. Wit gelaat, blauwe ogen, puntige neus met het karakter van iemand die uit eigen belang handelt. Deze karakterduiding van Willem van Oranje vind ik belangrijk, omdat deze man door velen in Nederland wordt gezien als de Vader des Vaderlands. Dus ook als mijn Vader der Nederlanden. Laten we deze man rechts van mij voor het gemak Willem noemen.

Mijn klomp brak, en niet alleen omdat het foeilelijk Nederlands is, zeg maar van het niveau van Clarice Gargard, Sinterklaasdichter des Vaderlands Jerry Martin Luther King en Seada Nourhussen. Boze tongen in het literaire wereldje van de Grachtengordel beweren dat iemand anders hun teksten schrijft. Om dat niet al te veel op te laten vallen, stoppen de ghostwriters er expres rare fouten in, fouten die je verwacht van mensen die de taal niet beheersen.

Jezus Christus, hoe lang had ik al niet aan Willem van Oranje gedacht! En dan komt deze Babah ineens met de Vader des Vaderlands op de proppen. Dat is gewoon verzonnen door zijn blanke ghostwriter, vermoedelijk een Trouw-juffrouw of een wit subsidiesponsje van One World (journalistiek voor een duurzame en eerlijke wereld). Overigens was Pieter (machtige witte man van hoge leeftijd) Broertjes tot voor kort voorzitter van de redactieraad van One World maar hij is ineen verdwenen uit het colofon. Dat kan te maken hebben met het ‘negertjes’-incident dat de burgermeester van Hilversum veroorzaakte.

De ghostwriter van Babah dacht, als je een witte Nederlander echt op zijn ziel wil trappen, moet je Willem van Oranje beledigen. Ouch! Het is allemaal te sneu voor woorden: Trouw dat een ‘token person of colour’ als clickbait in zet, zoals ze dat al eerder deden met Seada Nourhussen. De Bijlmer-editie van Trouw was gisteren dan ook in een mum van tijd uitverkocht. Maar goed, ik gebruik nu ons aller Babah als klikaas. Het verschil tussen mij en de ‘verbinder des vaderlands’ is dat ik de Reusachtige Zwarte Baby die mij bijna doodperste tijdens de vlucht naar Houston, vol liefde beschreef terwijl meneer Babah Willem van Oranje (metafoor voor de witte man) neerzet als Shylock, de jood uit De Koopman van Venetië.

Onderwerpen