Spring naar de content
bron: ANP

Dolend66: waar zijn de vrijdenkers gebleven?

Bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten verloor D66 weer behoorlijk. Met Rob Jetten probeert de partij een nieuwe koers in te slaan. Maar welke? Is de partij niet zelf het establishment geworden waar ze ooit tegen streed? Waar zijn de vrijdenkers van weleer gebleven?

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Frans van Deijl

Alles kwam samen, die eerste voorjaarsdagen van 2019. In het aprilnummer van HP/De Tijd liet VVD-coryfee Frits Bolkestein over D66-kopstuk Jan Terlouw optekenen: “Ik ben tégen Jan Terlouw. D66 is sowieso een partij die mij niet aanstaat. Hans van Mierlo... ik heb nooit ruzie met hem gehad, maar ik vond hem een bange man.” En over Rob Jetten schamperde hij: “Jetten wordt misschien de Wiegel van D66.”

Kort daarvoor had senator Henriëtte Prast bekendgemaakt dat ze opstapte bij D66 en naar de Partij voor de Dieren ging. Ze kon zich niet langer verenigen met het volgens haar weinig uitgesproken standpunt van D66 over dierenwelzijn. Dat Prast een radicaler standpunt over dierenwelzijn had dan menigeen in haar partij, was bekend. Toen zij in 2015 in de Eerste Kamer zat, mocht zij voorbehouden maken bij onderwerpen die met dierenwelzijn van doen hadden. Daar maakte zij grif gebruik van. De Partij voor de Dieren probeerde later in de Eerste Kamer een idee van Prast in de praktijk te brengen door maaltijden in het Kamerrestaurant niet meer uit vlees en vis te laten bestaan. Maar dat voorstel maakte uiteindelijk geen schijn van kans.

Het waren voorts de dagen van Rob Jetten, de kersverse fractieleider die debuteerde in een verkiezingsdebat op tv (RTL) en enkele dagen later in Zaandam voor het eerst het congres van zijn partij toesprak. Wat ook de latere televisiedebatten betreft, kan worden opgemerkt dat Jetten veelal te gretig was in zijn bijdragen. Dat kunnen de spanningen zijn geweest in combinatie met een dosis geldingsdrang, maar wat begint te irriteren is dat lachje steeds op zijn gezicht. Bij alles wat hij zegt, of wat tegen hem wordt gezegd, vooral onaangename dingen, verschijnt dat grijnsje. Lacht hij ons uit? Neemt hij zijn werk niet serieus? Voelt hij zich zwaar verheven boven al die dommerds om zich heen? Dat niemand uit zijn entourage hem daarop wijst. Zo’n tic, want dat is het waarschijnlijk, moet toch af te leren zijn.

Dan was er het partijcongres te Zaandam, in de aanloop waarvan rumoer ontstond over een door D66 geplaatst bord langs de snelweg met de tekst ‘We Halen Hem Weg’ (let op de woordspeling), verwijzend naar de kennelijk zwaar vervuilende Hemwegcentrale in Amsterdam. De boodschap was duidelijk: onder Jetten wenst D66 zich nadrukkelijk te profileren als een klimaatpartij. ‘Klimaatdrammer’ geldt voortaan in die kringen als een geuzennaam.

Kort voor het congres, had Jetten in de zogeheten Kerdijk-lezing in Den Haag nog gepleit voor de invoering van hogere belastingen voor vermogens boven de één miljoen euro (door De Telegraaf omgedoopt tot ‘miljonairsbelasting’). Multinationals moeten meer belasting betalen, de politiek moest sowieso minder de oren laten hangen naar het bedrijfsleven, enzovoort. Het leek alsof Jetten vrijelijk citeerde uit het GroenLinks-programma, met wat toefjes PvdA en PvdD.

Het leek alsof Jetten vrijelijk citeerde uit het GroenLinks-programma, met wat toefjes PvdA en PvdD

Maar D66, dat was onder Pechtold toch de onderwijspartij, de partij die tegen het rechtspopulisme (lees: Geert Wilders) streed, de partij die er – bij monde van Pia Dijkstra – op z’n zachtst gezegd nogal vrijmoedige opvattingen op nahield aangaande medisch-ethische kwesties? En daarvoor, al is het even geleden, was het toch de partij van de staatsrechtelijke vernieuwing? De partij van Hans van Mierlo, mede-oprichter, tevens de vleesgeworden paradox – zoals collega Daan Dijksman ’s mans veelal onnavolgbare en tegenstrijdige gedachten placht te duiden?

Kortom, wat wil D66 anno 2019 nou precies? Waar staan de Democraten voor?

Het nieuwe profiel van het D66 van Rob Jetten vermocht de kiezer op 20 maart jongstleden niet te verleiden. Het verwachte verlies van vier zetels in de senaat valt de nieuwe voorman niet helemaal aan te rekenen. Sterker nog, het verlies viel hem mee. De weg omhoog was ingezet. 23 mei, de dag van de Europese verkiezingen, is de nieuwe peildatum. Jetten zelf heeft aangegeven op basis van die uitslag te bepalen of hij de leidsman blijft of dat toch een ander het moet gaan doen. Maar welbeschouwd is de neergang van de partij al eerder ingezet, bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. D66 had fiks moeten bloeden in het regeerakkoord (bijvoorbeeld door inlevering van het raadgevend referendum – nota bene een kroonjuweel – en door instemming met de afschaffing van de dividendbelasting, waar het kabinet later onder grote maatschappelijke druk alsnog van afzag). De achterban leek ook uitgekeken op partijleider Pechtold, die al twaalf jaar aan de macht was. En die verwikkeld raakte in allerlei onsmakelijke privédingetjes. Genoeg had men ook van de eeuwige strijd tegen Wilders, wiens PVV desondanks tamelijk groot bleef. Die strijd leverde uiteindelijk alleen maar meer keuzemogelijkheden op voor de rechts-populistische kiezer, zoals Thierry Baudet en zijn Forum voor Democratie, de nieuwe Fortuyn, zoals sommigen hem na zijn overwinning neerzetten.

Een andere koers dus, maar waarin verschilt de D66-klimaatdrammer nou van de ‘drammers’ van GroenLinks of van de Partij voor de Dieren? We vragen het D66-coryfee Jan Terlouw. “Ik denk dat het verschil op klimaatgebied tussen D66 en GroenLinks en Partij van de Dieren zeer klein is,” erkent hij. Maar als de verschillen op dit onderwerp zo klein zijn, is het dan verstandig van Rob Jetten om zich links te willen nestelen, terwijl het daar al zo druk is met GroenLinks, met de PvdA die heel langzaam uit het dal lijkt te klimmen, met de Partij voor de Dieren die het op 20 maart ook heel goed heeft gedaan? Al eerder verkondigde Jan Terlouw dat de situatie rond de opwarming van de aarde te nijpend is om ons blind te staren op dit soort politiek-strategisch geneuzel. Samenwerking is geboden, over de partijverschillen heen, en ‘laat ons vooral haast maken’. Terlouw: “In 2015 hebben in Parijs alle landen van de wereld vastgesteld dat de CO2-uitstoot door menselijk handelen omlaag moet, omdat het de belangrijkste oorzaak is voor de temperatuurstijging. Van de wetenschappers die het probleem serieus onderzoeken komt 99 procent tot de conclusie dat het verbranden van kolen, olie en gas de hoofdoorzaak is van het probleem. Een Europese aanpak is zeker noodzakelijk. Maar Nederland zit wat betreft de bijdrage van duurzame energie in de staart van Europa, dus de Nederlandse inzet moet fors toenemen. Als dan een jurist beweert het beter te weten, is hij een charlatan. Met charlatans kun je geen genuanceerde discussie voeren.”

En bedoelt hij met ‘een jurist’ Thierry Baudet?

Terlouw: “Jazeker. Baudet is een jurist.”

Toch ook nog even bij GroenLinks gepolst. Bram van Ojik, de veteraan, zegt over de omarming van het klimaat door de collega’s – zo men wil de concurrenten – van D66: “Toen GroenLinks in 1989 werd opgericht, zeiden wij dat het onze grote droom zou zijn als onze groene idealen ooit overgenomen werden door andere partijen. Nou, dat is nu dus gebeurd, en dat is fantastisch. Dat wilden we. Ik herinner me dat in die tijd Hans van Mierlo over onze -milieu-agenda opmerkte dat het een ‘schreeuw in de nacht’ was. Niemand zou er aandacht voor hebben. Maar goed, dertig jaar later staan we niet meer alleen.”

En waarin onderscheidt de GroenLinkser zich qua klimaatopvattingen van de D66-klimaatdrammer? Van Ojik: “In 1989 zeiden wij ook dat onze groene idealen onlosmakelijk verbonden zijn met linkse politiek. Dat was toen niet vanzelfsprekend, want de Koude Oorlog liep ten einde en velen vonden het denken in termen van links en rechts achterhaald. Maar voor ons was dat een halszaak: als je offers van mensen verlangt in het belang van het milieu, dan behoor je mensen met een krappe beurs daarvoor te compenseren of anderszins te ontzien. Zij hoeven daar niet ook nog eens onder te lijden. Daar is dan wel beleid voor nodig dat voorziet in een eerlijke inkomensverdeling. Als bijvoorbeeld de energierekening stijgt, dan moet je ervoor zorgen dat juist die mensen minder energie gaan gebruiken. Dat stimuleer je door hen zonnepanelen te laten plaatsen en door geld te geven om hun huizen goed te isoleren. Daarin verschillen wij van D66. Voor die partij is die inkomenspolitiek nooit zo’n issue geweest. Tenminste, ik heb ze er weinig over gehoord. D66 is geen linkse partij. Als Pechtold weleens het verwijt kreeg dat hij linkse politiek bedreef, nou, dan was hij niet geamuseerd. D66 noemt zichzelf liever progressief. Niettemin, wat bij mij toch overheerst, is het blije gevoel dat andere partijen, zoals D66, het klimaat hebben omarmd. Al is het dan een beetje laat en kan ik slechts gissen naar het antwoord op de vraag of die omarming oprecht is, en niet te zeer is ingegeven door electoraal opportunisme.”

Naast de klimaatkwestie dringt ook de vraag zich op wat Jetten gaat doen tegen het rechtspopulisme. Tegen het vermeende fascisme en racisme, onderwerpen zonder welke D66 waarschijnlijk helemaal geen reden van bestaan meer zou hebben. Toch zal een nieuwe clash met Wilders er voor Jetten niet in zitten. De geur van Wilders kleeft te veel aan zijn voorganger, Pechtold. De retoriek van beiden is onderhand wel bekend en is danig sleets geraakt. De keuze voor Baudet, net als Jetten een new kid on the block, ligt meer voor de hand.

De keuze voor Baudet, net als Jetten een new kid on the block, ligt meer voor de hand.

Het klimaat zal tussen hen de nieuwe twistappel worden. Een voorproefje van het toekomstige duel tussen die twee zagen we in het RTL-debat, waarbij Jetten Baudet ervan beschuldigde, als bewoner van de Amsterdamse grachtengordel, te leven ‘in een bubbel’. De FvD-leider zou geen enkele notie hebben van wat er buiten de grote stad gebeurt. Jetten wist dat wel, beweerde hij, want hij woont in een dorpje ergens in Gelderland.

Het was een pijnlijke waarneming, want uitgerekend die grachtengordel is de afgelopen decennia een wingewest gebleken voor D66. Bij de voor de partij zeer succesvolle gemeenteraadsverkiezingen van 2014 was de ganse gordel donkergroen gekleurd. Ook bij de jongste gemeentelijke en Tweede Kamerverkiezingen scoorde de partij hoog in dit rijke deel van de hoofdstad. Op 21 maart 2018 behaalde D66 in de hoofdstad 8 van de 45 zetels, iets minder dan winnaar GroenLinks (10). Dus zouden al die potentiële D66-kiezers eveneens in een bubbel leven?

Voor een antwoord vervoegen we ons bij Josse de Voogd, zelfstandig onderzoeker ‘naar de geografie van het stemgedrag’. Maar eerst wil De Voogd weten in welk Gelders dorp D66-leider Jetten woont. Hij rommelt wat met zijn toetsenbord en zegt dan licht triomfantelijk: “Als ik het niet dacht, Jetten woont in Ubbergen. Dat is amper een dorp, eigenlijk meer een verzameling villa’s. Een buitenwijk van Nijmegen. Zoiets als Bloemendaal bij Haarlem en Wassenaar bij Den Haag. Er wonen veel hoogopgeleide mensen die overwegend GroenLinks, Partij voor de Dieren en D66 stemmen. Het beeld van de Amsterdamse grachtengordel als achtertuin van D66 is te clichématig. Wel geldt voor alle partijen dat electoraten zich in heel specifieke dorpen, steden en zelfs wijken bevinden. Doorgaans zijn die niet gebonden aan een streek of provincie; ze liggen verspreid over heel het land.”

Wat De Voogd heeft ontdekt, is dat er in Nederland sprake is van een groot gebied waar ‘groen’ wordt gestemd. Dat noemt hij de Green Belt, variant op de Bible Belt, en die strekt zich uit van het noordwesten, vanaf Alkmaar, via Haarlem, ’t Gooi, de Utrechtse Heuvelrug, en zo in zuidoostelijke richting naar Oosterbeek en de ommelanden van Nijmegen. In de Green Belt moet D66 dus opboksen tegen GroenLinks- en Partij voor de Dieren-sympathisanten. De Voogd vraagt zich af hoe D66 zich van de concurrentie kan onderscheiden met de groene thema’s. Daaraan vooraf gaat een andere vraag: is de zorg om het klimaat nu werkelijk een ideaal van D66, of is het meer lifestyle? Is het niet gewoon lekker hip om zonnepanelen op je dak aan te brengen, afval te scheiden, en dergelijke zaken? De Voogd: “Bij GroenLinks en de Partij voor de Dieren lijkt die zorg om het klimaat wat ernstiger dan bij D66.”

Maar stel dat het klimaat een manier van leven is, of wordt, wat kan daarop tegen zijn? De Voogd: “Op zichzelf niets, maar soms kun je kanttekeningen plaatsen bij de oprechtheid van bepaalde idealen. Kijk naar een thema als diversiteit. Is het deels opportunisme? Hippe marketing en oprechte bezorgdheid lopen daarbij door elkaar. Die combinatie laat weinig ruimte over voor kritiek, voor tegengeluiden. Dan ben je al gauw een afvallige of word je met een beetje pech in de populistische hoek geplaatst. Dat vind ik nou niet bij D66 passen. Voorheen was dat een anti-establishmentpartij, maar tegenwoordig maken ze er gewoon deel van uit.”

Idealen als lifestyle. De politieke partij als merk. Daaraan kleeft een groot risico, want merkgevoeligheid is een grillig fenomeen. Gisteren de migratie, vandaag het klimaat, en wat dan morgen? Solidariteit met de gekleurde onderklasse was en is ook zo’n trend die je vaker tegenkomt in de Ubbergens van dit land. Maar de asielzoekerscentra tref je daar minder vaak, dus dat is gemakkelijk solidariseren. En waarom staat de wítte onderklasse niet op het D66-netvlies? Waarschijnlijk niet sexy genoeg. Te arbeideristisch, te burgerlijk. Geert Wilders gold lange tijd als de verpersoonlijking van het SBS 6-plebs, van Henk en Ingrid, een door hem bedacht paar dat stond voor een deel van het electoraat dat zich niet gehoord meende te weten door de gevestigde politieke partijen. Pechtold nam zelfs de moeite met representanten van deze groep in gesprek te gaan, zie de weerslag ervan in het boekje Henk, Ingrid & Alexander (uitgeverij Bert Bakker). Maar onder het kopje ‘Het moet maar eens gezegd worden’ luidt zijn conclusie: “Henk en Ingrid bestaan niet. Dat is de eerste gedachte die in me opkomt wanneer ik alle gesprekken die ik gevoerd heb overzie.”

Waar staat de D in de naam D66 nog voor? De D van Dolend wellicht? Nee, meent politicoloog Chris Aalberts. Dolend is D66 niet, maar de partij zit zo ontzettend in het midden van het politieke spectrum, dat de partij tamelijk ‘onherkenbaar’ is geworden. Het ideaal van democratische vernieuwing is opgegeven; op het vlak van onderwijs valt de partij volgens Aalberts vooral op door ‘gebrek aan ideeën’. De meerwaarde van de partij bestaat uit de aandacht die er is voor de medisch-ethische kwesties, al kun je je afvragen of D66 daarin niet is doorgeschoten. Wat voorts is verdwenen is een ‘onderstroom van vrije mensen’, zoals Aalberts het noemt, met een open geest.

Voorheen was D66 een partij van journalisten, reclamemensen, juristen, kunstenaars. Onafhankelijke, verlichte types met wie je ook kon lachen. Mensen die onderwerpen aandroegen (euthanasie, abortus, het recht van homo’s om te kunnen trouwen, de koopzondag) waarmee D66 zich vooral in de jaren negentig krachtig profileerde. “Wat ik sneu vind aan die klimaatdrammers,” zegt Aalberts, “is dat zij het niet kunnen opbrengen om naar anderen te luisteren. Alleen zij hebben gelijk, zij weten alles beter. Zo’n minister Ollongren is het sprekende voorbeeld daarvan. Die sfeer was er vroeger niet bij D66. Het ging er veel opener aan toe. Er was ruimte voor andersdenkenden.”

Het is een hooghartige mentaliteit. D66’ers willen graag laten zien dat ze aan de goede kant van de lijn staan. Laten zien dat ze tot een bepaalde club behoren van gelijkgezinden, van ons soort mensen. Van wereldburgers, die de dingen bij voorkeur relativeren dan wel in een groter, mondiaal verband plaatsen. Kijk naar hun geloof in Europa, in méér Europa vooral. Het is bijkans een heilig geloof. En bij die hooghartigheid hoort ook een neiging om voor anderen te bepalen wat goed en wat verkeerd is. Wilders is fout, zo heeft de club besloten. Baudet deugt niet. Aldus is eveneens besloten. Schiphol mag nooit meer verder uitbreiden. Waag het niet daaraan te twijfelen, want dan knikkert de club je eruit.

Kijk naar hoe D66-Kamerlid Pia Dijkstra het medisch-ethische dossier beheert, zoals de vorig jaar aangenomen donorwet, hoe zij de discussie voert over het onderwerp ‘voltooid leven’. Voortdurend wekken zij en haar collega’s de indruk dat D66, en niemand anders, vooroploopt in kwesties rond globalisering of van leven en dood. Tegenstanders of twijfelaars zijn ouderwetse, domme lieden. Met de gedachte dat voor veel mensen, ook niet-confessionele, de uitbreiding van bijvoorbeeld de euthanasiemogelijkheden te snel en te ver gaat, kan geen rekening worden gehouden. Kijk ook naar die donorwet. Dijkstra heeft voor elkaar gekregen dat de overheid bij overlijden iemands organen zo ongeveer mag opeisen ten behoeve van orgaandonatie. Waar bemoeit die overheid zich mee, waar haalt ze het gore lef vandaan, zou je zeggen?

De D van Dolend, van Drammen. Of Shell66, zoals de Volkskrant kopte boven een artikel over de overstap van Rob Jettens persoonlijke assistent Elise van Zeeland naar de Shell. Ze maakte het bericht zelf wereldkundig. Van klimaatdrammer naar klimaatvervuiler, wreef De Telegraaf het nog eens lekker in. Ook bij GroenLinks werden wenkbrauwen gefronst.

Daar ga je dan als politieke leider: probeer je langzaam de handen op elkaar te krijgen voor dat klimaat, en dan loopt je rechterhand amper twee weken na de verkiezingen over naar de vijand; Shell doet immers vooral in fossiele, vervuilende brandstoffen en dat wereldwijd. Elise van Zeeland was verbaasd over de ophef die erover ontstond. Want Van Zeeland gaat bij de niet-fossiele afdeling werken, bij de afdeling zonne- en windenergie. Daarmee hoopt ze onder het motto ‘veranderen doe je van binnenuit’ een groene stap te zetten, en heus in het verlengde van haar werk voor Jetten, op weg naar een groene planeet. 

Fractievoorzitter Rob Jetten (r.) biedt Jan Terlouw een ‘klimaatdrammer’-trui aan tijdens het 109de partijcongres van D66, 10 maart 2019

Tsja, het zal wel, maar Jetten zal er niet blij mee zijn geweest. Moest dat bericht er überhaupt uit? Kon ze niet beter vertrekken per 1 juni, na de voor Jetten cruciale Europese verkiezingen? Kennelijk niet. Wat temeer bevreemdt, is dat Van Zeeland nauw betrokken is geweest bij de onderhandelingen over het klimaatakkoord. Die kennis kan ze nu mooi gebruiken in haar nieuwe rol als Government Relations Advisor New Energies, zoals op haar visitekaartje komt te staan. Ongetwijfeld zal haar overstap naar de multinational het beeld versterken dat Haagse politici en hun entourage elkaar voortdurend de mooie baantjes toespelen, en aldus een kleine, bevoorrechte groep de greep laat houden op de macht. In de tijd van Hans van Mierlo heette zoiets nog het ‘establishment’, tegen wiens heerschappij en dwingelandij in de regentenstaat hij zo te hoop liep, dat hij er een partij voor oprichtte.

Onderwerpen