Spring naar de content
bron: anp

De preek van meestermissionaris Bob Dylan

Bob Dylan zegt al zestig jaar dat zijn muziek licht wil brengen in de duisternis der tijden. Zijn concert in Amsterdam was niets minder dan een preek, schrijft Henri Beunders. ‘Misschien wel de duidelijkste uit zijn hele lange leven.’

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Henri Beunders

In recensies werd geklaagd dat de man in het halfduister stond, dat het vaak onverstaanbaar was en uiteindelijk ook wat saai. Tja, voor de ongelovigen en onwetenden misschien.

Bob Dylan zegt al zestig jaar dat zijn muziek licht wil brengen in de duisternis der tijden. Wie in AFAS Live luisterde, hoorde een preek, duidelijker dan lang het geval was, misschien wel de duidelijkste uit zijn hele lange leven.

De nummers van het laatste album Rough and Rowdy Ways, tevens naam van deze wereldwijde veldprediking, werden omlijst door en doorspekt met oude songs: Watching the River Flow; Gotta Serve Somebody; I’ll Be Your Baby Tonight; Most Likely You Go Your Way (And I’ll go Mine) en natuurlijk de uitsmijter Every Grain of Sand.

Als een lint van licht hoorde je zo de oproepen en de waarschuwingen, af en toe een geruststelling, een gelaten vermoeden, en de bekentenis zelf in de weegschaal te hangen van het perfect uitgevoerde plan, van doorslaggevend gewicht zoals elke korrel zand.
Als ik na afloop wat punten uit dit lint van licht opschrijf, sprak de meestermissionaris deze woorden, voor de ongelovigen en onwetenden maar in vertaling.

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Word met één click op de doneerknop donateur en steun daarmee de onafhankelijke journalistiek van HP/De Tijd.

Doneren

“Wat is er mis met me? Ik heb niet veel te zeggen. O, deze oude rivier blijft echter maar stromen. En zolang die dat doet, blijf ik hier zitten, en kijk ik hoe de rivier verder stroomt. Jullie zeggen dat jullie me vast willen houden. Maar jullie weten dat je daarvoor niet sterk genoeg bent. Je mag wel ambassadeur zijn, of wereldkampioen boksen, maar je moet iemand dienen. Dat kan de duivel zijn of de Heer.”

“Ikzelf ben de vijand van het ongeleefde, betekenisloze leven. Ik zoek in de hele wereld naar de Heilige Graal. En jij, arme duivel, kijk omhoog met je kop, de stad van God is daar boven op de top.”

“Het is het donkerste vlak voor de dageraad. Ik vraag me af wat Julius Caesar zou doen. Ik stapte de Rubicon over. Is daar licht aan het einde van de tunnel? Is daar de brandende hel, waar sommigen van de bekendste vijanden van de mensheid zich ophouden? Zoals Mr. Freud met zijn dromen en Mr. Marx met zijn bijl? De zweep slaat de huid van hun rug.”

De meestermissionaris zong zijn apocalyptische woorden. Hij zei niets

“Een zweepslag van licht is alles wat ik nodig heb. Ik wil iemand tot leven wekken, de tijd terugdraaien. Ik heb dus besloten me aan jullie te geven, hopelijk zijn de goden me een beetje gunstig gezind. Geef mij die religie uit de oude tijd, dat is wat ik nodig heb. Ik kan mijn leven niet in mijn eentje leven. Dus duim omhoog voor de Bijbel, roep een geloof uit! Nou ja, ik zie je misschien op de dag des oordeels. Dan zit ik in Café Het Zwarte Paard in de Armageddon Straat.”

“Op het uur van mijn belijdenis, in de hitte van het moment ontwaar ik de meesterhand, in elke korrel zand. Dan hoor ik antieke stappen, als de beweging van de zee. Soms is er iemand, soms is het alleen mezelf. Dan, op mijn reis, dringt het door tot mijn verstand. Dat elke haar genummerd is, zoals elke korrel zand.”

De meestermissionaris zong zijn apocalyptische woorden. Hij zei niets. Nou ja, hij noemde de namen op van zijn muzikale helpers. Tegen het publiek dat was komen luisteren zei hij één korte zin, na het zingen van het lied dat ook al weer een halve eeuw oud is, When I Paint My Masterpiece. Hij zingt daarin over zijn eindeloze reis. Van de rommelige straten in Rome en de gevreesde leeuwen in het Colosseum naar het rumoer in Brussel, waar journalisten snoep eten en door de politie in bedwang moeten worden gehouden.

“Maar op een dag zal alles anders zijn, als ik mijn meesterwerk schilder.”

Er klonk applaus. Toen kwam die zin zonder werkwoord: “Dank u, kunstliefhebbers!”

Ironie? Cynisme? Hoopt de meestermissionaris toch nog dat wij hem ooit zullen begrijpen, waarderen, volgen? Ik begrijp uit de preek dat hij zelf denkt dat hij, ruim 81 jaar oud, nu zijn meesterwerk heeft afgeleverd.

Maar dat hij ook wel snapt als er ongelovigen en onwetenden zijn die dat niet vinden. Hij zong immers ook berustend:

Then time will tell who has fell

Who’s been left behind

When you go your way and I go mine.

Met uw donatie steunt u de onafhankelijke journalistiek van HP/De Tijd. Word donateur of word lid, al vanaf €4 per maand.