Spring naar de content
bron: anp

Patserbakken en hun autobesitas

Het aantal dikke patserbakken de laatste jaren exponentieel gegroeid, merkt Max Pam als hij door zijn buurt loopt. De vraag is nijpend geworden: hoe gaan we autobesitas te lijf?

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Max Pam

Het is al weer een jaar of vijftien geleden dat Wouter Bos te gast was bij Buitenhof. Dat weet ik, omdat ik toen zelf als columnist van dienst fungeerde. Destijds was Bos minister van Financiën in een of ander kabinet-Balkenende. 

Even voor wie de geschiedenis niet kent: in 2010 viel dat kabinet. Daarop maakte Bos bekend dat hij niet langer beschikbaar was voor de PvdA en dat hij zich zelfs helemaal terugtrok uit de politiek. Hij wilde meer tijd besteden aan zijn gezin. Vervolgens maakte hij carrière in bestuurs- en ondernemersland. Tegenwoordig is Wouter Bos (60) bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar Menzis, waar hij zo’n dikke vier ton per jaar verdient.

Abboneer op een lidmaadschap

Flinke korting op een digitaal jaarabonnement

Sluit nu voordelig een abonnement af en maak kennis met de journalistieke kracht van HP/De Tijd. (Op elk moment opzegbaar.)

Word abonnee

Goed gedaan! 

Maar daar wilde ik het niet over hebben. Ik wil het met u hebben over een voorspelling die Bos toen deed – eigenlijk waren het twee voorspellingen. Allereerst zei Bos dat de olieprijzen de komende jaren de pan uit zouden rijzen. Niet alleen de Verenigde Staten waren ‘addicted to oil’, zoals president Bush opmerkte, maar spoedig zou ook de hele wereld aan olie verslaafd zijn. Aan die vaststelling koppelde Bos nog een tweede voorspelling, namelijk deze: om het autorijden betaalbaar te houden, zouden auto’s steeds kleiner en zuiniger worden.

Met enige onrust hoorde ik de woorden van Wouter Bos aan. In die tijd had ik net een nieuwe (tweedehands) auto gekocht, een Jaguar S-type, een voor die tijd grote auto, die in de stad 1 op 9 rijdt. Een bestuursvoorzitterschap bij een groot bedrijf zat voor mij niet in de pijplijn, dus met enige vreze vroeg ik mij af of mijn mooie auto op den duur niet te duur voor mij zou worden. 

Dat voorspellen inderdaad heel moeilijk is – zo niet onmogelijk – zeker wanneer het de toekomst betreft, werd nog eens bevestigd door de woorden van Wouter Bos.

Vijftien jaar later heb ik mijn auto nog steeds. Hij is niet kapot te krijgen. Ik zou wel een elektrische auto willen kopen vanwege het klimaat, maar ik vind het wel zo duurzaam eerst iets op te maken wat nog niet stuk is. Misschien rijd ik deze auto daarom wel tot mijn dood. 

Toch is er in de jaren na de voorspellingen van Wouter Bos iets vreemds gebeurd. De prijs van een liter benzine bedroeg toen ongeveer 1,50 euro. Die zakte eerst nog, steeg later weer schommelend en is vandaag de dag 1,98. Een kwart duurder in 15 jaar, inflaties meegerekend. Is dat veel? Is dat een stijging die uit de pan is gerezen?

En dan dit: was mijn Jaguar aanvankelijk nog een forse auto, in de loop der jaren leek hij steeds kleiner te worden. Net als een oud mens leek hij langzaam te krimpen. Zo leek het steeds moeilijker hem tussen twee andere auto’s te parkeren. 

Leek!

Want na enige tijd begon het tot mij door te dringen dat het niet aan mij lag, en evenmin aan mijn auto. Het kwam door de auto’s om mij heen, die steeds dikker werden en mij langzaam wegdrukten. Dat voorspellen inderdaad heel moeilijk is – zo niet onmogelijk – zeker wanneer het de toekomst betreft, werd nog eens bevestigd door de woorden van Wouter Bos.

Bevestiging is er ook van een andere kant. Volgens de Europese milieuorganisatie Transport & Environment blijken auto’s elke twee jaar één centimeter in de breedte te groeien. Auto’s lijden tegenwoordig aan autobesitas. Ze dijen uit, worden steeds dikker en zwaarder. De parkeerplekken worden te klein. In sommige Europese steden is het al zo ver: SUV’s moeten meer parkeergeld gaan betalen, zoals mensen met te veel vetrollen en kilo’s aan overgewicht in het vliegtuig geld moeten neertellen voor twee stoelen. 

De vraag is nijpend geworden: hoe gaan we autobesitas te lijf? 

In mijn buurt is het aantal dikke patserbakken de laatste jaren exponentieel gegroeid. Het zijn niet alleen de mannen, die met een dikke bumper voorop – oorspronkelijk bedoeld om een kudde buffels op afstand te houden – trots door de straten denderen. Tegenwoordig zie ik steeds meer vrouwen in zo’n enorme Landrover hun kind naar school brengen, twee straten verderop. Om het dichtbebouwde Concertgebouw in Amsterdam-Zuid is het SUV-gehalte vermoedelijk het hoogst van heel Nederland. Nergens zie je er pampa’s, waar zo’n auto nuttig kan zijn. Dikke wouden en woestijnen zijn er evenmin, de onherbergzaamheid is er nihil, niettemin hebben veel bewoners daar een SUV om zich mee te verplaatsen.

Een tafereel als het volgende is heel normaal geworden. Waar plaats is voor vier, is in veel buurten nog slechts plaats voor twee. Auto’s met ellebogen. Let ook op de weggewaaide fiets, een stille getuige van de machtsovername. Denk maar niet dat een Sport Utility Vehicule (SUV) zoiets zal overkomen! Kom aan de sport en de mens wordt boos. De SUV heeft zich net zo stevig in onze samenleving genesteld als voetbal. 

Afbeelding met buitenshuis, voertuig, Landvoertuig, hemel

Automatisch gegenereerde beschrijving

De auto’s zijn niet alleen dikker geworden, maar ook – en daar had Wouter Bos wel gelijk in – zuiniger. Alleen hebben wij daar, milieutechnisch beschouwd, niets aan. Omdat het totale aantal auto’s alleen maar is gestegen, zijn klimaatvoordelen van zuiniger auto’s allang weer verdwenen als roet voor de zon. Inmiddels rijden er in Nederland zo’n tien miljoen auto’s rond en dat aantal zal nog verder stijgen. De droom van Joop den Uyl om voor iedere Nederlander een autootje bereikbaar te maken, is helemaal uitgekomen. 

Met als gevolg: gebakken peren. Verder ook nog files en bezettingen van de snelwegen. De vraag is nijpend geworden: hoe gaan we autobesitas te lijf? 

Niets is zo machtig als de autolobby. Die zet zich schrap om ervoor te zorgen dat de eerste maatregelen pas in 2075 zullen worden genomen. Tegen die tijd is de Amazone in Brazilië gedempt en is daarvoor een 24-baans weg in de plaats genomen. Een mens moet afvallen, want wie dik is gaat eerder dood. Die wetmatigheid geldt niet voor auto’s. Een SUV gaat juist langer mee, al zijn er natuurlijk altijd lui die elk jaar een nieuwe SUV willen. Dan komt de oude SUV in het tweedehandscircuit terecht, waar hij nog lang van een tweede, derde of vierde leven kan genieten. 

Wie wordt gekweld door obesitas heeft de keus om tot maagverkleining over te gaan door middel van een maagband. Ook dat zal bij een auto niet lukken. De staat zal daarom wel weer in actie moeten komen om de formaten van de SUV aan banden te leggen. 

Of er moet een opstand komen onder fietsers, voetgangers en andere deelnemers. Uit allerlei studies blijkt dat het aantal slachtoffers, dat door SUV’s wordt veroorzaakt, bovengemiddeld is. Binnen zit je misschien veilig in zo’n bak, buiten ben je de lul als hij recht op je afkomt. ‘SUV’s hebben de neiging om fietsers op de grond te gooien’, aldus onderzoeker Sam Monfort, ‘waarbij de kans bestaat dat ze vervolgens worden overreden, in plaats van ze op de motorkap van het voertuig te tillen, wat standaard-auto’s vaak doen.’

Het is maar dat u het weet als u een keer niet op tijd weg weet te komen van zo’n patserbak.

Met uw donatie steunt u de onafhankelijke journalistiek van HP/De Tijd. Word donateur of word lid, al vanaf €5 per maand.