Het waarschuwingsfluitje van Guusje Ter Horst

In Nederland overlijden jaarlijks 34 mensen tijdens het doehetzelven. Is dat veel? Misschien niet wanneer we nagaan hoe veel mensen weleens wat klussen in huis, en misschien ook niet wanneer we ons voor de geest halen welke halsbrekende toeren ze daarbij soms uithalen. Toevalligerwijs zijn het exact evenveel mensen als bij alle rampen in Nederland sinds 2001 zijn omgekomen: de cafébrand in Volendam, de brand in het cellencomplex op Schiphol, de crash van Turkish Airlines. Je kunt zeggen: wat véél dode klussers. Je kunt ook zeggen: wat weinig slachtoffers vallen er bij rampen in Nederland.

Waarvoor moeten we dat allemaal hebben? De openingspagina van de overheidswebsite www.denkvooruit.nl is nog redelijk mild: “Het kan zijn dat de stroom langere tijd uitvalt, de verwarming niet meer werkt of er geen water uit de kraan komt.” De rampeninstructies verderop zijn concreter: zo kunnen ons overstromingen, terroristische aanslagen, grote verkeersongevallen, ziektegolven, kernongevallen en extreem weer te wachten staan.

De campagne van eind 2008 (kosten: 1,75 miljoen euro) had een bescheiden succes: er zouden zo’n vijftienduizend noodpakketten zijn aangeschaft door rampvrezende burgers. Zeven miljoen huishoudens, vijftienduizend waarschuwingsfluitjes: dat schiet nog niet echt op. Het ministerie haastte zich te zeggen dat het niet zo zeer ging om het noodpakket zelf als wel om de spullen die erin zitten: veel mensen hebben al van alles in huis, ze zouden gewoon eens moeten nagaan wat ze nog missen. Een stukje bewustwording, heet dat dan. Uit een evaluatieonderzoek van het ministerie bleek dat de helft van de ondervraagden het handig vindt om een noodpakket in huis te hebben; vier op de tien overweegt het te kopen wanneer het in de winkel verkrijgbaar zou zijn.Hoe zit het nu met de feitelijke verkoop? 

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Mark Traa