Totaal-design

Het duurde twintig jaar voordat Ben van Berkel in Manhattan een luxe woontoren kon bouwen. Maar met Five Franklin Place heeft de Nederlandse architect zijn visie op moderne architectuur integraal door kunnen voeren. ‘We hebben in alles meegedacht, van het slaapkamermeubilair tot aan de deurklinken.’

Als Ben van Berkel aankomt bij Five Franklin Place blijkt pas goed hoeveel vertraging zijn New Yorkse topproject heeft opgelopen. Achter de bouwsteigers is aan de Broadway-zijde nog steeds een verweerde voorgevel te zien: een getuige van het pakhuis dat hier meer dan honderd jaar heeft gestaan. Aan de andere kant, in een van de enige privéstraatjes die Manhattan nog rijk is, installeert een eenzame bewaker een beveiligingscamera om zwervers buiten te houden. De voorgevel blijkt een losse muur te zijn, waarachter een uitgeholde constructie schuilgaat.

Het is moeilijk voor te stellen dat hier uiteindelijk een gebouw van twintig verdiepingen zal verrijzen. Of eigenlijk al verrezen had moeten zijn, want de woontoren had oorspronkelijk rond deze tijd de deuren moeten openen. In 2009 viert New York dat het vierhonderd jaar geleden door VOC-kapitein Henry Hudson werd ontdekt, en de oplevering van een luxe flatgebouw naar Nederlands ontwerp zou het herdenkingsjaar een extra feestelijk tintje hebben gegeven.

“Het is inderdaad jammer,” zegt de Nederlandse architect na een inspectieronde van enkele minuten. “Maar ik verwacht dat we aan het eind van het jaar de draad weer kunnen oppakken. Je ziet hier momenteel echt de wil om uit de recessie te komen. Die was er aan het begin van dit jaar nog niet.”

In de tussentijd blijft de bouwplaats, waar de betonnen fundamenten van de lobby en de eerste verdieping al gelegd zijn, afgesloten terrein. Een aantal toeleveranciers is vanwege de recessie in de problemen gekomen, en de banken hebben de financiering, die nog niet honderd procent rond was, voorlopig stopgezet. Maar het had volgens Van Berkel nog veel erger kunnen zijn. “Als de crisis tijdens de ontwerpfase had toegeslagen, was het hele project waarschijnlijk gewoon geschrapt.


“Van Berkel heeft meer redenen om optimistisch te zijn. Five Franklin Place is niet zijn enige project in New York. In het kader van het Hudson-jaar heeft hij in opdracht van het consulaat en Battery Park een Nederlands paviljoen in het zuidpuntje van Manhattan ontworpen. Het New Amsterdam Plein & Pavilion moet op 9 september, de dag waarop Henry Hudson voet aan wal zette, klaar zijn. Van Berkel heeft de bouwtekeningen, het resultaat van een samenwerking met Buro Happold en Handel Architects, zojuist aan een groep bezoekende journalisten laten zien: een bloemvormige structuur met vier kelken die moeten dienen als ‘een woonkamer in de openlucht’ voor de vijf miljoen toeristen en forenzen die jaarlijks aan de plek voorbijtrekken.

Later op de dag zal hij een vijftigkoppige delegatie uit Amsterdam kond doen van nóg een klus: het design van een loft in de West Village, die eigendom is van een kunst verzamelende vriend. Het interieur zal geheel worden afgestemd op de maar liefst tweeduizend objecten in zijn collectie. “Werken, wonen, slapen, exposeren, het loopt allemaal door elkaar heen.”

Drie prestigieuze projecten in een stad waarin zelfs een toparchitect als Frank Gehry jarenlang geen voet aan de grond wist te krijgen. Hoe heeft Van Berkels UNStudio dat klaargespeeld? Stug volhouden is een doorslaggevende factor geweest, aldus Van Berkel. “Je zou denken dat een liberale stad als New York enorm openstaat voor invloeden van buitenaf. Op het gebied van architectuur blijkt dat echter behoorlijk tegen te vallen. Ik denk dat er een soort conservatisme is ontstaan als het ging om de bescherming van de stad. Een protectionistische onderstroom die lokale architecten heeft bevoordeeld en daarbij elke vorm van vernieuwing uitsloot.”


Om zich aan een dergelijk provincialisme te ontworstelen heeft Van Berkel meer dan twintig jaar in de stad moeten investeren. Beroepsmatig komt hij hier al sinds het eind van de jaren tachtig, toen hij college gaf aan de Ivy League-instelling Columbia University. Pakweg tien jaar later had hij zijn eerste grote project te pakken: een studie in opdracht van de Port Authority naar het personenverkeer rond Penn Station en Grand Central, de twee centrale stations op Manhattan. Het web aan bovengrondse spoorlijnen en parkeergarages blokkeerde de ontwikkeling van wijken als Chelsea en Hell’s Kitchen, waardoor het westelijk deel van Manhattan dreigde te verloederen. Van Berkel maakte een interactieve presentatie waarin alle statistische informatie visueel in kaart was gebracht. “De betreffende verkeersstromen waren op die manier nog nooit in beeld gezet,” aldus Van Berkel, die de huidige bloei van Manhattans West Side gedeeltelijk toeschrijft aan de nieuwe inzichten die zijn studie opleverde.

Met de uitbreiding van het prestigieuze Wadsworth Museum of Art in Hartford, Connecticut, leek Van Berkels Amerikaanse doorbraak in 2001 een feit. Het museum, dat ligt op een uurtje rijden van New York, doet in reputatie nauwelijks onder voor het MoMA. Maar net voor het leggen van de eerste steen werd New York getroffen door de aanslagen van elf september. Het project verdween in een bureaula om daar vervolgens nooit meer uit te komen.

Hoewel het ontwerp niet helemaal voor niets was geweest (de spiraalvormige trap zou UNStudio later gebruiken voor het Mercedes-Benz Museum in Frankfurt), was het afketsen van de opdracht ‘een enorme teleurstelling’. Een geluk bij een ongeluk was wel dat Van Berkels naam nu zo bekend was dat hij werd uitgenodigd voor een internationale ontwerpwedstrijd voor de heropbouw van Ground Zero. Met een serie torens die op de vijftigste verdieping verbonden waren door hangende tuinen behaalde UNStudio in een samenwerkingsverband met de bureaus United Architects, Foreign Office Architects en Greg Lynn de vierde prijs.


Gezeten in een taxi op weg naar de volgende afspraak is Van Berkel er niet rouwig om dat de hoofdprijs uiteindelijk naar de Duitse architect Daniel Libeskind ging. “Zijn ontwerp is door zo veel inspraakrondes en politiek gekonkel bedolven geraakt, dat er van zijn oorspronkelijke bedoelingen bijna niets is overgebleven.” Als de taxi langs Ground Zero rijdt, wordt duidelijk waar hij op doelt. Veel meer dan een met toeristen omgeven hek is er acht jaar na dato nog steeds niet te zien.

In dat opzicht blijkt UNStudio het met zijn vierde plaats veel beter te hebben getroffen. “Na de ontwerpwedstrijd is onze naam in New York pas echt gaan rondzingen,” zegt Van Berkel. Five Franklin Place, dat gefinancierd wordt door een Russische projectontwikkelaar, is daar een direct gevolg van. Van Berkel is daarmee de eerste Nederlander die een luxe high-rise in New York ontwerpt. “Een hele eer, maar het project is vooral interessant vanuit een professioneel oogpunt. Het boeiende aan Manhattan is dat het eiland zo landschappelijk is. Iedereen heeft het erover dat New York de meeste metropolitaanse stad is die je je kunt voorstellen, maar ik vind haar in haar complexheid juist sereen en rustgevend. Een wijk als Tribeca straalt een enorme, bijna meditatie-achtige rust uit.”

Van Berkel laat zich daarnaast ook inspireren door de architectonische overeenkomsten tussen New York en Nederland. “Die zijn zo sterk dat je je kunt afvragen of je op Manhattan kunt spreken van een Nederlandse school, die onbewust in het stadsbeeld is geslopen. Neem de wolkenkrabbers uit het eind van de vorige eeuw. Die hebben vaak net zulke kleine ramen als de pakhuizen van Amsterdam. Dat komt omdat je hier – net als in Nederland – belasting op de ramen moest betalen, in plaats van op het grondoppervlak.”


Ook het hokjesvormige stratenplan van Manhattan heeft volgens Van Berkel iets uitgesproken Nederlands. “Het simpele, strakke van het grid, dat goed georganiseerde element. Dat kennen we in Nederland ook.”

In de gevel van Five Franklin Place komt die strakheid terug. Al is het met een eigen draai, want van louter rechte lijnen is Van Berkel nooit een groot liefhebber geweest. De zwarte banden die zich om het gebouw slingeren worden soms dikker, soms dunner, alsof ze onderdeel zijn van een stratenplan waar wegopbrekingen schering en inslag zijn. Het ontwerp is tegelijkertijd een verwijzing naar de gietijzeren gevelversieringen in Tribeca, de wijk waarin het gebouw gelokaliseerd is. En naar het spanningsveld tussen het privé- en het openbare leven, dat in een miljoenenstad als New York nooit helemaal verdwijnt. “Je kunt de gevelversiering ook zien als een sluier, waarachter mensen naar buiten kunnen kijken zonder zelf gezien te worden,” aldus Van Berkel, die een vergelijking trekt tussen architecten en mode-ontwerpers. “Gebouwen zijn in sommige opzichten immers als lichamen, in de zin dat ze een huid hebben en aangekleed moeten worden.”

De gevelbanden moeten het gebouw een herkenbaarheid geven die tot op kilometers afstand doorwerkt. Toch zijn ze er niet alleen voor de sier, zegt Van Berkel. “Vroeger maakte de architectuur een duidelijk onderscheid tussen esthetiek en functie. Maar dankzij technologische innovaties beschikken we over steeds meer technieken waarbij het mooie ook nut kan hebben.” Zo fungeren de gevelbanden als zonweringen, die op sommige verdiepingen naadloos overlopen in balkons.

Het is echter aan de binnenkant van de woontoren waar Van Berkel zijn visie op moderne architectuur het verst heeft kunnen doorvoeren. Anders dan de blokkendozen met muren van gipsplaat die kenmerkend zijn voor bijna elk nieuwbouwproject in New York, is ieder appartement in Five Franklin Place ontworpen met een specifieke gedachte. Zo wordt het gebrek aan licht in de lagere verdiepingen gecompenseerd door hoge plafonds en veel ramen. Op de bovenste verdiepingen heeft Van Berkel juist gekozen voor donkerbruine vloeren en ramen die overvloeien in spiegels, zodat je je omringd voelt door de skyline van Manhattan.


Wat het project voor UNStudio pas echt interessant maakte, was dat het ontwerpproces daar niet bij ophield. De appartementen komen niet alleen met een complete keuken; ook de badkamer, slaapkamers en zelfs de woonkamer zullen al voor een groot deel zijn ingericht. “Een flatgebouw wordt vaak opgeleverd als een lege huls,” zegt Van Berkel. “Je krijg niet vaak de kans om een interieur integraal door te ontwerpen. We hebben in alles meegedacht, van het slaapkamermeubilair tot aan de deurklinken. Dit soort totaal-design kom je bijna niet meer tegen.

“Hoewel het project zo zijn risico’s heeft – er bestaat altijd de kans dat een potentiële koper een compleet ander interieur wil – vormt deze ontwerpfilosofie een verfrissende uitzondering op de doorsneebenadering die een zo hoog mogelijk rendement nastreeft. Waarmee niet gezegd is dat het project gedoemd is om verlies te lijden. “De gangbare winst van dertig tot veertig procent zal de opdrachtgever waarschijnlijk niet halen,” zegt Van Berkel. “Maar ik denk dat twintig procent wel mogelijk is.”

Voor een dergelijk resultaat zullen de woningen van Five Franklin Place echter wel eerst verkocht moeten worden. Is dat realistisch met prijzen van tussen de twee en zestien miljoen dollar? Volgens Van Berkel is de markt voor onroerend goed, ondanks de vertraging in het bouwproject, niet helemaal ingestort. “Door de recessie zijn mensen hun geld bewuster gaan uitgeven. De rijken richten zich daardoor nu vooral op kwaliteitsproducten. Het zal voor ons alleen wat langer duren om aan die vraag te voldoen.”

Jeroen Ansink, foto's René Clement