Pleistoceen paradijs

Zet vijfhonderd chimpansees in krappe vliegtuigstoelen in een Boeing-707 voor een trans-Atlantische vlucht en het wordt gegarandeerd hommeles. In een mum van tijd zullen de apen de veiligheidsriemen los weten te peuteren, elkaars vliegtuigmaaltijden afpakken en op de vuist gaan met irritante medepassagiers. Vliegen is vreselijk en roept agressie op. Toch ondergaat een groep van vijfhonderd mensen de beproeving doorgaans lijdzaam zonder elkaar het leven zuur te maken. Wat onderscheidt de homo sapiens van zijn naaste verwant, de chimpansee, dat hij beter uit de voeten kan met dergelijke benarde situaties?

In haar boek Een kind heeft vele moeders betoogt cultureel antropoloog en primatoloog Sarah Blaffer Hrdy dat de mens socialer is dan de vier grote mensaapsoorten. Alle primaten zijn sociale wezens, en meestal wordt het taalvermogen als evolutionair beginpunt gezien voor het feit dat altruïsme bij de mens verder is ontwikkeld (iets wat je bijvoorbeeld kunt waarnemen in het verschijnsel ‘hulp aan onbekenden in nood’) dan bij mensapen. Volgens Hrdy ligt het andersom: in den beginne was er empathie, en de taal kwam daar pas veel later uit voort. Zij veronderstelt dat de mensachtige voorlopers van homo sapiens zich definitief afscheidden van de mensapen doordat zij belangstelling ontwikkelden voor de mentale gesteldheid van hun soortgenoten. Waaruit kun je afleiden dat dat zo gegaan moet zijn? Het antwoord van Hrdy, en tegelijk het fundament van haar theorie, is het begrip ‘coöperatieve broedzorg’: dat moeders niet in hun eentje de verantwoordelijkheid dragen voor baby’s en jonge kinderen, maar dat zij ook anderen vertrouwen om op te passen. Vertrouwen is het kernwoord. Om een baby tijdelijk af te staan aan een geïnteresseerde soortgenoot (hetzij een verwante, hetzij een bekende) moet een moeder er zeker van zijn dat de oppas geen kwaad zal aanrichten en het kind ook weer terug zal geven. Mensapen hebben dat vertrouwen niet en houden lijfelijk contact met hun baby’s tot ze gespeend zijn.

Coöperatieve broedzorg, die trouwens ook bij andere primaten als zijdeaapjes voorkomt, gaf de eerste mensachtigen ten opzichte van andere mensapen enorme evolutionaire voordelen. Het geeft moeders meer bewegingsvrijheid om voedsel te zoeken en het leidt tot snellere voortplanting. Een systeem van gedeelde kinderzorg en wederzijdse hulp, gebaseerd op jezelf kunnen voorstellen wat er in de ander omgaat, is efficiënter dan alles zelf moeten doen. Hrdy staaft haar theorie met onderzoek naar primatengedrag en naar gewoontes bij diverse jager-verzamelaarvolken in Afrika en Zuid-Amerika die nog deels leven in pleistocene omstandigheden. Het aardige van haar studie is dat zij het vulgair-darwinistische idee van de oerman die jaagt en de oervrouw die voor de kinderen zorgt volledig onderuithaalt. Onze voorlopers leefden in nomadische groepen, waarbij mannen jaagden, vrouwen verzamelden en beide seksen qua calorieën evenveel brood op de plank inbrachten. Postmenopauzale vrouwen, lang een evolutionair raadsel, verdriedubbelden de overlevingskans van hun kleinkinderen.


In dit licht bezien vormt het patriarchaat, dat gerelateerd is aan de opkomst van de landbouw en het vormen van sedentaire gemeenschappen, met zijn nadruk op vrouwelijke kuisheid en de vrouw als bezit van de man, een aberratie op het oorspronkelijke samenlevingsstramien. Zonder hulp-ouders was er geen menselijke soort geweest, stelt Hrdy, en ze geeft hiermee een treffend en zeer plausibel inzicht in het ontstaan van de mensheid.

Beatrijs Ritsema

Sarah Blaffer Hrdy: Een kind heeft vele moeders. Vertaling Bart Voorzanger. Nieuw Amsterdam. €29,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

1 Taal is zeg maar echt mijn ding (1) – Paulien Cornelisse

2 Loverboys(-) – Heleen Vreeswijk

3 Beter(2) – Maarten van der Weijden

4 Echte mannen eten geen kaas(4) – Maria Mosterd

5 Een schreeuw om recht (3) – Dries van Agt

6 Bindi(6) – Maria Mosterd

7 De Prooi – Blinde trots breekt ABN Amro(5) – Jeroen Smit

8 Verlies(-) – Cornald Maas

9 Na de pauze(re) – Herman Finkers

10 Ik stond laatst voor een poppenkraam(re) – Lucie Mosterd

import non fictie