Wanneer ben je een goed mens?

Christine Otten laat in haar roman In wonderland ruimte voor twijfel – ze lijkt zelf ook niet voor honderd procent overtuigd van de onschuld van haar personage Herman Catz.

Op een dag wordt deze Herman Catz, columnist, gearresteerd. Een grote politiemacht keert het huis waarin hij met zijn zwangere vrouw Caroline woont binnenstebuiten. Wat zoeken ze? In het kader van het onderzoek worden daarover geen mededelingen gedaan. Later blijkt dat het gaat om betrokkenheid bij een bommenleggende actiegroep. Bewijs wordt er niet gevonden; met een schadevergoeding mag Catz naar huis.

Deze geschiedenis is gebaseerd op ware gebeurtenissen. In september 1994 viel de politie het huis binnen van de columnist Hans Krikke, op verdenking van lidmaatschap van RaRa (Revolutionaire Anti-Racistische Actie), een club die aanslagen pleegde op Makro-vestigingen en benzinestations van Shell. Het door de politie ondersteboven gekeerde huis bewoonde Hans Krikke met zijn vrouw, Christine Otten.

Zij komt in In wonderland terug op deze ingrijpende epi- sode. In de roman praat Her- man Catz na veertien jaar met een filmmaker over een speelfilm naar aanleiding van de gebeurtenissen. Zijn vrouw Caroline laat de affaire het liefst rusten, maar juist als Herman haar van zijn filmplannen op de hoogte brengt, zoekt zij contact met de rechter-commissaris die indertijd de huiszoeking leidde.

Waarom doet zij dat? Ze vraagt het zichzelf ook af, en beide stiekeme ontmoetingen met deze Frans van Loohuizen moet ze wegens fysieke weerzin afbreken. Tijdens de huiszoe- king gaf ze hem eigener bewe ging haar adresboekje: waarom?

Op bladzijde 215 vraagt Caroline aan Herman, als is uitgekomen dat zij na al die jaren de rechter-commissaris heeft ontmoet: “Hoe weet je of je een goed mens bent?” Dit lijkt mij de kernvraag van deze roman – en natuurlijk moet het antwoord luiden dat je dat niet kunt weten. Want ook die Van Loohuizen was een goed mens; die deed alleen zijn werk. Toch grijpt hij jaren na dato nog de hem door Caroline geboden kans om zich een goed mens te verklaren.


Hebben de rechter-commissaris en Herman Catz die zijn verhaal zo graag verfilmd wil zien, dezelfde drijfveer? En is dat ook de drijfveer die Christine Otten ertoe bracht deze autobiografische, althans op autobiografische feiten gebaseerde roman te schrijven? De personages en het verhaal zijn fictief, zegt Otten in een verantwoording achterin, maar ook met fictieve personages en een fictief verhaal kun je de werkelijkheid onderzoeken. Misschien was het adresboek- je dat Caroline afstond in wer- kelijkheid iets anders, misschien niet, misschien was er geen adresboekje. De achterliggende vraag is: wat zou je doen in dergelijke omstandigheden? Je kunt wel een goed mens zijn, maar wat zou je doen om dat te bewijzen? En wie moet jou vertellen dat je inderdaad een goed mens bent? Zou je, om dat te horen, zelfs heulen met de vijand?

Ongetwijfeld vonden de bommenleggers achter RaRa zichzelf goede mensen: ze waren alleen maar boos, vandaar dat ze benzinestations opbliezen. Er worden weinig bommen gelegd die niet het gelijk van de legger onderstrepen.

Maar in In wonderland gaat het helemaal niet om ideologie, idealen of gelijk: politieke ideeën komen niet eens ter sprake. Christine Otten klaagt de willekeur aan waarmee de overheid vermeende vijanden te lijf gaat: als een niet voor rede vatbare, alles vermorzelende machine. Toch laat ze, zoals gezegd, ruimte voor twijfel: misschien is Catz wel niet zo onschuldig. (Ik hoop dat die twijfel de schrijfster in werkelijkheid geen parten speelt.)

Het is misschien juist die ruimte voor twijfel die In wonderland tot zo’n spannend boek maakt. Goed geschreven ook nog.

Christine Otten. In wonderland. Atlas, € 19,90. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Frank van Dijl