Bach voor jongeren In de Irak-oorlog werden gevangenen door Amerikaanse bewakers vaak dagenlang onafgebroken blootgesteld aan keiharde muziek. Dat kon eindeloos hetzelfde popnummer zijn, of kinderliedjes als de begintune van Sesamstraat. Net als het waterboarden is deze methode om terroristen onder druk te zetten later verboden. Hoewel gevangenen geen haar werd gekrenkt onder het auditieve geweld, werd het toch erkend als een vorm van marteling.

Mensen kunnen zwaar lijden onder geluidsoverlast. De toptien van zaken die het woongenot aantasten, wordt sinds jaar en dag aangevoerd door lawaai van de buren, meestal muziek die te hard staat. De kern van de ergernis is machteloosheid, het gevoel overgeleverd te zijn aan andermans luimen. Dat is belangrijker dan het soort muziek. Die doet er niet toe, omdat zelfs de mooiste muziek vervelend wordt als je er niet aan kunt ontsnappen.

Straatmuzikanten, passerende fanfares of bonkende winkels wekken minder irritatie, omdat je je fysiek kunt verwijderen van de geluidsbron. Veel erger is het om door wezenloze provinciewinkelstraten te lopen die om de vijftig meter zijn voorzien van luidsprekers waaruit voor elk wat wils, en dus voor niemand interessante muziek druipt. Elke keer als het geluid van de ene speaker langzaam zachter wordt en je denkt: ha, nu is het afgelopen, kom je in het bereik van de volgende. Het is een raadsel waarom winkeliersverenigingen of de toeristenbranche hardnekkig doorgaan met het auditief mishandelen van voetgangers. De helft van de mensen op straat loopt daar ingeplugd aan een iPod omdat ze in hun eigen geluidsuniversum willen verkeren, en van degenen zonder iPod-oortjes in mag je veronderstellen dat ze eventjes helemaal geen muziek willen.

Onschuldige passanten kwellen met onzinmuziek waar ze niet om gevraagd hebben en die ze niet kunnen ontlopen omdat ze nu eenmaal boodschappen moeten doen, hoort bij de gesels van het marktdenken. Hoe vaak mensen er ook over klagen, het antwoord dat de verkoop erdoor wordt gestimuleerd, snoert alle monden. Logisch – de commercie heeft altijd het laatste woord. Toch wordt muziek ook in de openbare ruimte weleens ingezet ter afschrikking. Allerlei gemeentes passen een nieuwe methode toe om stations of winkelcentra hangjongerenvrij te maken. De mosquito (een hoge pieptoon, alleen hoorbaar voor mensen onder de 23 jaar, en die ervoor op de vlucht slaan) is verboden wegens discriminerend. Het nieuwe wapen heet klassieke muziek.

In het winkelcentrum van het Gelderse Dieren is men enthousiast. Tot voor kort gingen hangjongeren van overwegend allochtone afkomst zich aldaar te buiten aan intimiderend gedrag als het nafluiten van meisjes, en het laten zakken van de broek om hun blote billen te laten zien. Maar sinds Bach en Beethoven over het winkelende publiek schallen, hebben de hangjongeren de wijk genomen en is het afgelopen met de overlast. Tegen de reuzen uit de westerse muziekgeschiedenis bleek het geboefte niet bestand. Met de handen tegen de oren om alsjeblieft geen Brandenburgse concerten te horen, hebben ze een veilig heenkomen gezocht.


Arme Beethoven, Bach en al die andere componisten. Muzikale overlast in de openbare ruimte is erg, maar klassieke muziek uit z’n kader halen en als een soort verdelgingsmiddel tegen straatschoffies inzetten is een vorm van misbruik waarbij de muziek zelf wordt geperverteerd. Alsof je een dure avondjurk gebruikt om gemorste koffie mee op te dweilen. Het is nooit de bedoeling van componisten om luisteraars angst of walging in te boezemen. Wie de muziek toch op die manier gebruikt, geeft blijk van cynisme, net als de folteraars in Irak. Het wegjaagconcept doet ook denken aan de film A Clockwork Orange, waarin de hoofdpersoon in een onorthodoxe conditioneringstherapie een afkeer voor zowel fysiek geweld als Beethovens Negende symfonie krijgt aangeleerd.

Jongeren die rondhangen kunnen best vervelend zijn, hoewel voorbijgangers hun aanwezigheid wel heel snel als intimiderend bestempelen. Het probleem verjagen is het probleem verplaatsen, en dan zijn weer andere mensen de pineut. Er zijn honderden beleidsnota’s geschreven met aanbevelingen voor praten met de boefjes, afspraken maken, lik op stuk in geval van wetsovertreding, streetcornerwerkers, coaches, buurtstewards, jeugdhonken, trapveldjes, overkapte hangplekken en moskeevaders. Zouden Bach en Beethoven er misschien buiten mogen blijven?

import beatrijs ritsema