10 dagen offline

Internetten, mailen, twitteren – als één van de veertigers op de HP/De Tijd-redactie altijd online is, ben ik het. Lukt het nog om alle banden met bekabelde of draadloze netwerken gedurende tien dagen volledig te verbreken? En wat doet dat met een mens?

“Twitter je nu: lette even niet op, reed bijna tegen vangrail?”
“Kom je ook nog naar bed of blijf je twitteren?!”
“Een DM van Femke Hál-se-ma?!!”
Ik had een probleem. Met mijn eigen vrouw. Maar nog meer met mezelf. Zeven dagen per week, achttien uur per dag hing ik aan internet. Niet eens zozeer omdat ik allerlei nuttige informatie als het aanstellingsoverzicht van de KNVB voor scheidsrechters zocht, of de buien die mijn woonplaats Eesterga de komende twee uur zouden naderen, of de files rond Amsterdam als ik eindelijk weer op huis aan mocht na een lange dag tussen de vergadertijgers met de afsprakenlijstjes. Op een gegeven moment ken je dat namelijk wel. Weet je dat er honderden miljoenen of misschien zelfs miljarden websites zijn en dat die allemaal iets aardigs zóuden kunnen bevatten. Maar dat je het bekijken van al die shit, het doelloos doorklikken op allerlei links, ook kunt láten. Been there. Jaren ’90.
Nee, mijn verslaving zat in slechts twee uitvloeisels van het ontstaan van dat, zoals wij ouwe lullen het noemen, ‘wereld wijde web’, dat ‘Wee-Wee-Wee’. Die moderne sigaretten heetten ‘mail’ en ‘twitter’. Twitter en mail. En hoe vaker ik beweerde dat ik gemakkelijk zonder kon, hoe meer ik me realiseerde dat ik een kopie van Jan Peter Balkenende aan het worden was: als je iets maar vaak genoeg herhaalt, wordt het nog niet wáár.
Dus bedacht ik – voorrecht van de hoofdredacteur – dat de eerstvolgende complete dubbeldikke special van HP/De Tijd over internet moest gaan. En dat het me geen zak interesseerde welke onderwerpen daarin zouden komen, desnoods iets met schrijvers ofzo, als er maar één verhaal in zou komen over een verslaggever die minimaal tien dagen zonder internet zou doen. Aldus geschiedde. En tijdens de vergadering waarin de onderwerpen uiteindelijk werden verdeeld, om 7.00 uur ’s ochtends, ging men er met algemene stemmen (op mij na begint iedereen na 9.00 uur) mee akkoord dat die Jan Dijkgraaf de gelukkige was die tien dagen de echte en denkbeeldige stekker uit internet zou trekken.
Op 31 maart om 23.48 uur was het zo ver.

[[include file=”hpdetijd/twittertje.inc”]]

Lees de rest van het artikel in HP/De Tijd van deze week

Jan Dijkgraaf