Politieke jongeren niet bang voor LEF van BNN

De jongerenpartij van BNN heeft een kopstuk en een roepnaam. Het kopstuk is de bevallige 21-jarige Lot Feijen. De roepnaam is de leuze van de Franse Revolutie (Liberté, égalité, fraternité), afgekort tot LEF. Op 9 juni zult u, als u een hart heeft voor de jongere of er toevallig zelf één bent, het bolletje van deze one issue-partij kunnen tekenen. Maken de jongerenafdelingen van de gevestigde politieke partijen zich al zorgen?

Martijn Jonk, voorzitter van de jongerenorganisatie van VVD (JOVD), is alvast niet onder de indruk. “Concurrentie? Nou nee. Jongeren die in ons geïnteresseerd zijn, doen dit uit liberaal perspectief. Die zullen heus niet overlopen naar LEF. Ik wil wel eens zien met wat voor programma ze komen aanzetten, dán kunnen we praten.”

Tot zover een vertegenwoordiger van het rechtse spectrum. Maar zijn jongeren niet voornamelijk links? Diederik Ten Cate, voorzitter van Dwars (jongerenorganisatie GroenLinks), pareert deze stelling. “Ik denk dat jongeren zowel links als rechts kunnen zijn. Dat is nou net een misvatting van die jongerenpartij: we zijn niet allemaal voor één gat te vangen.”

Ten Cate brengt wel nuance aan. “Ik vind het positief dat een partij alleen mijn generatie een stem verschaft, want zij speelt een belangrijke rol in dit bezuinigingsklimaat. Maar ik kan me weinig LEF-maatregelen inbeelden die wij niet voorstaan. Wij zijn óók een jongerenpartij.”

Leon Botter, interim-voorzitter van Rood (SP-jongeren), vindt LEF, helemaal in de lijn van de andere ondervraagden, best leuk maar overbodig. “Wat kan zo’n marginale partij die alleen voor jongeren opkomt nu verwezenlijken? Ik vind ook dat jongeren ondervertegenwoordigd zijn, maar wij zijn niet de enige groep in de samenleving. Wanneer komt er eens een partij voor de gehandicapte ouderen?”

Botter liet voorts optekenen dat de SP óók best haar duit in het zakje doet voor de jeugdige mens: “De SP staat voor een sociale samenleving, ook voor jongeren. De studiefinanciering, daar komt niemand aan!”

laurens bouckaert