Het succes van de broertjes Jussen

De jeugdige pianisten Arthur (13) en Lucas Jussen (17) zijn een hit: hun eerste album was op de dag van verschijnen al goud. Toch bestaat hun leven uit meer dan Beethoven alleen: ze zijn ook dol op tennis, én op Stevie Wonder. ‘Zijn muziek is voor ons nog een beetje te moeilijk.’

Pok! Swoesj! Jááá!!! Lucas Jussen steekt zijn racket eventjes met een triomfantelijk gebaar in de lucht voordat hij weer terugsjokt naar zijn startpositie achter de baseline. Het is misschien moeilijk voor te stellen, maar de krachtige handen die de bal zojuist met een venijnige backhand langs de opponent aan de andere kant van het net sloegen, speelden een dag eerder, teder en vlinderlicht, het adagio uit Beethovens sonate nummer 14 opus 10 nummer 1, een dromerig muziekstuk dat beter bekend is als ‘de Mondschein’. Op de baan ernaast staat Lucas’ jongere broer Arthur ook ballen te meppen of zijn leven ervan afhangt. Wanneer het even kan, staan de broers iedere zaterdagochtend op de baan om, zoals dat heet, even hun zinnen te verzetten. En in tegenstelling tot de concertzaal is het op de tennisbaan nooit adagio cantabile, maar altijd presto agitato, want voor een fysieke ontlading moet op deze kille lenteochtend alle energie eruit.
Wanneer we na afloop van de training terug naar de auto lopen en willen weten of die krachtpatserij met de tennisracket geen aanslag op de blessuregevoelige pianistenpolsen is, wuift Arthur een eventueel bevestigend antwoord resoluut weg met de constatering dat ze van dat tennissen alleen maar beter piano gaan spelen. “We kunnen niet 24 uur per dag met die piano bezig zijn. Af en toe wat anders doen om je hoofd leeg te maken, is alleen maar goed, anders zouden we geen leven hebben.” Op het parkeerterrein van het sportcomplex stappen de broers in de auto van hun vader, die hen deze ochtend naar de tennisles heeft gebracht. Paul Jussen is paukenist in het Radio Filharmonisch Orkest. Thuis wacht Christianne van Gelder, hun moeder die in het dagelijks levendwarsfluitdocente is. Paul en Christianne zijn de leveranciers van de genen die dit talentvolle pianoduo hebben voortgebracht. Op vijfjarige leeftijd mocht Lucas al naar pianoles bij Leny Bettman. Hoewel dat zowel in muzikale als niet muzikale gezinnen wel vaker gebeurt, bleek al snel dat er met hun oudste zoon iets bijzonders aan de hand was. Drie jaar later behoorde hij al tot de finalisten van de Rotterdamse Pianodriedaagse en een jaar later speelde hij Mozarts pianoconcert KV 414 in de grote zaal van het Amsterdams Concertgebouw. In 2004 won hij het Interprovinciaal Muziekconcours en werd hij in zijn categorie bekroond met de Liszt-prijs. Twee jaar later musiceerde tijdens het Prinsengrachtconcert zij aan zij met de jeugdige Chinese meester Lang Lang.

Lees de rest van het artikel in HP/De Tijd van deze week

Ruud Meijer