‘Ik vond het een leuk vak’

Ze werkte 23 jaar als prostituee, maar de wensen van de klanten werden haar te extreem. Nu komt ze op voor de belangen van hoeren. 51 vrijpostige vragen aan Metje Blaak. ‘De prostitutie is geliquideerd.’

Linda de Mol is een pooier.

“Dat heb ik gezegd, ja.”

Ik begreep totaal niet waarom. Lezeressen van LINDA. konden een nacht met een gigolo winnen. Wat kunt u als spreekbuis van de prostitutie daar nou op tegen hebben?

“Met het idee dat vrouwen een leuke avond met zo’n man kunnen hebben is niets mis. Juist goed voor de emancipatie, zou ik zeggen. Maar die mannen staan open en bloot in het blad. Ik weet wat voor ongelukken er daardoor kunnen gebeuren.”

Wat voor ongelukken?

“Stel, ik ben een zakenvrouw en ik wil zo’n man eens inhuren. Dan neem ik toch niet een kerel die in de LINDA. heeft gestaan? Dan loop ik in de kijker. Je wil natuurlijk lekker anoniem.”

Die keus is aan zo’n vrouw. Als ze het anoniem wil, doet ze het niet via Linda de Mol.

“Nee, maar die mannen hebben straks echt beduidend minder werk nu ze in het nieuws zijn geweest. Dat is gewoon inkomstenderving.”

Dat moeten ze zelf weten. Deze mannen zijn toch bij hun volle verstand?

“Ja, maar toch vind ik dat Linda de Mol zich opstelt als exploitant. Je geeft iemand cadeau, daar heb ik moeite mee. Als ze het met een vrouwelijke prostituee had gedaan, was het hommeles geweest. Nu wordt er een beetje lacherig over gedaan, maar je geeft wel een mens cadeau.”

Dat doe je ook als je iemand een bon geeft voor de schoonheidsspecialiste.

“Ja, maar die levert geen seksuele diensten.”

Seks moet je niet weggeven?

“Zoiets ja. Dat gecombineerd met het feit dat Linda de Mol die mannen zo in de publiciteit bracht, maakte dat ik er een raar gevoel bij had.”

U bent zelf anders ook niet vies van publiciteit en u heeft nooit een geheim van uw verleden gemaakt.


“Nee, maar dat heeft me ook veel problemen opgeleverd. Er gaat geen dag voorbij of ik word uitgescholden voor hoer en in mijn gezicht gespuugd.”

Waarom heeft u uw verleden dan niet gewoon voor uzelf gehouden?

“Ik heb op een gegeven moment een boek geschreven over alles wat ik heb meegemaakt. Ik moest mijn verhaal kwijt. In wezen was het een brief aan mijn zoon. Ik wilde hem uitleggen wie ik was. Hij begreep mij niet en vond mij maar een raar wijf.”

Niet zo gek als je moeder andere heren ontvangt.

“Ik was ook een extreme moeder, ja. Hij heeft nooit iets van die prostitutie gemerkt, hoor, ik heb altijd een dubbelleven geleid.”

Wat zei u dan dat u deed?

“Ik heb hem en anderen van alles wijsgemaakt. Ik vertelde dat ik vertegenwoordiger in parfums was of zo.”

Kunt u goed liegen?

“Och ja, ik heb zo veel gekke dingen bedacht. Ik heb op een gegeven moment een modellenbureau opgericht om mijn geld wit te wassen. O, en ik had een aerobicdansschool.”

Waar de leerlingen hun benen heel snel in hun nek leerden leggen?

“Haha, nee, dat was natuurlijk ook een beetje onzin. Ik werkte in een dorp in Twente, en kon niet open en bloot adverteren. Dat deed je niet. Maar op een gegeven moment merkte ik dat ik wat concurrentie kreeg en wilde ik mijn vaste klanten wel laten zien dat ik er nog was. Dus zette ik advertenties in de krant van mijn zogenaamde aerobicsschool, met een uitdagende foto van mezelf in een strak pakje erbij. Dansschool Twiggy. Daardoor trok ik de aandacht van die mannen weer. Het enige nadeel was dat er ook 150 vrouwen belden die bij me op les wilden. Ik kon helemaal niet aerobiccen! Toen heb ik een gymnastieklerares gevraagd of ze niet een leuk dansje in elkaar kon zetten. Dat heb ik twee jaar zo gedaan. Uiteindelijk werd dat wel wat complex, want ik gaf les aan de vrouwen van wie de mannen bij mij als klant kwamen.”


En dat kon u zonder blikken of blozen?

“Ja hoor. Ik kwam ze ook tegen bij de kapper.”

U bent dus een aartsleugenaar.

“Ach welnee, ik was een publiek geheim. Die vrouwen wisten heus wel wat ik deed. Het is te vergelijken met de schaamtecultuur van de Marokkanen. Men weet dat er iets is, maar er wordt niet over gesproken. Over mij werd alleen maar gezegd: ‘Dat wief deugt niet.’ Ik was nogal een bezienswaardigheid. Ik was heel slank, had twee hazewindhonden en kwam dan met veel poeha zo’n kapperszaak binnen. Daar krijg je praatjes van. Maar op een gegeven moment kwamen de dames toch bij me. Dan vroegen ze: ‘Hé, ie heb verstand van seks, hè. Mijn man doet het zo vlug, ik vind er niks an.’ Dan dacht ik: O ja, dat doet ie bij mij ook, hahaha. En vervolgens gaf ik ze tips. Mooi toch?”

U klinkt bijna als een welzijnswerker.

“Ik denk dat ik wel wat vrouwen geholpen heb, ja. Sommigen waren blij dat hun man naar mij ging, want die hadden allang geen zin meer in seks. Later heeft een vrouw eens tegen mij gezegd: ‘Ik ben jaloers op jou geweest. Jij kreeg tenminste geld voor dat gedoe.'”

U bent getrouwd. Heeft u tegen uw man ook zo gelogen?

“In het begin wel. Ik heb hem ontmoet op een fotografiecursus, en hij had geen idee dat ik ook nog in de business zat. Hij heeft me weleens bijna betrapt. Hij kwam op een woensdagmiddag onverwacht thuis terwijl ik een man in bed had liggen. Ik heb die man naar het balkon gedirigeerd. Maar mijn hond had daar net gepoept, de stront krulde tussen zijn tenen door. Vervolgens heb ik tegen Herman, mijn man, gezegd dat ik klapte van de hoofdpijn en hem gevraagd snel aspirientjes te halen. In de tussentijd heb ik de klant mijn huis uitgezet.”


Lekker klantvriendelijk.

“Komt Herman later thuis, zegt ie: ‘Het moet niet gekker worden. Ik kom een man tegen met zijn gulp nog open en hij stonk me toch naar stront!’ Toen dacht ik: Nu moet ik de waarheid maar eens gaan vertellen.”

Heeft-ie er moeite mee gehad?

“Jaaaaa. In eerste instantie heeft hij het uitgemaakt. Hij wilde zijn vrouwtje niet delen.”

Heeft u toen niet overwogen te stoppen?

“Tuurlijk niet. Het was mijn vak. En ik vond het een leuk vak.”

Ik neem aan dat het nooit uw ambitie was om later hoer te worden.

“Nee, dat heeft geen enkele vrouw, denk ik, maar ik ben er vanzelf ingerold. Ik was op mijn 21ste al getrouwd met mijn eerste man. Ik woonde toen in een dorp, en ik verveelde me kapot. Ik ben toen bij het Confectiecentrum in Amsterdam gaan werken, en mijn baas vroeg of ik eens met een klant uit eten wilde gaan om een order binnen te slepen. Van het een kwam het ander; ik ging steeds meer extra dingetjes met die mannen doen, en toen dacht ik: Hééé, dat is leuk.”

Dat klinkt me veel te makkelijk.

“Ik vond het niet moeilijk. Ik heb er nooit problemen mee gehad.”

Waarom bent u dan gestopt?

“Na de opkomst van internet, halverwege de jaren negentig, werden de wensen van de klanten me te extreem. Ze wilden andere dingen.”

Mannen willen van een hoer toch altijd wat ze thuis niet kunnen krijgen?

“Het is echt extremer geworden. Neem anaal bijvoorbeeld. Dat had je vroeger niet. Ik heb één keer meegemaakt dat een boer mij vroeg: ‘Metje, mag ik anaal?’ Toen heb ik gezegd: ‘Hendrik, moet ik het COC bellen?’ Daarna is het nooit meer gebeurd.”


Bent u stiekem preuts?

“Nee, maar ik wil wel de baas blijven over mijn eigen lijf. En op een gegeven moment had ik de regie niet meer. Mannen wilden anaal, ze wilden fistfucken en weet ik het allemaal. Toen was voor mij de lol er af.”

U heeft een boek over uw ervaringen geschreven, maar in eerste instantie onder pseudoniem.

“Ja, uiteindelijk heeft de uitgever me toen overgehaald het toch onder mijn eigen naam te doen. Ze wilden me de publiciteit in. Toen ben ik er maar mee naar buiten gekomen.”

Was de drang om u te profileren groter dan de behoefte aan anonimiteit?

“Dat weet ik niet. Als ik ergens binnenkom, weet iedereen dat ik er ben, dat klopt. Ik heb geen hekel aan belangstelling. Maar aan de andere kant ben ik heel verlegen.”

Lijkt me lastig voor een prostituee.

“Och, je leert om jezelf te tonen. Ik heb mijn verlegenheid aardig onder controle. Maar vaak genoeg vind ik het heerlijk om een heel weekend in mijn huisje te blijven en geen mens te zien.”

U bent nu tien jaar woordvoerder van de hoerenvakbond. Wat ziet u als uw belangrijkste taak?

“Toen de prostitutie gelegaliseerd werd, waren we in eerste instantie blij; het werd eindelijk als beroep erkend. Maar vervolgens kwamen er allerlei regeltjes en werd het vak geliquideerd. Daar moeten we aandacht voor vragen.”

Geliquideerd? Dat is een groot woord.

“Toch is het zo. Zoals ik destijds werkte, kun je nu niet meer werken. Ik huurde een flat, zette een advertentie in de krant en dan ging ik pezen. Nu gaat dat niet meer. Je mag als prostituee wel werken, maar bijvoorbeeld niet te dicht bij een kerk, niet te dicht bij een school of een woonwijk. Het werken wordt onmogelijk.”


Had u liever de prostitutie in de illegaliteit gehouden?

“Ik begrijp best dat er wordt geprobeerd de boel beheersbaar te maken, maar er wordt met veel geen rekening gehouden. Je kunt als prostituee niet meer vrij werken; straks krijg je de registratieplicht waarbij prostituees een pasje hebben waarop staat wat ze doen. Waar wordt dat bijgehouden? En wat als je de prostitutie uitgaat? Wie kan er dan achter je verleden komen? Met name de Nederlandse vrouwen hebben het daar moeilijk mee. Het gevolg is dus dat je straks alleen nog maar gedwongen vrouwen hebt.”

Er wordt u vaak verweten dat u de prostitutie romantiseert en te weinig oog heeft voor de dames die gedwongen achter het raam staan.

“Dat is niet zo.”

Maar door de legalisering en de regulering wordt de prostitutie in elk geval minder schimmig. Hoe kunt u daar tegen zijn?

“Met al die regeltjes duw je de vrouwen nog veel verder het bos in. Het probleem is dat bij die zogenaamde oplossingen altijd de vrouwen de dupe zijn. Waarom vegen ze de pooiers niet van de straten? Nee, ze sluiten de ramen, waardoor vrouwen stiekem in achterkamertjes gaan werken en zo in het ondergrondse belanden. Dat kan niet.”

Geef eens een concrete oplossing dan?

“Er zouden meer mensen, zoals wij van De Rode Draad, moeten zijn om de belangen te behartigen, ook van de meisjes die het werk onvrijwillig doen.”

Wat kunt u dan voor die meisjes betekenen?

“Ik ga naar ze toe en probeer er voor ze te zijn.”

Hoe weet je of een meisje gedwongen is?


“Dat zie ik meteen. Het zijn vaak de meisjes die het hardst roepen hoe graag ze dit werk willen doen. Het zijn altijd degenen van wie de leek het niet denkt. Niet de rustigere, stille vrouwen, maar juist de opdringerige tantes. De meisjes die de mannen bijna naar binnen sleuren en ze zo snel mogelijk afwerken, omdat ze anders klappen van hun pooiers krijgen.”

Krijgt u, als u dat ziet, geen hekel aan uw vorige vak?

“Nee, want dat heeft niets met mijn vak te maken. Het zijn die klootzakken, die loverboys, aan wie ik een hekel aan heb.”

Hoe hoog is het percentage gedwongen meisjes op de Wallen?

“Dat weten we niet precies.”

Wat raar.

“Ik wil daar niet over spreken, omdat gedwongen zo vaag is. Je hebt meisjes die worden gedwongen door loverboys, maar ook economisch gedwongen meisjes. Die grens is vaag.”

Maar ik vraag het nog een keer: wat kunt u nou precies voor die meiden betekenen?

“Ik blíjf bij ze langskomen, houd de boel in de gaten. Steeds ga ik er naar toe. En als ik er dan zes, zeven keer geweest ben, willen ze hun pooier misschien aangeven. Dat gebeurt tegenwoordig steeds vaker.”

Het lijkt me deprimerend werk.

“Dat is het ook. Ik kom wel eens jankend bij zo’n meisje vandaan.”

Wat vindt u dat er van de Wallen over is?

“De politie heeft de Wallen goed in kaart, maar soms kun je niets doen. Ik zou sommige gedwongen vrouwen het liefst achter het raam willen wegsleuren, maar dat kan niet. Als je de ramen gaat sluiten, verdwijnen die vrouwen uit het zicht en kun je er niet meer bij. Raamprostitutie is een van de meest open vormen van prostitutie, dat moet je niet uitbannen.”


Is het beleid van Job Cohen een vloek of een zegen geweest voor de prostitutie?

“Hij had goede bedoelingen, maar hij deed maar wat. Hij heeft niet naar de vrouwen geluisterd. Ze hadden hun vaste stek, hun eigen klanten en wilden absoluut niet weg. Cohen denkt: ‘Als je het niet ziet, dan is het er niet.’ Dat werkt niet voor de prostitutie. De prostitutie is niet uit te roeien. Al zou Amsterdam overstromen, de prostituees zullen als kurken boven komen drijven.”

Gaat het eigenlijk goed met de business ,of hebben hoeren ook last van de kredietcrisis?

“Nee, het gaat helemaal niet goed, de business is kapot aan het gaan, vooral omdat er te veel prostituees zijn die ook nog eens onder de prijs werken. De prijs van het brood, van de melk, van de huren; alles is sinds de jaren zestig omhoog gegaan, behalve de prijs van de prostituee.”

Hoeren doen niet aan inflatiecorrectie?

“Het is nu vijftig euro voor een half uurtje of zo. Vroeger kon ik echt uitpezen. Dan vroeg ik 150 gulden en hield ik een man zo lang aan de praat dat we aan het echte werk amper toe kwamen. Er kwamen mannen bij mij alleen maar Waldolala kijken, omdat ze dat van hun vrouw niet mochten zien. Mooi toch?”

Weer die romantiek. U maakt mij niet wijs dat u nooit ellende hebt meegemaakt.

“Natuurlijk wel. Het is ook wel eens verdrietig en naar geweest. Ik ben ooit bij een man thuis geweest die net gescheiden was. Hij was heel erg depressief. Ik kwam binnen en hij zat in zijn pyjama achter zijn bureau. Hij gebood me te gaan zitten, pakte een scherpe bijl en legde die midden in de kamer. Ik moest zitten blijven en hij bleef maar naar me kijken. Ik wist zeker dat-ie mijn kop eraf zou gaan hakken. Ik weet niet precies hoe lang het heeft geduurd, maar opeens werden er een paar foldertjes in de brievenbus gegooid. Dat verbrak de spanning, en toen ben ik keihard weggerend. Dat was wel heel erg eng. Later realiseerde ik me: het was alleen maar dreiging, hij had het nooit gedaan. Maar dat inzicht had ik op dat moment nog niet.”


Heeft u er ooit spijt van gehad dat u hoer bent geweest?

“Mensen hebben me dat weleens proberen aan te praten. Ik fotografeer nu, ik schrijf, maak documentaires. Soms vragen mensen: ‘Had jij met al jouw talenten niet veel meer kunnen bereiken als je niet zo lang in de prostitutie had gezeten?’ Maar ik geloof dat niet. Sterker nog: ik had alles wat ik nu doe nooit zonder die levenservaring kunnen doen. Als ik niet in de prostitutie had gezeten, was mijn leven leger geweest. Het is een verrijking geweest.”

U geeft tegenwoordig allerlei lezingen in het land, zelfs aan verenigingen voor plattelandsvrouwen. Voelt u zich de nationale troetelhoer?

“Ik ben wel geaccepteerd, ja. Laatst zei een vrouw bij een lezing tegen me: ‘Als mijn man naar de hoeren zou gaan, dan mocht-ie van mij naar jou.’ Dat is toch leuk? Niet zo lang geleden gaf ik een lezing aan een zaal vol seksuologen. Die hadden van mij meer geleerd dan van jaren studie, zeiden ze.”

Is die erkenning belangrijk voor u?

“Ja. Erkenning is belangrijk voor iedereen. Tegen de vuilnisman zeg ik ook: ‘Wat fijn dat jij de straat zo goed schoonmaakt!’ Dat vind ik essentieel. Ik heb met iedereen hier op straat contact, ook met junks. Voorál met junks, die vind ik erg ontroerend. Ik heb er eentje gehad die twee keer in de week bij mij mocht poepen. Ja, waar moest-ie dat anders doen?”

Waar komt die ontroering vandaan?

“De lijn is maar flinterdun. Als ik de jongens van die bank hier om de hoek soms coke zie halen, denk ik: ook jij kukelt zo over het randje. We zijn allemaal mensen, we kunnen allemaal afzakken.”


Kent u nog schaamte?

“Schaamte? Nee, dat heb ik nooit gekend. Als kind liep ik al naakt weg. Waarom zou ik me schamen? Als na een toiletbezoek mijn jurk nog in mijn panty zit, dan schaam ik me. Maar verder? Nee, helemaal nergens voor.”

Naam: Metje Blaak

Geboren: Almelo, 1949

Opleiding: Vier klassen lagere school, want ze was naar eigen zeggen ‘hartstikke dyslectisch’.

Carrière: Werkte 23 jaar lang als prostituee in het oosten van het land, voornamelijk in Raalte en Deventer. Nadat ze met het vak was gestopt, schreef ze haar autobiografie, Who the fuck is Daatje Smit? Ze is sindsdien actief als woordvoerster van belangenorganisatie De Rode Draad en van Vakwerk, de vakbond voor prostituees. Daarnaast presenteert ze een televisieprogramma voor de regionale omroep, geeft ze lezingen, fotografeert ze en maakt ze documentaires.

Roos Schlikker