Etnische registratie; 7 vragen en antwoorden

Etnische registratie kan helpen bij de aanpak van problemen die spelen biij bepaalde bevolkingsgroepen, zoals Roma. Tegenstanders vrezen voor administratieve apartheid. Vanwaar die gevoeligheid? Zeven vragen en antwoorden.

Waar hebben we het over?
Over iets principieels. In de Grondwet staat dat inwoners van Nederland in gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld. In de Wet bescherming persoonsgegevens staat dat mensen niet zuiver op grond van hun etnische afkomst mogen worden geregistreerd. Dat zou immers stigmatiserend werken voor de bevolkingsgroep als geheel. Maar de gedáchte aan zo’n maatregel alleen al roept herinneringen op aan een periode waarin de registratie van groepen mensen op grond van hun afkomst of geloofsovertuiging de vreselijkste gevolgen had: de Tweede Wereldoorlog. Volgens tegenstanders van etnische registratie mogen we ons nooit meer op dit pad begeven. Ons land wordt weliswaar niet meer bezet, maar misbruik van dergelijke gegevens ligt altijd op de loer. Misschien niet nu meteen, maar wellicht later. Gewoon niet aan beginnen dus.
Het onderwerp is weer eens actueel geworden nu Frankrijk een begin heeft gemaakt met het uitzetten van Roma-zigeuners omdat die onvoldoende bestaansmiddelen zouden hebben en zich veelvuldig schuldig zouden maken aan criminaliteit. De uitwijzingen leiden tot felle protesten, onder meer omdat er binnen de EU een vrij verkeer is van personen. De Roma mogen in principe dus gewoon gaan en staan waar ze willen. Etnische registratie in Nederland van dergelijke groepen zou ook ons een stapje dichterbij zulke taferelen kunnen brengen – zeker wanneer de PVV meer macht krijgt.

Waarom zouden we het dan toch moeten willen?
De PVV is voor etnische registratie van iedereen die in Nederland woont. Zo ver gaan de meeste anderen niet. Zij beperken zich tot groepen mensen die relatief meer problemen veroorzaken, zoals Marokkanen. Recentelijk klinkt de roep om ook Roma apart te registreren. Het idee is dat ze op die manier makkelijker te traceren zijn en dus beter te helpen. Gemeenten kunnen nu vaak niet eens precies zeggen hoeveel Roma er binnen hun grenzen wonen, omdat ze nergens als zodanig staan ingeschreven. Zo wordt het lastig om bijvoorbeeld subsidie in Den Haag aan te vragen voor projecten die Roma ondersteunen. Bij registratie voor dit doel zijn die Roma gebaat, maar ook de mensen die zeggen last van hen te hebben.

Wat is er dan op tegen?
Los van het principiële argument: volgens de tegenstanders is registratie op grond van etniciteit simpelweg niet nódig. Gemeenten en politie weten heel goed wie de plaatselijke onruststokers zijn. Die moeten natuurlijk worden aangepakt, maar dat staat los van hun herkomst. “We kennen onze pappenheimers toch wel, zei de Goudse politiechef Paul van Muscher onlangs in de Volkskrant. “We weten wie in dit district de veelplegers zijn. Het enige dat voor mij telt, is gedrag.”

Wordt met etnische registratie de wet overtreden?
Daar lijkt het wel op. Een aantal gemeenten gaat wel héél ver in het ‘opzij zetten’ van groepen inwoners met dezelfde achtergrond. In Ede worden namen en adressen van Roma op een aparte lijst bijgehouden en gecombineerd met informatie van instanties als politie, justitie en sociale dienst. De betrokkenen hebben hiervoor geen toestemming gegeven. Het bijhouden van zo’n aparte schaduwadministratie is niet toegestaan. Ook in Enschede gaat de gemeente met registraties van Roma over de schreef. Het laatste woord is er nog niet over gezegd. Het College bescherming persoonsgegevens heeft inmiddels laten weten dat het met de burgemeesters van Ede en Enschede een ‘indringend gesprek‘ heeft gevoerd.
Menigeen wijst er overigens op dat er via sluipweggetjes allang sprake is van etnische registraties. In de gemeentelijke basisadministratie, het vroegere bevolkingsregister, staat iemands etnische komaf (‘Antilliaan’) weliswaar niet expliciet vermeld, maar wel het geboorteland van de ouders. Die cijfers worden, bijvoorbeeld door het CBS, gekoppeld aan politiebestanden. Uit die algemene onderzoeken weten we dat criminaliteit onder bepaalde bevolkingsgroepen relatief vaker voorkomt – zonder dat de betrokken personen met naam en toenaam worden genoemd. Veel informatie is dus via een achterdeurtje al heel behoorlijk te achterhalen.

Het is toch niet de eerste keer dat we het hierover hebben?
Nee, bepaald niet. Voormalig PvdA-minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken pleitte voor het vastleggen van de etnische afkomst van misdadigers. Haar collega Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie kwam in 2008 onverwacht terug van het aanvankelijke plan om een verwijsindex Antillianen (VIA) te maken – een registratiesysteem waarmee politie, hulpverleners en gemeenten informatie kunnen uitwisselen over Antilliaanse risicojongeren. Het College bescherming persoonsgegevens en de Raad van State hadden toestemming gegeven voor het project, gezien het zwaarwegende belang voor de samenleving – een voorwaarde om een ontheffing te kunnen krijgen. Vogelaar vond bij nader inzien dat een algemenere verwijsindex risicojongeren zou kunnen volstaan, waarbij hulpverleners elkaar dan maar onderling zouden kunnen informeren over de afkomst van een ‘klant’. Het besluit van Vogelaar leidde tot woede bij betrokken gemeenten, partijgenoten, Kamerleden en bewindslieden – er was immers al eindeloos onderhandeld over de VIA. Een nieuw kabinet zal het hete hangijzer ongetwijfeld weer oppakken. Dat wordt interessant, omdat het CDA dus niets moet hebben van enige vorm van etnische registratie.

Is etnisch registreren ook nog ergens anders goed voor?
Ja, voor de gezondheid. Menige arts en medisch onderzoeker ziet het wel zitten om bepaalde bevolkingsgroepen preventief te behandelen, omdat een aandoening in die groepen relatief vaker voorkomt. Hindoestaanse Surinamers hebben bijvoorbeeld veel vaker diabetes dan anderen. Maar alle Hindoestaanse Surinamers oproepen voor een test is onmogelijk. Er zijn immers geen aparte lijsten waarop ze als zodanig staan vermeld. Zo zijn er meer voorbeelden: zuigelingensterfte, schizofrenie, depressie en hart- en vaatziekten komen bij allochtonen relatief vaker voor dan bij autochtonen. En dan zijn er nog de gevolgen van neef/nicht-huwelijken voor de gezondheid. Op dit moment laat dat zich moeilijk onderzoeken, omdat je niet vooraf een grote populatie van bijvoorbeeld Turken kunt selecteren uit de medische dossiers.
Er zijn ziekenhuizen die de etniciteit van hun patiënten graag zouden willen registreren, maar de huiver is tegelijk ook groot. Zuiver medisch gezien kan het gezondheidswinst opleveren. Maar om er nu een aparte vermelding van te maken? Wanneer een arts een patiënt ziet, weet hij heus wel waar die vandaan komt. Ook hier geldt dat etnische registratie lang niet altijd nódig is.

En nu?
In het formatie- en gedoogakkoord zullen we lezen wat er is overgebleven van etnische registratie als twistpunt tussen CDA en PVV. Het CDA zal mordicus tegen blijven. De PVV wil het niet zonder meer opgeven. We gokken op de instelling van een commissie die het de komende jaren gaat onderzoeken.

Mark Traa