Afscheid van de postbode

Door de staking wordt er vandaag en grotendeels morgen geen post bezorgd. Bij TNT Post zullen 11.000 postbodes hun baan verliezen. De fulltime postbode verdwijnt, de post wordt nu bezorgd door parttimers en uitzendkrachten. Hoe is om bij TNT Post te werken en met welke problemen krijgen de postbodes te maken? “Je moet een beetje gestoord zijn voor dit werk.”

 ‘Welkom nieuwe collega.’ Zo luidt de aanhef van een brief die afgelopen week bij mij op de mat viel. Hij is van TNT Post, het bedrijf waarvoor ik al bijna een halfjaar anderhalf uur per dag aan de slag ben als postbezorger. De brief is te laat en overbodig, zoals wel meer glossy post die ik van het bedrijf krijg. Kunnen ze dat geld niet beter besteden, vraag ik me af. Aan het voorkomen van het aanstaande massaontslag bijvoorbeeld?

Sinds 1 april van vorig jaar is de postmarkt volledig vrij en concurrenten als Sandd, Netwerk VSP en Selekt Mail stonden al te trappelen. Ze hebben veel minder kosten, onder andere omdat ze alleen zakelijke post doen. Ze hebben geen brievenbussen en zijn niet gehouden aan de ‘postwet’, die beschikt dat er zes dagen per week post bezorgd moet worden. Hun bezorgers zijn meestal uitzendkrachten en dragen geen uniform.

In deze tijd lopen er allerlei zakelijke contracten af tussen bedrijven en TNT Post. Deze bedrijven stappen over naar de concurrent omdat die veel goedkoper werken. Ook is er veel minder post rond te brengen door de toename van het e-mailverkeer. TNT Post zal wat aan haar organisatie moeten doen om de concurrentieslag te winnen, want diep van binnen is het nog een log staatsbedrijf. Maar dat gaat nu veranderen.

TNT Post wil een organisatie van parttimers en uitzendkrachten worden. De ouderwetse postbode die ’s ochtends sorteert en ’s middags rondbrengt, wordt ontslagen of op een andere manier weggewerkt. Het sorteren wordt steeds meer door machines gedaan en het rondbrengen is te zwaar om de hele dag te doen. Het gaat hier om 11.000 arbeidsplaatsen, wat neerkomt op het grootste massaontslag in Nederland sinds de sluiting van de Limburgse mijnen.

Ik werk dus sinds een aantal maanden als postbezorger. Ik ben precies de juiste nieuwe werknemer; flexibel en parttime. Ik doe het als afwisseling tussen mijn schrijfwerk en het zorgen voor mijn kind door. Normaal lag ik eerlijk gezegd van half twee tot drie uur op de bank of wandelde ik wat door het park. Nu verdien ik met wat ik eerder gratis deed. Dan is €8,57 bruto per uur, altijd meegenomen, zullen we maar zeggen. Zo komt het dat ik elke dag tegelijk met twee of drie bezorgers van concurrerende bedrijven mijn wijk loop.

Alledrie met maar een klein stapeltje post in de hand, waarvan het grootste deel bestaat uit huisaan- huisreclame, want dat levert het meest op. We staan elkaar in de weg bij de brievenbussen, maar gelukkig zeggen we gewoon goedendag. Iets zegt mij dat dit niet efficiënt is. Een aantal van mijn oude collega’s, merendeels mannen die al twintig jaar of langer bij ‘Tante Pos’ werkten, zit inmiddels in de ziektewet. Zij zagen al een tijd aankomen dat hun baan gaat verdwijnen en voelen zich sterk in de steek gelaten door hun werkgever, waar ze al die jaren zo trouw aan zijn geweest. Vaak is hun vader destijds al bij de PTT begonnen. Die baan heb je tot het graf, werd wel gezegd.

In de plaats van deze ‘echte postbodes’ is nu een heel ander soort mensen werkzaam. Mensen die het niet erg vinden om maar een paar uurtjes per week te werken. Soms omdat ze ziek zijn en niet méér kunnen werken. Soms omdat het scholieren zijn (maar die zie je vaak na twee weken niet meer terug). Soms omdat ze er ander werk naast doen (bijvoorbeeld ’s avonds en ’s nachts in een shoarmatent). De meeste parttimecollega’s zijn ‘thuismoeder’. Ze hebben gemeen dat ze flexibel inzetbaar zijn. Ze vinden een paar uurtjes per dag lopen wel lekker eigenlijk, zoals ik. Scheelt namelijk enorm in de RSI (ik zit de hele dag thuis achter de laptop) en in het geld voor de sportschool.

Maar ook vinden parttimers van TNT Post het blijkbaar niet erg om voor een luizenloontje een hondenbaan te hebben. Regen of zonneschijn, vrieskou of hitte; die post moet op de mat, elke dag weer. Nu moet ik zeggen dat TNT Post goed voor je zorgt – ook als parttimemedewerker. Wat dat betreft lijkt het nog wel een staatsbedrijf. Allereerst heb ik, zoals gezegd, nog nooit zo veel post gehad. Het personeelsblad (Mail), een medezeggenschapsblad (MZjournaal), een speciaal saneringsinformatieblad (Omslag) en stapels post over de personeelsverenigingen, gunstige leningen (‘PVTNT verleent financiële hulp’) of kortingen op vakanties.

Verder kreeg ik na een maand inwerktijd een enorme doos uniformkleding thuisbezorgd. Alles in drievoud; afritsbroeken, poloshirts, bloezen met lange en met korte mouwen, mutsen, wanten en twee jacks waar je zo de skihelling mee op kunt. Als we het maar niet te warm of te koud hebben. Ik had al een gebruikte winterjas en een regenjas van een collega gekregen en nu heb ik mijn logeerkamer ingericht met oranje kleding. Ook is er een aantal (dure) onderzoeken onder het personeel geweest. Of we het werk fysiek aankunnen, of we niet teveel belast worden, wat we vinden van de aanstaande sanering. Een enquête onder 23.000 sorteerders en postbodes met de vraag wat hun voorkeur zou hebben: een loonsverlaging of reorganisatie had echter niet het gewenste resultaat (74 procent stemde voor loonsverlaging). Dus toch maar saneren.

Het kost allemaal veel geld, en waar haal je dat vandaan met die krimpende postmarkt? Die interne communicatieafdeling kan volgens mij best wat kleiner. De bezorger van de concurrentie heeft niet zo’n mooi uniform als ik, maar is dat echt nodig? Wat heb je aan dure onderzoekenals er toch niets met de uitkomsten wordt gedaan? Kortom: was er niet op iets anderte saneren dan op de banen van 11.000 loyale, ervaren postbodes? Mijn parttimecollega’s kan het allemaal niet zoveel schelen. In de voormalige voetbalkleedkamer die dienst doet als depot waar wij onze gesorteerde postzakken ophalen, zitten ze op de bankjes langs de zijkant hun dagformuliertje in te vullen. Er wordt wat geroepen over marktwerking en ‘hoge bazen’ die ‘alleen maar geld komen beuren’, maar verder willen ze er niet zoveel over kwijt. Ze willen graag hun baantje houden.

De chauffeur die vandaag de gesorteerde postzakken brengt, wil ook ‘niet met zijn naam in de krant’. Maar hij wil wel vertellen dat hij er ook uit gaat. Hij is eind vijftig en hoopt op een gunstige afvloeiingsregeling, maar niets is nog zeker. Daarom volgen hij en zijn vrouw het overleg met de vakbonden op de voet, net als de ‘postbode plus’ van dit depot. Maar dit zijn dan ook geen parttimers. Die hebben allemaal een reden om niet meer dan twaalf uur per week te willen of kunnen werken.

Sommigen hebben een partner met een fulltimebaan, zoals Andries de Geest (59). Hij is drie jaar geleden wegens reorganisatie elders ontslagen als verkoper en kwam niet meer aan de bak. Hij loopt zijn wijk, rookt nog eens een sjekkie en vindt het verder wel best. “Lullig voor de mensen die eruit moeten, maar wel te begrijpen van TNT.” Wim Wolters (62) is ook de rust zelve. Na 45 jaar in de metaal hoefde hij op een dag ook niet meer terug te komen. Ze betalen hem nog tachtig procent van zijn inkomen en de rest mag hij bijverdienen. Dat doet hij dus als postbezorger, twee uurtjes per dag. Is hij ook weer lekker bezig. En och, dat ene jaartje dat hij nog moet, houdt hij ook wel vol zo. “Dus dat hele verhaal is niet op mij van toepassing.”

Een vrouwelijke collega van 46, destijds overspannen in de ziektewet beland na te veel stress in haar baan als verpleegkundige, verwoordt het als volgt: “Vergis je niet dat dit baantje voor veel mensen heel goed uitkomt. Er is een aantal WAO’ers dat heel blij is dat ze op deze manier toch van de bank af komen. Ze blijven in beweging, ontmoeten nog eens wat mensen, hebben wat aanspraak. Dat zouden ze anders niet hebben.” Je bent eigenlijk zo’n beetje eigen baas als postbezorger. Je kunt vanaf een uur of één ’s middags je post ophalen. Als alles maar vóór vijf uur bij de mensen in de bus zit, is het goed. Al blijf je tussendoor ergens een uur kletsen; dan moet het toch nog lukken om alles op tijd te bezorgen. Dat ligt de meeste parttimers wel.

Als ik hier de kleedkamer rondkijk, zie ik allemaal eigenzinnige mensen. De moeder die net is bevallen van haar
tweede kind loopt in een gerafelde spijkerbroek en een T-shirt dat niet eens oranje lijkt. Ze bemoeit zich met niemand, doet elke dag lekker haar rondje. De man met suikerziekte kan alles in zijn eigen tempo en vooral op zijn eigen manier doen, zonder baas die hem op zijn vingers kijkt. En de kunstzinnige vrouw van midden vijftig vindt het heerlijk om ‘met haar lijf bezig te zijn’. Misschien komt het daardoor dat er niet zo veel binding is met het bedrijf.

Maar dit is meteen de fout die TNT Post maakt, volgens Miranda Haley (38). Ze werkt nu twee jaar als bezorger en daarnaast heeft ze een eigen bedrijfje als fotograaf en kunstenaar. “Je draagt een grote verantwoordelijkheid als bezorger. Wij krijgen de lading over ons heen als het fout gaat. Daar moet je wel mee om weten te gaan. Het kan niet iedereen iets schelen.” Dat is volgens mij het grote verschil tussen de uitzendkrachten en de al langer werkende parttimers: deze laatstgenoemden hebben misschien ook niet veel binding met ‘de bazen van boven’, maar wel met de mensen in de wijk. De postbezorger is het gezicht van TNT Post. Veel meer mensen dan ik dacht zijn overdag thuis, en die zitten echt te wachten op de post. Je maakt vaak een praatje en leert zo je wijk goed kennen.

Dat merkte ik al snel toen op mijn tweede werkdag telkens mensen naar buiten kwamen toen ik langsliep. Dat ik zeker nieuw was. Of ik de volgende keer niet meer de post van de buren bij hun in de brievenbus wilde doen. Oeps! En waar blijft het bankafschrift? Het is al woensdag! En de tv-gids is vorige week niet aangekomen. Ik bood beleefd mijn excuses aan, namens TNT Post. Maar doet iedere bezorger dat zo? Aan de andere kant krijg ik ook veelsteunbetuigingen. “Wat erg dat er bij jullie zo veel mensen uitmoeten.” Voor veel mensen is TNT Post nog altijd het oude staatsbedrijf. Vaak hebben ze niet in de gaten dat tweederde van de post niet meer door TNT Post wordt gebracht, maar door concurrenten als Sandd en Selekt Mail. Te laat is te laat, en ik ben de postbode met het herkenbare uniform, dus ik krijg de schuld. En ik doe nog wel zo mijn best!

In de media is er natuurlijk veel geschreven over de ‘grote bezorgproblemen’ bij TNT Post (de Telegraaf, 13 september 2010). Maar hier in de kleedkamer zeggen mijn collega’s dat ze nog nooit gemerkt hebben dat iemand post weggooit. Tja, scholieren en uitzendkrachten die op zaterdag of in de vakanties werken doen het regelmatig fout, volgens collega Haley. “En dan krijgen wij de week daarop de schuld.” Niet loyaal, die uitzendkrachten. Maar geef ze eens ongelijk. Het is fysiek zwaar (het duurde twee weken eer ik geen spierpijn meer had na het lopen), je moet zelf een fiets en goede schoenen aanschaffen (er kwam serieus eens een meisje op hakken aan; die haalde niet eens de twee uur) en in storm en regen gaat het werk gewoon door. Ook moet je zelf je fiets – die door de zware postzakken regelmatig uit het lood schiet – repareren, want er is geen tijd om hem weg te brengen.

Je krijgt het aantal uren betaald dat een ervaren kracht er over doet om de betreffende wijk te lopen. In het begin doe je daar soms het dubbele aantal uren over en krijg je dus maar de helft betaald. Als je een wijk van iemand die ziek is moet overnemen, doe je daar meestal ook langer over. Dit wordt dan niet gecompenseerd. Ook de tijd dat je staat te wachten tot de postzakken aangeleverd worden, krijg je niet betaald.

Wat de meeste collega’s het vervelendst vinden, is de steeds groter wordende stapel ongeadresseerde reclame die we moeten bezorgen. Goed gesorteerde post op de automatische piloot in brievenbussen laten glijden (en intussen een beetje dagdromen), is iets heel anders dan bij elke voordeur kijken wat voor sticker ze hebben (‘ja/nee’ of ‘nee/nee’) en dan drie verschillende formaten folders door de (al volgepropte) bus duwen. Regelmatig komt het voor dat je een brief in je post vindt, die niet eens in jouw wijk thuishoort. Dan kun je aan het eind van je ronde weer terugfietsen naar het depot, een formuliertje invullen en de brief achterlaten in de daartoe bestemde doos. Maar je kunt hem ook nog even gaan bezorgen, zoals een collega rustig doet. Al moet ze de halve stad door: “Die mensen zitten toch op hun post te wachten.” Kijk, dan heb je hart voor de zaak.

Kortom; je moet eigenlijk een beetje gestoord zijn, wil je dit werk leuk vinden. En fitte, zorgvuldig werkende, technisch onderlegde en gestoorde mensen met een groot verantwoordelijkheidsgevoel moet je nu eenmaal met een lichtje zoeken. Ik durf dus te voorspellen dat het wegens een tekort aan goede parttimers bergafwaarts zal gaan met TNT Post. Ik hield het in elk geval niet meer vol, na vijf maanden.

Dit artikel stond in HP/De Tijd nummer 40 (van 6 oktober 2010).

[[ poll uid=302 ]]

Mirjam van Zelst