Wie was Sahra Baahrami echt?

Al lang voordat Sahra Baahrami in Iran werd geëxecuteerd, was ze naar eigen zeggen door het barbaarse regime kapotgemaakt. Vrienden vertellen haar verhaal.

In februari 2003 krijgt traumapsycholoog Peter Brands* een Iraanse patiënte in zijn praktijk. Ze is door een collega naar hem doorverwezen omdat Brands veel ervaring heeft met zware trauma’s en al verscheidene Iraanse asielzoekers met succes heeft behandeld.
Met Sahra Baahrami**, want dat is de patiënte, verloopt de therapie echter niet zo voorspoedig. Haar derde consult bij Brands belt ze op de dag van de afspraak af, op de vierde afspraak komt ze niet opdagen.

“Ze was zeer onrustig en barstte herhaaldelijk in tranen uit,” schrijft Brands later in zijn verslag over Baahrami. “Ze struikelde vaak over haar woorden om haar trieste verhaal maar te kunnen vertellen.” Dat verhaal gaat over Baahrami’s zware leven in Iran, haar vlucht naar Nederland in 1994, de dood van haar in Iran achtergebleven oudste dochter, en haar veelbewogen reis naar haar geboorteland om er haar jongste dochter weg te halen.
De directe aanleiding om psychologische hulp te zoeken is het feit dat Baahrami na een mislukte relatie met een Nederlandse man in een psychose was beland en een zelfmoordpoging had gedaan. Na een kort verblijf in een kliniek heeft ze een nazorgbehandeling bij de Riagg afgebroken. Maar ze wil wel hulp. Brands: “Ze was ten einde raad. Ze sliep alleen als ze slaappillen en een paar borrels innam. Mensen die niet kunnen slapen, raken op een gegeven moment alle realiteitszin kwijt. Ze weten niet meer of ze waken of dromen en hebben het gevoel of ze in een film spelen. Sahra moet dat ook hebben gehad.”

Peter Brands weet hoe hij ernstig getraumatiseerde mensen moet behandelen. “Eerst laat je zo iemand op een afstandelijk wijze verslag doen van wat hem is overkomen. Alsof hij het niet zelf heeft meegemaakt. Vervolgens vraag ik naar steeds meer details van de ervaringen en naar de beleving. We gaan er steeds dieper op in, zodat de ervaring uiteindelijk draaglijk wordt. Een patiënt moet erover praten om het te kunnen verwerken,” aldus de psycholoog. Bij Baahrami werkt deze aanpak echter niet. “Ze kon niet meer logisch praten, was alleen maar snel aan het associëren, wat haar betoog heel warrig maakte, en sprong van de hak op de tak.”

In zijn verslag van mei 2003 schrijft hij: “Tijdens de tweede afspraak staak ik de traumabehandeling omdat ik merk dat mevrouw er nog slechter aan toe is dan bij het eerste gesprek. Ze komt te labiel op me over om de behandeling aan te kunnen. Ik wil proberen de basis van haar bestaan wat te verstevigen en stel haar daarom voor bij het volgende gesprek haar oudste kind mee te nemen. Ze stemt in met duidelijk waarneembare tegenzin. Ik dring er nogmaals op aan de behandeling niet te staken.”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week

Carine Damen