Vrolijk naar het levenseinde

In november vorig jaar publiceerde HP/De Tijd een tweeluik over schrijnende toestanden in verpleegtehuizen. Bij nader onderzoek voor de bundel Undercover in de ouderenzorg, die deze week verschijnt, bleek dat het ook anders kan. Een dag in De Herbergier in Arnhem. ‘Het leven is een feest!’

“Mijn kamer is zo groot als een balzaal, ik mag mijn hondje Binky hebben, en als mensen willen logeren, leg ik een luchtbed op de grond,” zegt Kitty de Rooij (81), ex-verpleegkundige met een opvallend oranje brilmontuur. Ze zit aan tafel in haar appartement dat deel uitmaakt van De Herbergier, een particuliere zorgaanbieder voor mensen met geheugenproblemen in het centrum van Arnhem.
Als Kitty wil uitslapen, kan dat. Als Kitty onder de douche wil, kan dat dagelijks. Als Kitty buiten een ommetje wil maken, loopt er iemand mee. Een wijntje? Geen probleem. Willen bezoekers blijven eten, dan zeggen ze dat tegen het personeel en wordt er ook voor hen gekookt. Er schiet Kitty nog iets te binnen: “Ik zwem en doe aan gymnastiek. O, en de bibliotheek komt aan huis: het leven is een feest!”
Kitty betaalt hier niet de hoofdprijs voor. Haar AOW en een gedeelte van haar pensioen gaan op aan haar appartement, servicekosten en drie maaltijden per dag plus tussendoortjes. De zorg die De Herbergier biedt, betaalt ze van haar persoonsgebonden budget.

De Herbergier is voor de Haarlemse Kitty de ideale plek om te leven. “Ik kreeg geheugenproblemen en ik was niet meer zo schoon op mezelf. Maar ik vertik het om op een gesloten afdeling te gaan zitten. Ik heb in de oorlog ondergedoken gezeten en ik wil nooit meer achter slot en grendel.” Ze rilt. “Dan spring ik nog liever uit het raam”
Vriendin Anneke Joël-de Hond, die haar financiën regelt, had op televisie een programma gezien waarin De Herbergier werd genoemd. Ze maakte een afspraak om te gaan kijken. Kitty zei: “Hier ga ik niet meer weg.” Kitty blij en Anneke ook: “Ik vind het een opluchting te weten dat hier goed voor haar wordt gezorgd.”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Ivo van Woerden