Ondertussen in Tsjernobyl

Nu de wereld met angst en beven toekijkt hoe zich in Japan een nucleaire ramp voltrekt, lijkt het onvoorstelbaar dat Fukushima ooit een bestemming wordt voor dagjesmensen. Toch gebeurt dat nu in Tsjernobyl. ‘Niet op het mos lopen, jongens.’

Kiev, 08:00 Een wit busje stopt voor Hotel Roes in Kiev. Het is de Tsjernobyl Express. Het busje is gevuld met jonge mensen, avonturiers uit de hele wereld. Vandaag zijn het twee Franse jongens, een Amerikaan en zes Nederlandse vrienden. De bestuurder heet Oeri, een flinke vent die geen Engels spreekt.

Eenmaal buiten de stad op de snelweg probeert Oeri een dvd aan te zetten met wat Engelse informatie over de trip. Maar de dvd-speler weigert. De cd-speler doet het wel, en de volgende twee uur zijn we gedoemd te luisteren naar Oekraïense rapmuziek, die het gerommel in onze buik echter niet kan overstemmen. In de vroege Oekraïense ochtend was het ontbijt nog niet opgediend in de ontbijtzaal van het hotel. Gelukkig lijkt Oeri ons buikgeluidenconcert te horen en besluit hij bij het laatste tankstation voor de afslag naar Tsjernobyl te stoppen. We kopen vacuümverpakte tomaat-kaassandwiches. Op het etiket staat dat de tomaten uit Italië komen, dus we besluiten de sandwiches maar gewoon op te eten.

We zijn op weg naar Tsjernobyl, de bekendste plaats van Oekraïne, maar ook de minst bezochte. De stad is verlaten. Hier vond op 26 april 1986 de grootste kernramp in de geschiedenis plaats. Na een ontploffing die de reactor verwoestte, kwam er een grote hoeveelheid radioactieve straling vrij. Bij de ramp vielen ter plekke 57 doden; op langere duur droeg het ongeluk bij aan de voortijdige dood van enkele duizenden mensen. De radioactieve wolk dreef over grote delen van de Sovjet-Unie en Europa. Tot in Ierland toe viel er nucleaire regen. In Nederland besloot de regering enkele dagen na de ramp alle spinazie uit de winkelschappen te halen, omdat die groente mak-kelijk verontreinigd raakt door radioactieve neerslag. In de groente was een verhoogde hoeveelheid jodium en cesium gemeten.


Tsjernobyl Express belooft dat het geld dat aan de toeristen wordt verdiend, ten goede zal komen aan onderzoek en gezondheidszorg voor de slachtoffers. Er worden nog steeds baby’s geboren met afwijkingen en aandoeningen die te maken hebben met de ramp.

Ergens tussen Kiev en Tsjernobyl Hoe dichter we bij Tsjernobyl komen, hoe minder auto’s er op de weg zijn. Oeri’s rapmuziek staat nog steeds op. Omdat hij geen andere cd’s heeft, zet hij de speler maar op repeat. Dan remt hij ineens, terwijl er verder niemand op de weg is. Hij neemt een afslag, en in de verte doemt een slagboom op. Aan die slagboom is een bord bevestigd. We zijn nog dertig kilometer verwijderd van de beruchte reactor 4, de giftigste ter wereld. Voordat de twee bewakers de slagboom openen, willen ze de paspoorten van iedereen in het busje zien. Ze knikken nors en vragen om een sigaret. Een van de Nederlandse jongens geeft de bewakers er ieder eentje. Terwijl de sigaretten worden opgestoken, zegt een van de wachten: “Jongens, achter deze slagboom is roken verboden, en knoop in je oren: niet op het mos lopen!” Het zal niet de laatste keer zijn dat we die woorden vandaag horen.

Tsjernobyl, 10:45 Eindelijk zijn we gearriveerd bij het Tsjernobyl Interinform, de staatsorganistatie die alle bezoeken aan Tsjernobyl regelt. In het gebouw krijgen we een korte uitleg van de do’s en, nog belangrijker, de don’ts. Een man met een grote snor, gekleed in legeroutfit, houdt ons met een norse blik in de gaten. Een andere man deelt wat blaadjes uit. Het is een contract. Iedereen dient het te lezen en te ondertekenen; wie niet tekent, gaat niet mee. “Chornobyl-interinform is liable for any health problems or other damage during and after the trip,” staat er. “Zorg dat je niet over het mos loopt en onthoud dat het verboden is om te roken,” benadrukt de man nogmaals. Een dikke lange broek en een trui met lange mouwen zijn verplicht om contact met gevaarlijke stoffen te vermijden. We besluiten maar gewoon te tekenen.


Tsjernobyl 11:30 Na de formaliteiten kan de excursie beginnen. We stappen weer in het busje van Oeri. Er stapt deze keer ook een gids in, Joeri. We rijden de tienkilometerzone in. Onze eerste stop is op een kale heuvel met een bord dat aangeeft dat hier ooit een dorp was. Maar meer dan dat bord is er niet te zien. Na de ramp besloten de autoriteiten de dorpen rond Tsjernobyl te begraven om de verspreiding van de radioactiviteit tegen te gaan. Zand erover – letterlijk. Dat bleek echter niet te werken. Met de opkomende vegetatie kwam ook de radioactiviteit weer boven de grond.

De volgende stop biedt uitzicht op reactor nummer 5, die ten tijde van de ramp in aanbouw was. Alle hijskranen en machines staan er nog bij zoals ze in 1986 zijn achtergelaten. De bouwvakkers zouden zo weer aan de slag kunnen.

12:30 We steken een kanaal over in de buurt van reactor nummer 4. Er staan nog twee andere busjes bij het kanaal. Twee Spaanse jongens hebben hun eigen geigerteller meegenomen. Ze gaan uiterst angstig te werk. Ze houden hun apparaat bij wat mos aan de rand van het kanaal. Plotseling springen ze achteruit. De naald van de geigerteller wijst op een hoog stralingsniveau. “I told you, keep away from the moss!” roept hun gids.

Gids Joeri, niet te verwarren met Oeri, gooit een homp brood in het kanaal. Er verschijnen tientallen vissen rondom het brood. Dan wordt het hele stuk brood ineens opgeslokt door een enorme vis. “Wauw!” zeggen we in koor. Joeri legt uit dat de vissen in Tsjernobyl geen natuurlijke vijanden meer hebben. Daardoor worden ze zo groot. Als een van de Nederlandse jongens voorstelt om er eentje te vangen, moet Joeri lachen. “Nieuwe regel: geen vis eten!”


Pripjat 13:30 De volgende stop is een van de hoogtepunten van de dagtocht: een bezoek aan Pripjat. Ooit was het een modelstad die als bewijs moest dienen van het goede leven in de Sovjet-Unie. Iedereen was er gelukkig, iedereen had er te eten en van werkloosheid was geen sprake, als we Joeri op zijn felblauwe ogen mogen geloven. De meeste mensen die in Pripjat woonden, werkten in de kerncentrale. Van de oude glorietijd is nu weinig meer over, Pripjat is een spookstad geworden. Vervallen hotels, kapotte flatgebouwen, verlaten scholen waarvan de vloeren bezaaid zijn met gasmaskers, en overal onkruid dat door kieren en naden groeit. Het lijkt alsof heel Pripjat alles uit de handen heeft laten vallen en halsoverkop is vertrokken. Zelfs de kermis staat er nog; als je de botsauto’s en het reuzenrad ziet staan, kun je je gemakkelijk indenken hoe de kinderen zich hier vermaakten tot het moment van de ramp.

15:00 Oeri drukt op de claxon van zijn busje. Tijd om te vertrekken. Maar niet voordat bij Tsjernobyl Interinform in een vreemd apparaat gestapt dient te worden. Alle toeristen worden gescand op radioactiviteit. Niemand is besmet geraakt. Althans, niet zichtbaar op de scanner.

In het busje heeft Oeri inmiddels zijn rap-cd weer aangezet, maar moe van alle indrukken slaapt iedereen het grootste gedeelte van de terugrit.

Bij het hotel aangekomen stapt iedereen, zoals gids Joeri ons op het hart drukte, met kleren en al onder de douche om zo veel mogelijk radioactiviteit van de kleren af te spoelen. Ik rap er een nummertje bij in het Oekraïens.

Meteen toen we van de ramp met de Japanse kerncentrale van Fukushima hoorden, dachten we aan Tsjernobyl. Zou het zo erg gaan worden?


Zo erg wordt het niet. In de rangorde die er voor kernrampen bestaat, gaat Tsjernobyl onbetwist aan kop. Dat heeft in elk geval te maken met de voorzorgsmaatregelen die er in Japan wel zijn genomen en in de Sovjet-Unie van destijds niet. Als mensen in de omgeving van Tsjernobyl tijdig waren geëvacueerd of jodiumpillen toegediend hadden gekregen, was het aantal slachtoffers beduidend lager geweest. Dan waren er bijvoorbeeld geen duizenden kinderen geweest die schildklierkanker kregen – een aandoening die overigens goed te behandelen bleek.

Maar er zijn vooral ook verschillen die met de kernreactors zelf te maken hebben. Toen Tsjernobyl explodeerde, was de centrale in vol bedrijf. In Fukushima stonden de knoppen al op ‘off’. Bovendien was de reactorkern van de centrale in Tsjernobyl gemaakt van het brandbare grafiet, dat in een enorme radioactieve rookpluim hemelwaarts ging. De nucleaire wolk van Tsjernobyl reikte veel hoger en verder dan de gassen die er uit Fukushima ontsnapten. Bovendien werkt de ligging van Japan mee: het meeste radioactieve stoom is richting de oceaan gedreven. MT>

Het is niet moeilijk om van buiten Oekraïne een excursie naar Tsjernobyl te boeken. Dat kan bijvoorbeeld via www.ukrainianweb.com. Er wordt een voorschot gevraagd dat te voldoen is met een creditcard. Wie niet van tevoren wil boeken, kan ook terecht bij toeristen-bureaus in Kiev. Alle excursies lopen via de overheidsinstelling Tsjernobyl Interinform, die toeziet op naleving van de veiligheidsmaatregelen en de gidsen levert. De kosten variëren afhankelijk van de groepsgrootte van 100 tot 600 euro, inclusief een Oekraïense lunch met onder andere borsjt. Deelnemers aan de excursie moeten een dikke lange broek (bijvoorbeeld jeans) en bovenkleding met lange mouwen dragen, en uiteraard gesloten schoenen.

Jeroen Berends