De CPN is dood, leve de CPN’ers

Twintig jaar geleden kwam er een einde aan het bestaan van de roemruchte Communistische Partij Nederland. Rest er nog iets van de politieke erfenis? En waar bleven de communistische prominenten van weleer?

Zo op het eerste gezicht gebeurde er op zaterdag 15 juni 1991 weinig bijzonders in de grote zaal van het Amersfoortse congrescentrum De Flint. Een politieke partij die vijf jaar eerder haar laatste Tweede-Kamerzetels had verloren, besloot zichzelf op te heffen – normaal gesproken geen voorpaginanieuws. Maar toch: het was niet zomaar een opheffingscongres. De partij die die zaterdag – nu twintig jaar geleden – haar laatste adem uitblies, was namelijk de Communistische Partij Nederland (CPN), opgericht als Sociaal-Democratische Partij (SDP) op 14 maart 1909 en om die reden Neerlands oudste politieke formatie.

Maar was het wel echt een afscheid? Zeker, de CPN hield op te bestaan. Maar de mensen die zich bij die partij thuis hadden gevoeld, gingen natuurlijk niet in rook op. In het bijzonder voor communisten die leidende posities binnen de partij hadden bekleed, gold dat de CPN voor altijd op hun cv zou blijven staan. En daarmee zeggen we nogal wat. Want de CPN was waarachtig niet alleen vanwege haar vroege oprichtingsdatum een bijzondere politieke partij.

In programmatisch opzicht was de CPN altijd een links-radicaal buitenbeentje geweest in onze politieke arena. Begonnen als een orthodoxe afsplitsing van de sociaaldemocratische SDAP, omarmde de partij na de Russische Oktoberrevolutie van 1917 voluit het totalitaire marxisme-leninisme van de Sovjet-Unie. Tot in de jaren tachtig hield de partij aan die antidemocratische beginselen vast, en gedurende het gros van die jaren functioneerde de CPN in de praktijk als het Nederlandse filiaal van de communistische machthebbers in Moskou. Inzake Jozef Stalin was de CPN zelfs roomser dan de paus, in die zin dat men zijn nagedachtenis hoog bleef houden toen zelfs de Russische partijgenoten zich eind jaren vijftig kritisch over Stalin begonnen uit te laten. Nikita Chroesjtsjov, de Sovjet-leider die daartoe het initiatief nam, werd om die reden ‘Knoeichef’ genoemd in communistische wandelgangen. Minstens zo illustratief: tot ver in de jaren zeventig bleef de aan de CPN gelieerde uitgeverij Pegasus stug doorgaan met het herdrukken en in advertenties aanprijzen van door Stalin geschreven klassiekers als Over historisch en dialectisch materialisme en Over de grondslagen van het leninisme.

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Roelof Bouwman