Kevin Spacey: ‘Ik schizofreen? Hoe durf je!’

Hij doet net zo makkelijk een banale comedy als een meesterwerk van Shakespeare. Hij is Amerikaan maar woont in Londen. Hij is intendant bij het statige Old Vic-theater en hangt tegelijkertijd in Hollywood de bons uit. En hij is wereldberoemd maar totaal niet populair. Een stekelig onderhoud met Kevin Spacey.

Telefoon. Dat is vast Kevin Spacey. En inderdaad, zijn bariton heeft de weg gevonden naar Groningen. “How are you and well, let’s start right away,” begint hij met een licht ongedurige intonatie. Een half uurtje mag HP/De Tijd (“Yes, Mr. Spacey, the Dutch version of ‘Time Magazine’” ) nu kletsen met de tweevoudig Oscarwinnaar over zijn film Horrible Bosses, die hij door journalisten thuis zelf op te bellen – op afspraak, uiteraard – hoogstpersoonlijk promoot. Een half uur, dat is een eeuwigheid voor Hollywoodbegrippen. Iemand als René Mioch heeft normaliter krap vier minuten om een celeb te laten verklaren hoe ‘thrilling’ het werken wel niet bleek met die en die. Of je mag met tachtig schrijvende collega’s aanzitten bij een te jolige persconferentie van twintig minuten, waar dan helaas niet de A-cast, maar randfiguren als de producent, de regisseur en de scriptschrijver de kostbare spreektijd opslurpen. Nauwelijks werkbaarder zijn de roundtables, waarbij een acteur door zo’n zeven journalisten wordt beslijmd. Zit er een Zuid-Europese scribent tussen die er strak zes minuten over doet om een verstaanbare Engelse zin samen te stellen, dan vliegt je kwartiertje voorbij. Moeizaam wordt de ontmoeting als een aanwezige in zijn vraagstelling iconen als Denzel Washington en Morgan Freeman door elkaar haalt (waar gebeurd). Dus op grond van een half uur materiaal schrijft een geharde filmjournalist lachend een lijvige biografie. Ware het niet dat Kevin Spacey (52) vanochtend nogal stekelig blijkt.
“Jezus, wat een idiote vraag. Als het hele interview zo wordt, dan kunnen we er beter mee stoppen.”
Terwijl mijn kat aanhoudend en met de staart in de lucht over mijn aantekeningen paradeert, heb ik de acteur/regisseur/producer zojuist durven vragen of de (geslaagde) comedy Horrible Bosses, waarin hij met bloedvenijn een egomanische kantoordictator vertolkt, wellicht niet een pastiche is op corporate Amerika, net zoals Glengarry Glen Ross (1992) en het minder bekende Swimming with Sharks (1994) dat ook waren – niet geheel toevallig speelfilms met eveneens Spacey in de rol van een psychopathische manager. Nee dus. “Horrible Bosses is een fucking comedy, hoor. Laten we er alsjeblieft geen Hamlet van maken.”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

jan henk zandberg